Chapter, Verse
1 4, 4 | die u smeekt, en keer uw aangezicht niet af van de arme.~
2 6, 12| zijn, en zal zich van uw aangezicht verbergen.~
3 7, 6 | te eniger tijd voor het aangezicht des machtigen vreest, en
4 7, 24| haar lichaam en stel uw aangezicht niet blijde tegen haar.~
5 10, 5 | mensen voorspoed, en op het aangezicht des schriftgeleerden zal
6 12, 18| en veel murmelen, en zijn aangezicht veranderen.~ ~ ~
7 13, 30| des mensen verandert zijn aangezicht, het zij ten goede of ten
8 13, 30| groenende maakt een vrolijk aangezicht.~
9 13, 31| 31 Een groenend aangezicht is een teken van een hart
10 14, 8 | oog afgunstig is, die het aangezicht afwendt, en veracht de zielen.~
11 17, 19| zonden; smeek voor zijn aangezicht, en verminder de ergernis.~
12 18, 24| wraak, als de Here zijn aangezicht zal afkeren.~
13 19, 25| 25 Hij bukt het aangezicht, en maakt de dove; indien
14 22, 30| niet schamen, en voor zijn aangezicht zal ik mij niet verbergen,
15 25, 21| een vrouw verandert haar aangezicht, en verdonkert haar aangezicht,
16 25, 21| aangezicht, en verdonkert haar aangezicht, dat zij ziet gelijk een
17 25, 27| neergebogen hart, en een droevig aangezicht, en een harteplaag.~
18 26, 4 | altijd hebben zij een vrolijk aangezicht en zijn blijmoedig.~
19 26, 5 | het vierde word ik in mijn aangezicht bevreesd:~
20 26, 18| ook de schoonheid van haar aangezicht in de staande ouderdom.~
21 29, 31| inwoner, van dat heerlijk aangezicht, ik heb het huis nodig,
22 34, 3 | evenals de gelijkheid van het aangezicht tegen het aangezicht over.~
23 34, 3 | het aangezicht tegen het aangezicht over.~
24 35, 4 | Verschijn niet ledig voor het aangezicht des Heren.~
25 35, 9 | 9 Heb een vrolijk aangezicht in al uw gaven, en heilig
26 35, 14| 14 De Here zal het aangezicht desgenen die zich tegen
27 36, 24| der vrouw verblijdt het aangezicht, en gaat alle lust des mensen
28 37, 18| 18 Het aangezicht is een teken van de verandering
29 39, 23| alle vlees zijn voor zijn aangezicht, en daar kan niets verborgen
30 41, 25| lichte vrouw; en dat gij uw aangezicht afwendt van een mens die
31 45, 2 | hem verheerlijkt voor het aangezicht der koningen.~
32 45, 6 | 6 En heeft hem van aangezicht tot aangezicht bevelen gegeven,
33 45, 6 | heeft hem van aangezicht tot aangezicht bevelen gegeven, de wet
34 50, 18| het gemeen, en viel op hun aangezicht ter aarde, om hun Here,
35 50, 20| smeekte in hun gebed, voor het aangezicht van de ontfermer, totdat
|