Chapter, Verse
1 2, 6 | u helpen, maak uw wegen recht, en hoop op hem.~
2 5, 13| oprechtheid, en geef een recht antwoord met lankmoedigheid.~
3 6, 17| Here vreest, gedraagt zich recht in zijn vriendschap; want
4 10, 26| 26 Het is niet recht dat men een arme onteert
5 13, 25| onbetamelijke dingen gesproken, men recht vaardigt hem evenwel.~
6 19, 23| genade verandert, om het recht te doen blijken, en menigeen
7 24, 34| hof wateren, en mijn op. recht tuinbeddeken begieten.~
8 27, 8 | 8 Indien gij hetgeen recht is najaagt, zo zult gij
9 32, 17| vrezen, zullen vinden dat recht is, en zullen gerechtigheden
10 35, 18| rechtvaardige zal oordelen en recht doen.~
11 35, 22| zal hebben geoordeeld het recht van zijn volk, en hen doen
12 37, 16| opdat de waarheid uw weg recht make.~
13 38, 10| misdaden, en houd de hand recht, en reinig uw hart van alle
14 38, 39| en het verbond van het recht verstaan zij niet, en brengen
15 38, 39| brengen geen onderwijzing en recht te voorschijn.~
16 39, 10| zijn raadslag en wetenschap recht, en overlegt zijn verborgen
17 39, 28| Zijn wegen zijn de heiligen recht, gelijkerwijs zij de goddelozen
18 41, 30| 30 Gij zult recht schaamachtig zijn, en gunst
19 42, 10| 10 En gij zult recht onderwezen, en bij een ieder,
20 49, 3 | 3 Hij heeft zich recht gedragen in de bekering
21 49, 11| bracht terecht die hun wegen recht maakten.~
22 51, 20| 20 Mijn voet is recht heengegaan; van mijn jeugd
|