Chapter, Verse
1 8, 6 | afkeert; gedenk dat wij allen strafwaardig zijn.~
2 8, 8 | grootste vijand, gedenk dat wij allen sterven zullen.~
3 10, 2 | voorganger der stad is, zo zijn allen die deze bewonen.~
4 12, 13| slang gebeten is? en over allen die tot de wilde dieren
5 13, 27| spreekt, en zij zwijgen allen, en verhogen zijn rede tot
6 24, 7 | 7 Bij deze allen heb ik rust gezocht, om
7 25, 29| om harentwil sterven wij allen.~
8 26, 7 | met de tong geselt, en bij allen overbrengt, die is een hartzeer
9 26, 27| eigen man eert, zal door allen voor wijs gehouden worden,
10 26, 27| de man onteert, zal van allen gekend worden, dat zij door
11 29, 3 | getrouw en gij zult hem te allen tijde uw behoefte vinden.~
12 36, 19| van Aäron over uw volk, en allen die op aarde wonen zullen
13 37, 25| vervuld worden met zegen, en allen die hem zien, zullen hem
14 37, 29| 29 Want alle dingen zijn allen niet nut, en ieder neemt
15 40, 1 | wederkeren in de moeder van allen.~
16 41, 20| dingen worden niet door allen in getrouwheid goed gekend.~
17 45, 16| uit hem geboren waren te allen tijde.~
18 49, 5 | Hiskia, en Josia, hebben zij allen misdaden begaan.~
|