Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
deelachtig 1
deelt 1
degene 30
degenen 30
deksel 1
delen 2
delende 1
Frequency    [«  »]
32 naam
32 ogen
30 degene
30 degenen
30 goed
30 meer
29 god

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

degenen

   Chapter, Verse
1 1, 9 | gave, en hij verleent haar degenen die hem lief hebben.~ 2 1, 18| roem verbreidt hem voor degenen, die hem liefhebben.~ 3 3, 7 | eren, zal als heren dienen degenen, die hem gegenereerd hebben.~ 4 4, 12| eigen kinderen, en neemt degenen aan die haar zoeken.~ 5 7, 36| de wenende, en treur met degenen die treuren.~ 6 10, 21| noch de grimmige toorn in degenen, die van vrouwen geboren 7 15, 13| en ze is niet bemind van degenen die hem vrezen.~ 8 15, 19| 19 En zijn ogen zijn op degenen die hem vrezen, en hij zal 9 17, 25| Gods, en de verzoening voor degenen die zich heilig tot hem 10 18, 14| 14 Hij ontfermt zich over degenen, die onderwijzing aannemen, 11 23, 3 | verplettering, en ik niet valle voor degenen die mij tegen zijn, en mijn 12 24, 38| heb gearbeid, maar voor al degenen die ze zoeken.~ ~ ~ ~ 13 25, 7 | staat de ouden wijsheid, en degenen die verheerlijkt zijn, bedachtzaamheid 14 26, 3 | wordt tot een deel gegeven degenen, die de Here vrezen.~ 15 26, 23| des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.~ 16 27, 9 | waarheid komt weder tot degenen, die haar betrachten.~ 17 27, 10| jacht, zo loert de zonde op degenen, die boosheid werken.~ 18 28, 10| ontroert vrienden, en onder degenen die vrede hebben, werpt 19 31, 7 | is een hout des aanstoots degenen die het offeren, en alle 20 33, 17| heb gearbeid, maar voor al degenen, die onderwijzing zoeken.~ 21 34, 17| De ogen des Heren zien op degenen die hem liefhebben; hij 22 36, 17| 17 Geef getuigenis degenen die van den beginne af uw 23 36, 18| 18 Geef loon degenen die u verwachten, en maak 24 37, 7 | en verberg uw raad voor degenen die u benijden.~ 25 37, 11| verberg uw raadslag voor degenen, die u benijden;~ 26 40, 13| rechtvaardige verheugd; gelijk degenen die overtreden, verdelgd 27 41, 5 | des doods niet; gedenk aan degenen die voor u geweest zijn, 28 48, 27| laatste dingen, en troostte degenen die treurden in Sion.~ 29 51, 3 | leugens oefenen; en tegen degenen die zich tegen mij stelden, 30 51, 11| 11 Dat gij degenen die lijdzaam verbeiden uithelpt,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License