Chapter, Verse
1 3, 24| node, verborgen dingen met ogen te zien.~
2 4, 1 | lijden, en stel de behoeftige ogen niet uit.~
3 4, 5 | Van de behoeftige keer uw ogen niet af, en geef niemand
4 8, 19| niets is het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar
5 10, 23| worden geëerd voor zijn ogen.~
6 11, 22| 22 Want het is in de ogen des Heren licht, snel en
7 12, 16| 16 Met zijn ogen zal hij wenen, en indien
8 15, 19| 19 En zijn ogen zijn op degenen die hem
9 17, 6 | gegeven raad, en tong, en ogen, oren, en een hart om te
10 17, 7 | 7 Hij heeft zijn ogen op hun harten gelegd; hij
11 17, 11| 11 Hun ogen hebben zijn heerlijke majesteit
12 17, 13| verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde altijd voor hem,
13 17, 15| gelijk als de zon, en zijn ogen zien steeds op hun wegen.~
14 18, 18| nijdig mens doet hem de ogen uitdrogen.~
15 20, 13| behoeftigheid, want zijn ogen zien, om voor een veel te
16 20, 29| geschenken verblinden de ogen der wijzen, en gelijk een
17 23, 4 | mij geen verheffing der ogen, en wend een stout gemoed
18 23, 24| zonden niet gedenken, en de ogen der mensen zijn alleen zijn
19 23, 25| hij verstaat niet, dat de ogen van de Allerhoogste Here
20 26, 10| aan de verheffingen der ogen en aan haar wenkbrauwen.~
21 27, 24| 24 Voor uw ogen zal zijn mond zoet spreken,
22 30, 20| 20 Hij ziet de ogen, en zucht gelijk een gesnedene,
23 31, 6 | verderf is geweest voor hun ogen.~
24 34, 17| 17 De ogen des Heren zien op degenen
25 34, 18| de ziel, en verlicht de ogen, hij geeft genezing, leven
26 36, 4 | 4 Gelijk gij voor hun ogen geheiligd zijt geweest in
27 38, 32| vernieuwt zijn oor, en zijn ogen zijn tegenover de gelijkenis
28 39, 23| verborgen worden voor zijn ogen.~
29 43, 4 | glinsteren van haar stralen de ogen verduistert.~
30 44, 26| gunst gevonden heeft in de ogen van alle vlees.~ ~
31 45, 14| werken, verlustigingen der ogen, schone versieringen.~
32 51, 35| 35 Ziet met uw ogen dat ik weinig moeite gehad
|