Chapter, Verse
1 7, 7 | niet tegen de menigte der stad, en begeef uzelf niet onder
2 9, 7 | niet om in de straten der stad, en dwaal niet om in de
3 9, 18| doorgaat, en op de tinnen der stad wandelt.~
4 9, 22| verschrikkelijk in zijn stad, en die te voortvarend is
5 10, 2 | gelijk de voorganger der stad is, zo zijn allen die deze
6 10, 3 | volk verderven, maar een stad zal door verstand der machtigen
7 16, 5 | een verstandige zal een stad met inwoners bezet worden;
8 23, 28| Deze zal op de straten der stad gewroken worden, en gegrepen
9 24, 11| bevestigd. In een geheiligde stad heeft hij mij insgelijks
10 26, 6 | 6 De lastering ener stad, en de vergadering van het
11 31, 27| over die murmureert de stad, en de getuigenis zijner
12 36, 15| barmhartigheid aan uw heilige stad Jeruzalem, welke de plaats
13 36, 28| betrouwen, die uit de ene stad in de andere sluipt; zo
14 38, 38| 38 Zonder hen zal geen stad gebouwd worden, en men zal
15 40, 18| Kinderen, en opbouw der stad onderstutten de naam.~
16 42, 14| vrolijk zijn, dat men in de stad van u spreke en het volk
17 48, 19| 19 Hiskia maakte zijn stad vast, en leidde water in
18 49, 8 | de uitverkoren, heilige stad verbrand, en haar wegen
19 50, 5 | 5 Gij hebt de stad sterk gemaakt en omgekeerd,
|