Chapter, Verse
1 4, 25| is een beschaamdheid, die zonde aanbrengt, en daar is een
2 7, 2 | van de ongerechtige, en de zonde zal van u wijken.~
3 7, 8 | 8 Bind een zonde niet tweemaal aan, want
4 8, 6 | Verwijt geen mens die zich van zonde afkeert; gedenk dat wij
5 10, 14| hovaardigheid is een beginsel der zonde, en die daarbij blijft,
6 13, 29| is goed, bij welke geen zonde is, en de armoede is kwaad
7 19, 8 | anderen, en indien het u geen zonde is, zo openbaar het niet.~
8 20, 1 | gram te zijn; en wie zijn zonde bekent, die zal voor schade
9 21, 1 | gezondigd, doe daar geen zonde meer bij, en bid de vorige
10 21, 2 | 2 Vlied voor de zonde gelijk voor een slang, want
11 23, 9 | de heilige noemt, van de zonde niet gereinigd.~
12 23, 11| Indien hij mishandelt, zijn zonde is op hem, en indien hij
13 23, 15| want daarin is schuld der zonde.~
14 25, 29| de vrouw is het begin der zonde, en om harentwil sterven
15 26, 32| gerechtigheid wederkeert tot zonde; de Here zal hem tot het
16 26, 33| gerechtvaardigd worden van zonde.~ ~
17 27, 2 | vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen verkopen en kopen
18 27, 10| op de jacht, zo loert de zonde op degenen, die boosheid
19 27, 13| bestaat in dartelheid der zonde.~
20 34, 20| goddelozen, en wordt over de zonde door menigte der slachtoffers
21 38, 10| reinig uw hart van alle zonde.~
22 47, 27| en gaf Efraïm een weg der zonde, en hun zonden vermenigvuldigden
|