Chapter, Verse
1 1, 7 | 7 Eén is er wijs, zeer vreselijk, zittende
2 6, 34| zult neigen, zo zult gij wijs worden.~
3 6, 35| der ouden, en is er iemand wijs, hang hem aan; wil alle
4 7, 5 | Here, en houd u niet voor wijs bij de koning.~
5 9, 21| geprezen worden, en een wijs voorganger des volks, door
6 10, 1 | 1 EEN wijs rechter onderwijst zijn
7 10, 29| 29 Denk niet wijs te zijn als gij uw werk
8 18, 26| haastig voor de Here. Een wijs mens vreest altijd, en in
9 18, 29| woorden, die handelen ook wijs; en gieten uit, als een
10 19, 23| rechtvaardig oordeelt, en die is wijs.~
11 19, 29| een die zwijgt, en hij is wijs.~ ~
12 20, 3 | Menigeen is er die zwijgende wijs wordt bevonden, en menig
13 20, 5 | 5 Een wijs mens zal zwijgen totdat
14 21, 17| Indien de verstandige een wijs woord hoort, zo prijst hij
15 26, 27| eert, zal door allen voor wijs gehouden worden, maar die
16 27, 11| de godvrezende is altijd wijs, maar de dwaas verandert
17 32, 5 | rede niet uit, en zijt niet wijs buiten tijds.~
18 33, 2 | 2 Een wijs man zal de wet niet haten
19 37, 23| 23 Menigeen is wijs voor zichzelf, en de vruchten
20 37, 24| 24 Een wijs man onderwijst zijn eigen
21 37, 25| 25 Een wijs man zal vervuld worden met
22 38, 25| handeling, die zal niet wijs worden.~
23 38, 26| 26 Wat zou hij wijs worden, die de ploeg houdt,
24 38, 41| algemeen, niemand wordt wijs behalve degene die zijn
25 47, 14| op zijn zoon zijnde een wijs man, en door hem heeft het
26 47, 16| 16 Hoe wijs was hij in zijn jeugd? en
27 50, 28| ze ter harte neemt, zal wijs worden.~
|