Chapter, Verse
1 11, 5 | waar men niet op verdacht was, heeft de kroon gedragen.~
2 15, 2 | vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij
3 30, 5 | zijn leven zag hij hem, en was over hem verheugd, en in
4 30, 5 | verheugd, en in zijn dood was hij niet bedroefd.~
5 45, 13| geschreven en gegraveerd was het getal der kinderen Israëls.~
6 45, 16| die uit een ander geslacht was, behalve alleen zijn zonen,
7 45, 27| het volk, want hij zelf was het deel zijner erfenis.~
8 46, 1 | 1 JOZUA de zoon van Nun, was sterk in de oorlog, en kwam
9 46, 8 | zijn oorlog voor de Here was, want ook volgde hij de
10 46, 22| 22 En nadat hij ontslapen was profeteerde hij, en voorzeide
11 47, 6 | nam een mens, die machtig, was in de oorlog, om de hoorn
12 47, 16| 16 Hoe wijs was hij in zijn jeugd? en werd
13 48, 14| boven, en als hij ontslapen was profeteerde zijn lichaam;~
14 48, 18| hetgeen, God behagelijk was, maar enigen vermenigvuldigden
15 49, 9 | hoewel hij in moeders lichaam was geheiligd tot een profeet,
16 49, 13| genoeg verheffen! want hij was gelijk een zegelring aan
17 49, 15| 15 Onder de uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis
18 50, 13| 13 Rondom hem was een omstaande menigte zijner
19 50, 13| en de offerande des Heren was in hun handen, in tegenwoordigheid
20 50, 19| en in het meeste geluid was een zoet gezang.~
21 50, 20| ontfermer, totdat vol eindigd was het versiersel des Heren,
22 51, 8 | 8 Mijn ziel was nabij de dood gekomen; en
23 51, 8 | dood gekomen; en mijn leven was nabij het diepste graf.~
24 51, 9 | alle zijden omzet, en daar was geen helper; ik zag om naar
25 51, 9 | bijstand der mensen, en daar was geen.~
26 51, 17| 17 Als ik nog jong was, eer dat ik dwaalde, heb
|