Chapter, Verse
1 9, 6 | niet over, opdat gij uw erfdeel niet verliest.~
2 17, 9 | de wet des levens tot een erfdeel gegeven, opdat zij zouden
3 19, 3 | zullen de maden en wormen tot erfdeel hebben, en hij zal uitdrogen
4 22, 28| bij hem, opdat gij zijn erfdeel moogt erven, want de geringe
5 23, 13| niet gevonden worden in het erfdeel Jakobs.~
6 24, 12| deel des Heren, dat is zijn erfdeel.~
7 24, 26| Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen van
8 36, 13| Jakobs, en stel hen in hun erfdeel, gelijk van het begin.~
9 41, 9 | 9 Het erfdeel van de kinderen der zondaars
10 42, 3 | reizen; noch de vrienden hun erfdeel te geven.~
11 44, 12| hun zaad blijft een goed erfdeel; hun nakomelingen zijn in
12 44, 23| der aarde; en dat zij een erfdeel zouden bezitten van de ene
13 44, 25| zijn zegeningen, en hem een erfdeel gegeven, en heeft zijn deel
14 45, 25| vermeerderd, en hem een erfdeel gegeven, de eerstelingen
15 45, 27| land des volks had hij geen erfdeel, en kreeg geen deel onder
16 45, 31| uit de stam van Juda het erfdeel des konings heeft, en komt
17 45, 31| tot de andere; zo is het erfdeel des priesterdoms Aäron toegelegd
18 46, 2 | tot de bezitting van zijn erfdeel.~
19 46, 10| om hen te brengen in het erfdeel, in het land dat van melk
20 46, 11| en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.~
|