1-500 | 501-554
Chapter, Verse
501 44, 25| deel gescheiden in stammen, die hij verdeeld heeft in twaalf.~
502 44, 26| man der barmhartigheid, die gunst gevonden heeft in
503 45, 16| ooit deze klederen aan, die uit een ander geslacht was,
504 45, 16| behalve alleen zijn zonen, en die uit hem geboren waren te
505 45, 22| benijd in de woestijn; mannen die het met Dathan en Abiram
506 46, 2 | te doen aan de vijanden die tegen hen opstonden, en
507 46, 7 | afkomen tot hen vernielde hij die tegenstonden.~
508 46, 11| Here gaf Kaleb sterkte, die hem bijbleef tot in zijn
509 47, 6 | Allerhoogste Here aan, en die gaf hem in zijn rechterhand
510 47, 6 | dat hij weg nam een mens, die machtig, was in de oorlog,
511 47, 8 | tot niet de Filistijnen die tegen hem waren, tot op
512 47, 10| lofzangen, en had degene lief die hem gemaakt had.~
513 47, 12| feesten ingesteld dingen die wel staan, en de bestemde
514 47, 20| de God der ganse aarde, die bij genaamd wordt de God
515 47, 24| en nam het zaad desgenen, die hem had liefgehad, niet
516 47, 26| verstand, namelijk Rehabeäm, die het volk deed afvallen door
517 47, 27| Jerobeäm, de zoon van Nebat, die maakte Israël zondigende,
518 48, 5 | 5 Gij, die een dode uit de dood hebt
519 48, 6 | afgevoerd in het verderf, en die verheven waren tot eer,
520 48, 7 | 7 Gij, die op Sinaï gehoord hebt de
521 48, 8 | 8 Gij, die koningen hebt gezalfd, dat
522 48, 8 | zouden vergelden, en profeten die na u zouden volgen.~
523 48, 9 | 9 Gij, die opgenomen zijt geweest door
524 48, 11| 11 Zalig zijn zij die u gezien hebben, en die
525 48, 11| die u gezien hebben, en die in liefde ontslapen zijn.~
526 48, 13| 13 Elia is het, die bedekt werd met een draaiwind;
527 48, 25| zijn vader, gelijk Jesaja die grote en eerwaardige profeet
528 48, 27| dingen, en troostte degenen die treurden in Sion.~
529 49, 8 | 8 Die hebben de uitverkoren, heilige
530 49, 10| 10 Ezechiël is het, die een heerlijk gezicht zag,
531 49, 11| plasregen, en bracht terecht die hun wegen recht maakten.~
532 49, 14| Jesua de zoon van Josadak, die in hun dagen het huis weder
533 49, 15| vele malen wordt verhaald, die ons de vervallen muren heeft
534 50, 10| Gelijk een schone olijfboom, die vruchten voortspruit; en
535 50, 10| gelijk een cypresseboom, die verhoogd is tot aan de wolken;
536 50, 16| reuk voor de Allerhoogste, die koning is over alles.~
537 50, 23| dankt de God aller dingen, die alleen grote dingen doet
538 50, 23| grote dingen doet overal, die onze dagen verhoogt van
539 50, 23| van moeders schoot af, en die riet ons handelt naar zijn
540 50, 26| 26 Die hun zitplaats hebben op
541 50, 26| berg van Samaria, en lieden die in der Filistijnen land
542 50, 28| 28 Zalig is hij, die zich in deze dingen. oefenen
543 50, 28| dingen. oefenen zal, en die ze ter harte neemt, zal
544 51, 1 | ik zal u prijzen, o God, die mijn zaligmaker zijt.~
545 51, 3 | van de lippen dergenen die leugens oefenen; en tegen
546 51, 3 | oefenen; en tegen degenen die zich tegen mij stelden,
547 51, 4 | van uw naam, uit de tanden die bereid waren om mij te verslinden;~
548 51, 5 | 5 Uit de hand dergenen die mijn ziel zochten; uit de
549 51, 5 | uit de vele verdrukkingen, die ik gehad heb;~
550 51, 11| 11 Dat gij degenen die lijdzaam verbeiden uithelpt,
551 51, 19| geweest, gelijk over een druif die na het bloeisel rijp wordt.~
552 51, 23| 23 Degene die mij wijsheid geeft, die
553 51, 23| die mij wijsheid geeft, die zal ik macht toeschrijven.~
554 51, 31| 31 Gemaakt tot mij, gij die niet onderwezen zijt, en
1-500 | 501-554 |