Chapter, Verse
1 10, 20| 20 En heeft hun gedachtenis doen ophouden van de aarde.~
2 23, 33| 33 Haar gedachtenis zal zij tot een vervloeking
3 24, 23| 23 Want mijn gedachtenis is zoeter dan honig, en
4 35, 7 | mans is aangenaam, en de gedachtenis daarvan zal niet vergeten
5 38, 11| welriekende reuk, en een gedachtenis van meelbloem, en breng
6 38, 24| dode rust, zo laat ook zijn gedachtenis rusten, en troost u over
7 39, 13| 13 Zijn gedachtenis zal niet vergaan, en zijn
8 41, 1 | O dood, hoe bitter is de gedachtenis van u, voor een mens, die
9 44, 10| enigen zijn er waarvan geen gedachtenis is, en die vergaan zijn
10 45, 1 | de mensen bemind, wiens gedachtenis is in zegening.~
11 45, 11| de tempel, en dat tot een gedachtenis mocht dienen de kinderen
12 45, 13| graveerders; waarin tot een gedachtenis geschreven en gegraveerd
13 45, 20| en welriekende reuk tot gedachtenis, om verzoening te doen voor
14 46, 13| afgekeerd van de Here, hun gedachtenis is ook gezegend.~
15 49, 1 | 1 DE gedachtenis van Josia, is als een tezamen
16 49, 12| 12 Ook de gedachtenis der twaalf profeten zij
17 49, 15| uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis vele malen wordt verhaald,
18 50, 17| een groot geschal, tot een gedachtenis voor de Aller hoogste.~
|