Chapter, Verse
1 1, 22| hevigheid zijns toorns is hem ten val.~
2 1, 23| een tijdlang verdragen, en ten laatste zal hem de vrolijkheid
3 3, 14| begeeft, zo houd hem dat ten goede, en wacht u met al
4 5, 15| des mensen tong brengt hem ten val.~
5 6, 29| 29 Want ten laatste zult gij haar rust
6 7, 13| plegen der zelve komt niet ten goede.~
7 11, 12| oog des Heren ziet op hem ten goede, en richt hem op uit
8 12, 12| zitplaats in te nemen, en gij ten laatste mijn woorden gewaar
9 13, 30| zijn aangezicht, het zij ten goede of ten kwade, en een
10 13, 30| aangezicht, het zij ten goede of ten kwade, en een hart in genoegen
11 19, 14| gezegd heeft, dat hij het ten tweeden male niet zegge.~
12 23, 30| ongehoorzaam geweest, en ten tweede heeft zij kwalijk
13 23, 30| gehandeld jegens haar man, en ten derde heeft zij in hoererij
14 26, 31| 31 Als een krijgsman ten laatste armoe gaat lijden;
15 30, 10| geen smart overkome, en gij ten laatste op uw tanden bijt.~
16 31, 24| veracht mij niet, en gij zult ten laatste de waarheid mijner
17 34, 7 | verleid, en die daarop hoop ten, zijn gevallen.~
18 45, 25| eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.~
19 46, 9 | 9 En ten tijde van Mozes deed hij
20 46, 17| Door zijn geloof is hij ten volle bevonden een profeet,
21 50, 22| 22 En zij baden ten tweeden male aan, om de
22 51, 13| de dag der verdrukking, ten tijde als ik geen hulp had
|