Chapter, Verse
1 12, 5 | 5 Doe de nederige goed, en geef de goddeloze niet.
2 13, 29| 29 De rijkdom is goed, bij welke geen zonde is,
3 14, 5 | zichzelf kwaad is, wie zal hij goed zijn? zelfs zal hij zich
4 14, 11| 11 Mijn kind, doe uzelf goed naar dat gij vermoogt, en
5 14, 13| 13 Doe uw vriend goed, eer gij sterft, en strek
6 17, 6 | vervuld, en hun hetgeen goed en kwaad is getoond.~
7 18, 7 | is hij nut? wat is zijn goed en wat is zijn kwaad?~
8 18, 17| een woord niet boven een goed geschenk? en beide zijn
9 22, 7 | 7 Kinderen, die in een goed leven worden opgevoed, verbergen
10 26, 3 | 3 Een goede vrouw is een goed erf deel, en wordt tot een
11 26, 4 | het hart van zo'n man is goed tot de Here. hetzij dat
12 26, 15| weinig spreekt, en van een goed gemoed is, is een gave des
13 27, 1 | zaak, en die zoekt zijn goed te vermeerderen, zal zijn
14 29, 17| 17 Een goed man zal voor zijn naaste
15 30, 15| dan al het goud, en een goed sterk lichaam dan onmetelijke
16 30, 26| 26 Een lustig en goed hart is bezorgd over de
17 34, 19| 19 Die van onrechtvaardig goed offert, diens offerande
18 35, 8 | Verheerlijk de Here met een goed oog, en verminder de eerstelingen
19 35, 10| gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen uw hand gevonden
20 37, 10| En zegge tot u: Uw weg is goed, en stelle zich tegenover
21 39, 5 | hij, want hij heeft wat goed en kwaad is onder de mensen
22 39, 38| de werken des Heren zijn goed, en al wat nodig is verleent
23 39, 39| dingen zullen op hun tijd goed gekend worden.~
24 40, 23| 23 Broeders en hulp zijn goed in de tijd der verdrukking,
25 41, 16| 16 Een goed leven heeft een. zeker getal
26 41, 20| woord, want het is niet goed in alle dingen schaamte
27 41, 20| door allen in getrouwheid goed gekend.~
28 42, 7 | boze vrouw is verzegelen goed, en waar veel handen zijn
29 44, 12| Bij hun zaad blijft een goed erfdeel; hun nakomelingen
30 46, 12| Israëls zouden zien, dat het goed is de Here na te volgen.~
|