Chapter, Verse
1 1, 19| 19 De wijsheid giet de wetenschap en de kennis van het verstand
2 1, 25| wijsheid zijn gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid
3 10, 28| vrijen dienen; en een man van wetenschap zal niet murmureren als
4 10, 33| verheerlijkt vanwege zijn wetenschap, en een rijke wordt verheerlijkt
5 11, 15| 15 Wijsheid en wetenschap, en kennis der wet is van
6 16, 24| Hoor mij, mijn kind en leer wetenschap, en let met uw hart op mijn
7 16, 25| brengen van gewicht, en zijn wetenschap verkondigen met naarstigheid.~
8 17, 6 | hart om te overleggen; met wetenschap des verstands heeft hij
9 17, 9 | heeft hun nog toegelegd wetenschap, en hun de wet des levens
10 19, 20| 20 De wetenschap der boosheid is geen wijsheid,
11 26, 14| vermaakt haar man, en haar wetenschap maakt zijn benen vet.~
12 32, 4 | betaamt u, doch met ernstige wetenschap, en gij zult het snarenspel
13 33, 11| de Here door zijn grote wetenschap onderscheiden, en hun wegen
14 38, 3 | 3 De wetenschap van de geneesheer verhoogt
15 38, 6 | 6 Hij heeft de mensen wetenschap gegeven, om in zijn wonderen
16 39, 10| Hij maakt zijn raadslag en wetenschap recht, en overlegt zijn
17 42, 23| de Allerhoogste kent alle wetenschap, en ziet op de tekenen der
18 45, 6 | de wet des levens en der wetenschap; deze heeft Jakob het verbond
19 50, 27| van het verstand en der wetenschap; welke de wijsheid als een
|