Chapter, Verse
1 11, 20| 20 Sta in uw verbond, en verkeer daarin, en word
2 14, 12| niet zal vertoeven, en het verbond des grafs is u niet getoond.~
3 14, 18| gelijk een kleed, want het verbond van de eeuw aan is dit:
4 16, 22| zal ze verdragen? Want het verbond is verre, en onderzoeking
5 17, 10| 10 Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht,
6 28, 8 | tegen de naaste, en aan het verbond des Allerhoogsten, en overzie
7 38, 39| zitten zij niet, en het verbond van het recht verstaan zij
8 39, 11| voorschijn, en in de wet van het verbond des Heren roemt hij.~
9 41, 24| verachting van Gods waarheid en verbond; en met de elleboog te liggen
10 42, 2 | des Allerhoogsten en het verbond, en vanwege het oordeel,
11 44, 20| heeft, en met hem in een verbond geweest is.~
12 44, 21| vlees heeft de Here het verbond opgericht, en in de verzoeking
13 44, 24| zegen aller mensen, en het verbond, en heeft het doen rusten
14 45, 6 | wetenschap; deze heeft Jakob het verbond geleerd, en Israël zijn
15 45, 8 | heeft met hem een eeuwig verbond opgericht, en hem gegeven
16 45, 19| hem geweest tot een eeuwig verbond, en zijn zaad zolang de
17 45, 30| zijn volk opgericht een. verbond des vredes, dat hij zou
18 45, 31| 31 En gelijk, volgens het verbond opgericht met David, een
19 47, 13| en heeft hem gegeven het verbond des koninkrijks, en de troon
|