Chapter, Verse
1 4, 32| Onderwerp uzelf aan geen dwaas mens, en neem de persoon
2 8, 18| en gij zoudt door zijn dwaas heid mee vergaan.~
3 8, 20| 20 Beraad u niet met een dwaas, want hij zal geen zaak
4 16, 23| overlegt deze dingen, maar een dwaas man, verdwaald zijnde, overlegt
5 18, 26| voor mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet waarnemen.~
6 19, 11| 11 Een dwaas zal smarten lijden vanwege
7 19, 12| woord in de buik van een dwaas.~
8 20, 16| 16 Een dwaas zal zeggen: Ik heb geen
9 21, 16| 16 Het binnenste van de dwaas is gelijk een gebroken vat,
10 21, 19| 19 De vertelling van een dwaas is gelijk een last op de
11 21, 21| zo is de vrijheid van de dwaas, en de kennis van de onverstandige
12 21, 23| 23 Een dwaas verheft zijn stem in het
13 21, 25| 25 De voet van de dwaas is haastig tot een huis
14 22, 8 | 8 Wie een dwaas leert, die lijmt scherven
15 22, 9 | 9 Wie een dwaas wat vertelt, die vertelt
16 22, 10| begeven. Beween ook een dwaas, want het verstand heeft
17 22, 12| 12 Want het leven van een dwaas is boven de dood.~
18 22, 13| zeven dagen, maar over een dwaas en goddeloze al de dagen
19 22, 22| hart in de gedachte van de dwaas tegen geen vrees bestaan.~
20 27, 11| is altijd wijs, maar de dwaas verandert gelijk de maan.~
21 42, 9 | gij een onverstandige en dwaas onderwijst, en een geheel
|