Chapter, Verse
1 4, 14| vasthoudt zal eer beërven, en waar zij ingaat, die zal de Here
2 4, 23| de gelegenheid des tijds waar, en wacht u van het boze.~
3 8, 19| het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij
4 11, 5 | hebben op de vloer gezeten en waar men niet op verdacht was,
5 15, 16| voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.~
6 18, 33| zijn van uw eigen leven, waar men van spreken zal.~ ~
7 19, 20| en daar is geen kloekheid waar de raad der zondaren is.~
8 21, 31| besmet zijn eigen ziel, en waar hij ook zou mogen gaan wonen,
9 23, 28| worden, en gegrepen worden waar hij het niet heeft gemeend.~
10 27, 12| de onverstandigen de tijd waar, maar houd u steeds onder
11 29, 28| andere te vertrekken, want waar gij bij wonen zult, daar
12 32, 5 | 5 Waar men toeluistert, giet daar
13 32, 10| maak u hun niet gelijk, en waar oude lieden zijn, heb niet
14 33, 31| oprijzende weg zou lopen, waar zult gij hem zoeken?~ ~
15 36, 26| gelijk is, en een pilaar waar hij op rusten mag.~
16 36, 27| 27 Waar geen heining is, daar wordt
17 36, 27| men bezit verscheurd, en waar geen vrouw is, daar zal
18 36, 28| heeft, en neemt herberg waar hij ook des avonds is.~ ~
19 41, 23| ongerechtigheid, en voor de plaats, waar gij als vreemdeling woont,
20 42, 7 | vrouw is verzegelen goed, en waar veel handen zijn sluit daar
21 43, 30| Willen wij hem verheerlijken, waar zullen wij het vermogen?
22 45, 19| om tegelijk zijn dienst waar te nemen, en het priesterschap
23 50, 5 | de uitgang uit het huis waar het voorhangsel voorhangt.~
|