Chapter, Verse
1 1, 25| de godsdienstigheid is de zondaar een gruwel.~
2 2, 14| en de slappe handen en de zondaar die twee paden ingaat.~
3 5, 11| allerlei pad, zo doet de zondaar die tweetongig is.~
4 6, 1 | verwijt beërven; zo zal ook de zondaar, die tweetongig is, oneer
5 9, 14| 14 Benijd de zondaar zijn eer niet, want gij
6 10, 26| betaamt niet dat men een zondaar eert.~
7 11, 33| vermenigvuldigd, en een mens die een zondaar is loert op bloed.~
8 12, 4 | God vreest, en neem u de zondaar niet aan.~
9 12, 6 | die vroom is, en neem u de zondaar niet aan.~
10 12, 13| die zich ophoudt bij een zondaar, en zich vermengt in zijn
11 13, 20| hebben met een lam? zo is een zondaar tegen degene, die de Here
12 15, 12| gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.~
13 16, 14| 14 De zondaar zal niet ontvlieden met
14 20, 8 | 8 De zondaar heeft een welbehagen in
15 21, 7 | in de voetstappen van de zondaar, en wie de Here vreest,
16 21, 11| 11 De weg van de zondaar is van stenen geëffend,
17 23, 7 | 7 De zondaar zal in zijn onvoorzichtigheid
18 28, 10| 10 Een zondaar ontroert vrienden, en onder
19 29, 19| 19 De zondaar keert een goede borgschap
20 29, 20| 20 De zondaar, wanneer men voor hem borg
21 29, 23| 23 Een zondaar overtredende de geboden
22 33, 15| de godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen
23 33, 15| tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de godvrezende man;
24 39, 31| dingen zijn, zo worden ze de zondaar in kwaad verkeerd.~
|