Chapter, Verse
1 2, 20| liefhebben, zullen van zijn wet verzadigd worden.~
2 9, 19| gij vertelt, zij naar de wet des Allerhoogsten.~
3 10, 22| plant; daarentegen die op de wet niet achten, zijn een schandelijk
4 11, 15| wetenschap, en kennis der wet is van de Here; liefde en
5 15, 1 | doen en die de kennis der wet verkregen heeft zal haar
6 17, 9 | toegelegd wetenschap, en hun de wet des levens tot een erfdeel
7 19, 17| eer gij dreigt, en geef de wet des Allerhoogsten plaats,
8 19, 19| wijsheid is de onderhouding der wet, en kennis zijner almogendheid.
9 19, 22| overvloedig is in kloekheid, en de wet des Allerhoogsten overtreedt.~
10 21, 12| 12 Wie de wet des Heren bewaart, die heerst
11 23, 30| Want vooreerst is zij de wet des Allerhoogsten ongehoorzaam
12 24, 26| God de Allerhoogste, de wet, welke Mozes bevolen heeft
13 32, 16| 16 Wie de wet zoekt, die zal daarvan vervuld
14 33, 2 | 2 Een wijs man zal de wet niet haten maar wie daarin
15 33, 3 | verstandig mens vertrouwt de wet, en de wet is hem getrouw.~
16 33, 3 | vertrouwt de wet, en de wet is hem getrouw.~
17 34, 8 | 8 Zonder leugen wordt de wet volbracht, en wijsheid is
18 35, 1 | 1 WIE de wet bewaart, die doet offeranden
19 38, 41| betrachting heeft in de wet des Allerhoogsten.~c~
20 39, 11| te voorschijn, en in de wet van het verbond des Heren
21 41, 11| goddeloze mannen, gij die de wet des Allerhoogsten verlaten
22 41, 22| vanwege overtreding der wet.~
23 42, 2 | 2 Vanwege de wet des Allerhoogsten en het
24 44, 20| zijn heerlijkheid, welke de wet des Allerhoogsten bewaard
25 45, 6 | aangezicht bevelen gegeven, de wet des levens en der wetenschap;
26 45, 21| leren, en Israël door zijn wet te verlichten.~
27 46, 16| richtte de vergadering naar de wet des Heren, en de Here bezocht
28 49, 6 | 6 Want zij hebben de wet des Allerhoogsten verlaten;
|