Chapter, Verse
1 4, 23| waar, en wacht u van het boze.~
2 6, 1 | vriend, want zulk een zal een boze naam, schaamte en verwijt
3 6, 4 | 4 Een boze ziel zal verderven degene
4 9, 1 | leer haar tegen uzelf geen boze onderwijzing.~
5 11, 34| boosdoener, want hij smeedt boze dingen; dat hij u niet te
6 14, 9 | de ongerechtigheid van de boze doet zijn ziel uitdrogen.~
7 18, 15| en bedroef niemand met boze woorden, als gij om iets
8 20, 8 | heeft een welbehagen in boze dingen, en menige vond strekt
9 25, 20| draak, dan te wonen bij een boze vrouw.~
10 25, 27| 27 Een boze vrouw veroorzaakt een neergebogen
11 25, 30| geen doortocht, noch de boze vrouw vrijheid om uit te
12 26, 8 | 8 Een boze vrouw is gelijk een juk
13 27, 23| het oog wenkt, die smeedt boze dingen, en wie die kent
14 28, 24| 24 Haar dood is een boze dood, en het graf is nuttiger
15 37, 3 | 3 O boze gedachte, vanwaar komt gij
16 41, 14| vanwege hun lichamen, doch de boze naam der mensen zal uitgewist
17 42, 6 | 6 Noch dat gij een boze huisknecht zijn zijde doet
18 42, 7 | 7 Bij een boze vrouw is verzegelen goed,
19 42, 22| hij, en is bedacht op de boze aanslagen derzelve.~
20 46, 9 | niet zou zondigen en om de boze murmurering te stillen.~
21 51, 15| en mij getrokken uit de boze tijd.~
|