Chapter, Verse
1 4, 2 | hongerige ziel niet, en stel niemand uit zijn behoefte.~
2 4, 5 | uw ogen niet af, en geef niemand oorzaak u te vervloeken.~
3 8, 7 | 7 Onteer niemand in zijn ouderdom, want ook
4 8, 15| 15 Leen niemand die machtiger is dan gij,
5 11, 2 | 2 Prijs niemand vanwege zijn schoonheid,
6 11, 29| 29 Spreek niemand zalig voor zijn dood; ook
7 15, 20| 20 Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn,
8 15, 20| goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.~ ~
9 18, 8 | ontslapen van een ieder kan van niemand berekend worden.~
10 18, 15| tot berisping, en bedroef niemand met boze woorden, als gij
11 23, 24| de muren bedekken mij, en niemand ziet mij, wat vrees ik?
12 27, 7 | 7 Prijs niemand eer hij spreekt, want hieraan
13 27, 25| zulk een zeer, en vergelijk niemand bij hem, en de Here zal
14 36, 12| volken, die zeggen: Daar is niemand behalve wij.~
15 37, 14| uws harten, want gij hebt niemand getrouwer dan hem.~
16 38, 41| 41 In het algemeen, niemand wordt wijs behalve degene
17 39, 22| in zijn gebod, en daar is niemand die verminderen zal hetgeen
18 44, 20| menigte der volken, en daar is niemand gevonden hem gelijk in zijn
19 45, 16| 16 En niemand deed ooit deze klederen
20 46, 21| schoenen toe, heb ik van niemand ontvangen; en geen mens
21 48, 13| bewogen door de oversten, en niemand heeft hem met geweld onderdrukt.~
|