Chapter, Verse
1 1, 14| fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.~
2 10, 22| Here vrezen zijn een gewis zaad, en die Hem liefhebben een
3 10, 22| achten, zijn een schandelijk zaad; die de geboden overtreden
4 10, 22| overtreden een afdwalend zaad.~
5 26, 21| hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende op uw edel
6 41, 9 | zondaars vergaat, en bij hun zaad blijft gedurig versmaadheid.~
7 44, 12| 12 Bij hun zaad blijft een goed erfdeel;
8 44, 13| 13 Hun zaad is in de verbonden, en hun
9 44, 14| der eeuwigheid blijft hun zaad, en hun heerlijkheid zal
10 44, 22| ken zou zegenen in zijn zaad;~
11 45, 19| eeuwig verbond, en zijn zaad zolang de hemel dagen zal
12 45, 26| Heren, welke hij hem en zijn zaad gegeven heeft.~
13 45, 30| dingen, en dat hij en zijn zaad de grote heerlijkheid des
14 45, 31| Aäron toegelegd en zijn zaad.~
15 46, 11| hoogste van het land, en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.~
16 47, 22| schandvlek aangehangen, en uw zaad ontheiligd, en over uw kinderen
17 47, 24| ook niet uit, en nam het zaad desgenen, die hem had liefgehad,
18 47, 26| vaderen, en liet na van zijn zaad een zeer dwaze onder het
|