Chapter, Verse
1 1, 12| dagen, en in de dag van zijn dood zal hij gezegend worden.~
2 4, 33| voor de waarheid tot in de dood, en God de Here zal voor
3 8, 8 | Verblijd u niet over de dood van uw grootste vijand,
4 11, 14| en kwade dingen, leven en dood, armoede en rijkdom zijn
5 11, 29| niemand zalig voor zijn dood; ook aan zijn kinderen wordt
6 14, 12| 12 Gedenk dat de dood niet zal vertoeven, en het
7 14, 18| aan is dit: Gij zult de dood sterven.~
8 15, 17| 17 Het leven en de dood zijn voor de mens, en hetgeen
9 18, 22| verwijl niet tot aan de dood rechtvaardig te worden.~
10 18, 24| komen zal in de dagen van de dood, en aan de tijd der wraak,
11 18, 29| hart hangt aan hetgeen dat dood is.~
12 22, 12| van een dwaas is boven de dood.~
13 23, 13| van spreken rondom met de dood bekleed; laat die niet gevonden
14 26, 6 | zijn bezwaarlijker dan de dood.~
15 27, 30| zal hen verteren voor hun dood; haat en toorn en dergelijke
16 28, 7 | naaste tot zijn verderf en dood, maar blijf in de geboden.~
17 28, 24| 24 Haar dood is een boze dood, en het
18 28, 24| 24 Haar dood is een boze dood, en het graf is nuttiger
19 30, 5 | hem verheugd, en in zijn dood was hij niet bedroefd.~
20 30, 17| 17 De dood is beter dan een bittere
21 33, 15| kwade, en het leven tegen de dood, zo staat de godvrezende
22 34, 12| in gevaar geweest tot de dood toe, en om deze dingen behouden.~
23 37, 2 | de droefheid niet tot de dood toe wanneer een metgezel
24 37, 19| het kwade, het leven en de dood en de tong is het, die gedurig
25 38, 19| Want van droefheid komt de dood, en droefheid des harten
26 39, 33| zee, en de honger, en de dood; al deze dingen zijn tot
27 40, 9 | 9 Dood en twist, en zwaard, en
28 41, 1 | 1 O dood, hoe bitter is de gedachtenis
29 41, 3 | 3 O dood, uw oordeel is aangenaam
30 48, 5 | Gij, die een dode uit de dood hebt opgewekt, en een ziel
31 48, 15| hij wonderen, en in zijn dood waren zijn werken wonderlijk.~
32 51, 8 | 8 Mijn ziel was nabij de dood gekomen; en mijn leven was
33 51, 12| gesmeekt om verlossing van de dood.~
|