Chapter, Verse
1 2, 1 | 1 MIJN kind, indien gij komt om de Here te dienen, zo
2 3, 12| 12 Want de eer des mensen komt hem uit de eer zijns vaders,
3 5, 17| een bezwaarlijke schaamte komt over een dief, en een schadelijke
4 7, 13| gedurig plegen der zelve komt niet ten goede.~
5 9, 17| 17 En indien gij tot hem komt zo vergrijp u niet, opdat
6 11, 31| een bespieden die daarover komt om te doen vallen.~
7 19, 18| de wijsheid die van hem komt verkrijgt liefde; kennis
8 21, 6 | zijn oren, en zijn oordeel komt haastig.~
9 24, 22| 22 Komt herwaarts tot mij, gij die
10 27, 9 | gelijken, en de waarheid komt weder tot degenen, die haar
11 27, 28| niet weten vanwaar het hem komt.~
12 28, 13| zal zij uitgaan; en dit komt beide uit uw mond.~
13 33, 7 | dagen in het jaar van de zon komt?~
14 35, 6 | en de goede reuk daarvan komt voor de Allerhoogste.~
15 37, 3 | O boze gedachte, vanwaar komt gij gerold om de aarde met
16 37, 31| 31 Want door veel spijs komt ziekte, en de onverzadelijkheid
17 38, 8 | hebben geen einde, en van hem komt gezondheid op de aardbodem.~
18 38, 19| 19 Want van droefheid komt de dood, en droefheid des
19 39, 15| duizend anderen; en indien hij komt te rusten, zo verkrijgt
20 40, 8 | vee, doch over de zondaars komt tot deze dingen zevenvoudig
21 41, 18| die niet te voorschijn komt, wat nuttigheid heeft men
22 42, 16| 16 Want van de klederen komt de mot voort, en van de
23 45, 31| erfdeel des konings heeft, en komt van de ene zoon alleen tot
|