Chapter, Verse
1 1, 31| 31 Want de Here zal al uw verborgen dingen openbaren, en u in
2 3, 24| het is u niet van node, verborgen dingen met ogen te zien.~
3 4, 21| 21 En zal hem haar verborgen dingen openbaren.~
4 11, 4 | zijn werken zijn de mensen verborgen.~
5 12, 7 | en de vijand wordt niet verborgen in tegenspoed.~
6 16, 21| zijner werken is voor ons verborgen.~
7 17, 13| 13 Hun wegen zullen niet verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde
8 17, 16| ongerechtigheden zijn niet verborgen voor hem, en al hun zonden
9 20, 30| 30 Wijsheid die verborgen is, en een schat die niet
10 22, 26| en openbaring van hetgeen verborgen is, en bedriegelijke verwonding,
11 39, 3 | 3 Hij onderzoekt verborgen spreekwoorden, en in raadselen
12 39, 10| recht, en overlegt zijn verborgen dingen.~
13 39, 23| aangezicht, en daar kan niets verborgen worden voor zijn ogen.~
14 41, 18| 18 De wijsheid, die verborgen is, en een schat, die niet
15 41, 29| gehoord hebt, en te openbaren verborgen zaken;~
16 42, 24| ontdekt de voetstappen der verborgen dingen.~
17 42, 25| voor hem ook niet een woord verborgen.~
18 43, 35| 35 Daar zijn nog vele verborgen dingen meer dan deze; wij
19 48, 28| tot in eeuwigheid, en de verborgen dingen eer ze geschiedden.~ ~
|