Chapter, Verse
1 6, 35| iemand wijs, hang hem aan; wil alle Goddelijke verklaring
2 7, 13| 13 Wil niet liegen enigerlei leugen,
3 7, 18| middelmatig ding, het zij wat het wil, noch een oprechte broeder
4 8, 18| want hij zal naar zijn wil doen, en gij zoudt door
5 12, 17| als een mens die helpen wil, zal hij uw hiel doorklieven.~
6 16, 18| en is, die is door zijn wil.~
7 18, 2 | en alle dingen zijn zijn wil gehoorzaam. Want hij is
8 23, 5 | behoud hem die u altijd wil dienen; laat mij de begeerte
9 29, 13| uws vriends en broeders wil, en verberg dat niet onder
10 31, 1 | HET waken om des rijkdoms wil doet het vlees verdwijnen,
11 31, 6 | gebonden geworden om des gouds wil, en hun verderf is geweest
12 32, 18| bestraffing, en naar zijn wil vindt hij uit hetgeen hem
13 37, 5 | zijn vriend om des buiks wil, en neemt een schild tegen
14 38, 18| of twee, om der lastering wil, en troost u vanwege de
15 39, 8 | 8 Indien die grote Here wil, zo zal hij met de geest
16 39, 22| zal hetgeen hij behouden wil.~
17 43, 18| 18 Door zijn wil blaast de zuidenwind, en
18 44, 24| om Abraham, zijns vaders wil, de zegen aller mensen,
|