Chapter, Verse
1 1, 5 | haar wegen zijn eeuwige geboden.~
2 1, 26| tot wijsheid, zo bewaar de geboden, en de Here zal u deze verlenen,~
3 6, 37| 37 Overdenk de geboden des Heren volkomen, en oefen
4 10, 22| schandelijk zaad; die de geboden overtreden een afdwalend
5 15, 15| Indien gij wilt, gij zult de geboden houden en het geloof om
6 15, 20| 20 Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn, en heeft
7 17, 12| ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk een van zijn
8 19, 18| verkrijgt liefde; kennis der geboden des Heren is onderwijzing
9 23, 34| iemand acht neemt op de geboden Gods.~
10 28, 7 | en dood, maar blijf in de geboden.~
11 28, 8 | 8 Gedenk aan de geboden, en oefen geen vijandschap
12 29, 1 | zijn hand, die houdt de geboden.~
13 29, 14| 14 Leg uw schat naar de geboden des Allerhoogsten, en hij
14 29, 23| zondaar overtredende de geboden des Heren zal in borgschap
15 32, 23| is een onderhouding der geboden.~
16 35, 1 | offeranden genoeg; wie op de geboden acht heeft, die offert een
17 37, 13| wie gij weet dat hij de geboden des Heren bewaart, die gezind
18 48, 25| profeet in zijn gezicht geboden had.~
|