Chapter, Verse
1 4, 15| haar dienen, die zullen de heilige dienen, en die haar liefhebben,
2 7, 33| en de eerstelingen der heilige dingen.~
3 14, 21| die met zijn verstand van heilige dingen spreekt.~
4 23, 8 | zweren, en gewen u niet de heilige te noemen.~
5 23, 9 | die zweert en doorgaans de heilige noemt, van de zonde niet
6 24, 10| neem ik niet af; in een heilige tabernakel heb ik in zijn
7 24, 20| vrees, en der kennis, en der heilige hoop;~
8 26, 18| 18 Gelijk het licht op de heilige kandelaar glinstert, zo
9 36, 15| Bewijs barmhartigheid aan uw heilige stad Jeruzalem, welke de
10 43, 11| 11 Door de woorden van de heilige worden zij gesteld tot een
11 45, 12| 12 Met een heilige gouden, en hemelsblauwe
12 45, 18| gevuld, en heeft hem met heilige olie gezalfd.~
13 45, 30| zijn een voorstander der heilige dingen, en dat hij en zijn
14 47, 9 | hij deed gaf hij God, de heilige en Allerhoogste, de eer,
15 47, 12| zij zouden prij zen zijn heilige naam, en van des morgens
16 48, 13| Elisa werd vervuld met de Heilige Geest; en in zijn dagen
17 48, 23| 23 En de heilige uit de hemel verhoorde hen,
18 49, 8 | Die hebben de uitverkoren, heilige stad verbrand, en haar wegen
19 49, 14| weder hebben gebouwd, en de heilige tempel opgericht, welke
20 50, 11| In het opklimmen tot het heilige altaar verheerlijkte hij
21 50, 11| altaar verheerlijkte hij de heilige kleding.~
|