Chapter, Verse
1 12, 12| tijd u omgekeerd hebbende, zichzelf stelle op uw plaats, en
2 14, 5 | 5 Die tegen zichzelf kwaad is, wie zal hij goed
3 14, 6 | geen bozer mens dan die zichzelf wangunstig is, en dat is
4 18, 26| dagen der zonden wacht hij zichzelf voor mishandeling, maar
5 20, 6 | heeft men een gruwel, en die zichzelf te veel macht aanneemt,
6 20, 12| 12 De wijze zal zichzelf met woorden lieftallig maken,
7 20, 27| 27 Een wijze bevordert zichzelf door woorden, en een voorzichtig
8 21, 9 | die is gelijk een die voor zichzelf stenen vergadert tot een
9 23, 23| aftreedt van zijn bed, zegt bij zichzelf: Wie ziet mij?~
10 24, 1 | 1 DE wijsheid prijst zichzelf, en in het midden van haar
11 28, 1 | 1 WIE zichzelf wreekt, die zal van de Here
12 31, 4 | 4 De arme bemoeit zichzelf als zijn leeftocht vermindert,
13 32, 19| gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder raad.~
14 34, 28| daarmee gevorderd dat hij zichzelf vernederd heeft?~ ~
15 37, 8 | maar menigeen geeft voor zichzelf raad.~
16 37, 9 | behoefte is, want hij zal zichzelf raad geven, opdat hij niet
17 37, 23| 23 Menigeen is wijs voor zichzelf, en de vruchten van zijn
18 40, 26| vermindering, en hij behoeft voor zichzelf geen hulp te zoeken.~
19 41, 4 | alle dingen bezig is, en zichzelf mistrouwt, en de lijdzaamheid
|