Chapter, Verse
1 9, 14| niet, want gij weet niet welke zijn verandering is.~
2 13, 29| De rijkdom is goed, bij welke geen zonde is, en de armoede
3 16, 9 | verschoonde die niet, bij welke Lot woonde; aan welke hij
4 16, 9 | bij welke Lot woonde; aan welke hij een gruwel had, vanwege
5 16, 11| duizend mannen te voet, welke tezamen vergaderd waren
6 16, 21| zijn gelijk een storm wind, welke de mens niet zien kan; en
7 17, 5 | het zevende, de spraak, welke is een uitlegging zijner
8 17, 14| nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde zijn eerstgeborene,
9 23, 3 | mij verblijd worde, van welke de hoop van uw barmhartigheid
10 23, 26| 26 Welke zien op alle wegen der mensen,
11 24, 26| de Allerhoogste, de wet, welke Mozes bevolen heeft tot
12 25, 28| 28 Welke haar man niet troost in
13 34, 4 | worden? en van de leugenaar, welke waarheid zal daarvan komen?~
14 34, 27| en die weder aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van
15 35, 18| het zal ingezien hebben, welke de rechtvaardige zal oordelen
16 36, 15| heilige stad Jeruzalem, welke de plaats uwer rust is.~
17 38, 34| zijn voeten het wiel om; welke altijd bezorgd is over zijn
18 43, 21| op de aarde gelijk zout, welke bevroren zijnde wordt gelijk
19 44, 20| gelijk in zijn heerlijkheid, welke de wet des Allerhoogsten
20 45, 26| slachtoffers des Heren, welke hij hem en zijn zaad gegeven
21 46, 2 | 2 Welke groot werd, volgens zijn
22 48, 2 | 2 Welke over hen bracht een zware
23 49, 14| heilige tempel opgericht, welke de Here werd toebereid tot
24 50, 1 | Onias, de hogepriester, welke in zijn leven het huis des
25 50, 27| verstand en der wetenschap; welke de wijsheid als een plasregen
|