Chapter, Verse
1 4, 9 | die onrecht lijdt uit de hand van hem die onrecht doet,
2 4, 36| 36 Laat uw hand niet uitgestrekt zijn om
3 5, 14| en indien niet, zo zij uw hand op uw mond.~
4 7, 34| 34 En steek uw hand uit tot de arme, opdat uw
5 9, 21| 21 Door de hand der kunstenaren zal een
6 10, 4 | macht op aarde is in de hand des Heren, en hij zal te
7 10, 5 | 5 In de hand des Heren is des mensen
8 14, 13| strek naar uw vermogen uw hand uit en geef hem.~
9 14, 24| zijn tabernakel naar haar hand stelt,~
10 15, 14| gemaakt, en hem gelaten in de hand zijns raads.~
11 15, 16| water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.~
12 16, 27| hun beginselen door zijn hand in alle geslachten; zij
13 18, 2 | gebouwd met de span zijner hand, en alle dingen zijn zijn
14 22, 2 | hem op neemt, schudt de hand af.~
15 25, 31| 31 Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af van uw
16 27, 20| alsof gij een vogel uit uw hand losgelaten hadt, zo hebt
17 29, 1 | wie hem sterkt met zijn hand, die houdt de geboden.~
18 31, 16| 16 Steek uw hand niet uit daar hij heenziet,
19 31, 20| onder velen aanzit, steek uw hand niet eerder uit dan zij.~
20 33, 13| 13 Zij zijn in zijn hand gelijk het leem eens pottenbakkers,
21 33, 14| Zo is ook de mens in de hand desgenen, die hem gemaakt
22 35, 10| een goed oog hetgeen uw hand gevonden heeft.~
23 36, 3 | 3 Verhef uw hand over de vreemde volken,
24 36, 7 | 7 Verheerlijk uw hand en rechterarm, opdat zij
25 38, 10| van misdaden, en houd de hand recht, en reinig uw hart
26 46, 5 | is de zon niet door zijn hand achterwaarts gegaan? En
27 47, 5 | 5 Toen hij zijn hand ophief om met de steen des
28 48, 20| Lachis, en verhief zijn hand tegen Sion, en pochte zeer
29 48, 23| en verloste hen door de hand van Jesaja.~
30 49, 8 | wegen woest gemaakt door de hand van Jeremia.~
31 50, 12| gedeelten der offeranden uit de hand der priesters ontving, zo
32 51, 5 | 5 Uit de hand dergenen die mijn ziel zochten;
33 51, 11| uithelpt, en hen verlost uit de hand der vijanden.~
|