Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zijn 692
zijnde 13
zijnentwil 2
zijner 33
zijns 16
zijt 42
zilver 3
Frequency    [«  »]
33 hetgeen
33 laat
33 noch
33 zijner
32 heerlijkheid
32 naam
32 ogen

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

zijner

   Chapter, Verse
1 4, 6 | vervloekt in bitterheid zijner ziel, zijn gebed zal hij 2 6, 15| en daar is geen gewicht zijner schoonheid.~ 3 7, 11| mens niet die in bitterheid zijner ziel is, want daar is een 4 8, 13| verbrand wordt in het vuur zijner vlam.~ 5 10, 4 | des Heren, en hij zal te zijner tijd over haar verwekken 6 11, 28| de mens is de ontdekking zijner werken.~ 7 14, 6 | en dat is een vergelding zijner boosheid.~ 8 16, 21| kan; en het meerderdeel zijner werken is voor ons verborgen.~ 9 16, 22| 22 Wie zal de werken zijner gerechtigheid verkondigen, 10 17, 5 | welke is een uitlegging zijner werken.~ 11 17, 8 | uitverkorenen zullen de naam zijner heiligmaking prijzen.~ 12 17, 11| gehoord de heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:~ 13 18, 2 | wereld gebouwd met de span zijner hand, en alle dingen zijn 14 19, 19| onderhouding der wet, en kennis zijner almogendheid. Een huisknecht 15 20, 17| want hij heeft het bezit zijner goederen met geen rechte 16 25, 10| nog leeft, en die de val zijner vijanden ziet.~ 17 25, 16| vreze des Heren is het begin zijner liefde, maar het geloof 18 25, 16| maar het geloof het begin zijner aankleving.~ 19 26, 1 | goede vrouw heeft; het getal zijner dagen wordt dubbel.~ 20 26, 28| vrouw heeft, want het getal zijner jaren zal dubbel zijn.~ 21 29, 2 | Leen uw naaste in de tijd zijner behoefte, en wederom, geef 22 29, 2 | geef het uw naaste weder te zijner tijd.~ 23 31, 26| lippen, en de getuigenis zijner heerlijkheid is getrouw.~ 24 31, 27| de stad, en de getuigenis zijner karigheid is scherp.~ 25 39, 9 | 9 Hij zal de woorden zijner wijsheid als een regen uitgieten, 26 39, 11| Hij brengt de onderwijzing zijner leer te voorschijn, en in 27 40, 7 | en ontwakende in de tijd zijner behoudenis, is hij verwonderd 28 45, 27| want hij zelf was het deel zijner erfenis.~ 29 46, 2 | zijn naam, in de verlossing zijner uitverkorenen; om wraak 30 48, 10| te doen bestraffingen te zijner tijd, en te stillen de toorn 31 49, 17| als Jozef, een leidsman zijner broederen,~ 32 50, 13| was een omstaande menigte zijner broeders, gelijk spruiten 33 51, 38| de tijd, en hij zal u te zijner tijd loon geven.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License