Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
n 1
na 17
naakt 1
naam 32
naar 50
naarstig 3
naarstigheid 1
Frequency    [«  »]
33 noch
33 zijner
32 heerlijkheid
32 naam
32 ogen
30 degene
30 degenen

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

naam

   Chapter, Verse
1 6, 1 | want zulk een zal een boze naam, schaamte en verwijt beërven; 2 6, 23| wijsheid is gelijk haar naam meebrengt, en is niet velen 3 15, 6 | zij zal hem een eeuwige naam doen beërven.~ 4 17, 8 | uitverkorenen zullen de naam zijner heiligmaking prijzen.~ 5 22, 17| zwaarder dan lood, en wat naam zal hij hebben anders dan 6 36, 14| volk, Here, dat naar uw naam genoemd is; en over Israël, 7 36, 17| en verwek profeten in uw naam.~ 8 37, 1 | is alleen vriend met de naam.~ 9 37, 27| onder zijn volk, en zijn naam zal in eeuwigheid blijven.~ 10 39, 13| zal niet vergaan, en zijn naam zal leven tot in alle geslachten.~ 11 39, 15| blijft, zo zal hij een betere naam nalaten dan duizend anderen; 12 39, 40| hart en mond, en looft de naam des Heren.~ ~ ~ ~ 13 40, 18| der stad onderstutten de naam.~ 14 41, 14| hun lichamen, doch de boze naam der mensen zal uitgewist 15 41, 15| Draag zorg om een goede naam te verkrijgen, want die 16 41, 16| der dagen, maar een goede naam blijft in eeuwigheid.~ 17 43, 8 | 8 De maand heeft haar naam naar haar; wassende is zij 18 44, 9 | zijn er onder hen, die een naam nagelaten hebben, waardoor 19 44, 15| in vrede begraven, en hun naam leeft van geslacht tot geslacht.~ 20 45, 19| bedienen, en het volk in zijn naam te zegenen.~ 21 46, 2 | groot werd, volgens zijn naam, in de verlossing zijner 22 46, 13| de richters, elk met zijn naam, welker aller hart niet 23 46, 14| spruit in hun plaats, en hun naam door verwisseling vernieuwd 24 47, 12| zouden prij zen zijn heilige naam, en van des morgens vroeg 25 47, 15| had, opdat hij voor zijn naam een huis zou oprichten, 26 47, 18| 18 Uw naam is verre tot in de eilanden 27 47, 20| 20 In de naam des Heren, de God der ganse 28 50, 21| zijn lippen, en om in zijn naam te roemen.~ 29 51, 2 | 2 Ik belijd uw naam, dat gij mij een beschermer 30 51, 4 | der barmhartigheid van uw naam, uit de tanden die bereid 31 51, 14| 14 Ik zal uw naam prijzen zonder ophouden, 32 51, 16| zal u prijzen, en zal uw naam danken.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License