Chapter, Verse
1 6, 4 | degene die haar bezit, en zal maken dat de vijanden over haar
2 11, 22| onvoorziens een arme rijk te maken.~
3 12, 11| tot het einde toe verroest maken kan.~
4 13, 8 | met zijn spijs beschaamd maken, totdat hij u uitledige
5 15, 10| Here zal die voorspoedig maken.~
6 17, 13| steen en geen vlesen kunnen maken.~
7 18, 31| die u benijden een vreugde maken.~
8 20, 12| zichzelf met woorden lieftallig maken, maar de aangenaamheid der
9 27, 24| zal hij anders spreken, en maken dat in uw woorden aanstoot
10 32, 15| en die zich vroeg tot Hem maken, zullen vinden wat hun wel
11 34, 1 | leugenachtig, en dromen maken vleugelen voor de onwijze.~
12 38, 27| hart begeven om voren te maken, en zal waken om de koeien
13 38, 29| blijft om verscheiden werk te maken.~
14 38, 30| hart om de schilderij na te maken, en waakt om het werk te
15 43, 34| vertellen? en wie zal hem groot maken gelijk hij is?~
16 45, 11| rondom heen, om geluid te maken met geklank in het gaan;
17 45, 11| gaan; en een gerucht te maken dat men horen kon in de
18 47, 11| geluid een zoete toon te maken, en dagelijks God te prijzen
|