Chapter, Verse
1 1, 5 | 5 Het woord Gods, die in de allerhoogste
2 4, 27| 27 Weer het woord niet in de geschikte tijd
3 4, 29| Want de wijsheid zal in het woord bekend worden, en de onderwijzing
4 5, 12| blijf vast daarbij, en uw woord zij enerlei.~
5 7, 14| der ouden, en wederhaal uw woord niet in uw gebed.~
6 9, 21| voorganger des volks, door zijn woord.~
7 16, 28| eeuwigheid zullen zij zijn woord niet ongehoorzaam zijn.~
8 18, 16| doen ophouden? zo is een woord beter dan een gave.~
9 18, 17| 17 Zie, is een woord niet boven een goed geschenk?
10 19, 11| smarten lijden vanwege een woord, gelijkerwijs een barende
11 19, 12| vlees vaststeekt, zo is een woord in de buik van een dwaas.~
12 19, 16| 16 Laat uw hart niet elk woord geloven; menigeen struikelt
13 19, 16| menigeen struikelt in een woord en niet van harte, en wie
14 21, 17| de verstandige een wijs woord hoort, zo prijst hij dat,
15 29, 3 | 3 Bevestig uw woord en zijt hem getrouw en gij
16 31, 36| zeg hem geen verwijtend woord, en verdruk hem niet, wanneer
17 39, 21| 21 Door zijn woord stond het water gelijk een
18 39, 21| gelijk een hoop, en door het woord van zijn mond de boezem
19 39, 36| is, zo overtreden zij het woord niet.~
20 41, 20| zich dan ontzie voor, mijn woord, want het is niet goed in
21 42, 25| is voor hem ook niet een woord verborgen.~
22 43, 28| voorspoedig, en door zijn woord bestaan al die dingen.~
23 46, 17| bekend geworden door zijn woord.~
24 48, 1 | gelijk een vuur, en zijn woord brandde als een fakkel.~
25 48, 3 | 3 Door het woord des Heren hield hij de hemel
26 48, 5 | ziel uit het graf door het woord des Allerhoogsten.~
27 51, 7 | tong, van het leugenachtige woord, door de lastering bij de
|