1-500 | 501-548
Chapter, Verse
501 48, 15| 15 En in zijn leven deed hij wonderen,
502 48, 15| leven deed hij wonderen, en in zijn dood waren zijn werken
503 48, 17| volk over, en een overste in het huis van David.~
504 48, 19| stad vast, en leidde water in het midden daarvan; hij
505 48, 20| 20 In zijn dagen trok Sanherib
506 48, 20| tegen Sion, en pochte zeer in zijn hoogmoed.~
507 48, 25| grote en eerwaardige profeet in zijn gezicht geboden had.~
508 48, 26| 26 In zijn dagen ging de zon achterwaarts,
509 48, 27| troostte degenen die treurden in Sion.~
510 48, 28| de toekomende dingen tot in eeuwigheid, en de verborgen
511 49, 2 | 2 Zij is zoet in de mond van een ieder als
512 49, 3 | heeft zich recht gedragen in de bekering des volks, en
513 49, 4 | richtte zijn hart tot de Here; in de dagen der onrecht vaardigen
514 49, 9 | kwalijk behandeld, hoewel hij in moeders lichaam was geheiligd
515 49, 10| hetwelk de Here hem toonde in de wagen der cherubim.~
516 49, 11| gedacht hij de vijanden in de plasregen, en bracht
517 49, 12| der twaalf profeten zij in zegening.~
518 49, 14| de zoon van Josadak, die in hun dagen het huis weder
519 49, 19| mensen, en Adam boven alles in de schepping.~ ~
520 50, 1 | de hogepriester, welke in zijn leven het huis des
521 50, 1 | heeft vermaakt, heeft ook in zijn dagen het volk bevestigd.~
522 50, 3 | 3 In zijn dagen waren de watervaten
523 50, 6 | waart gelijk de morgenster in het midden der wolken, gelijk
524 50, 7 | gelijk de bloem der rozen in de tijd der nieuwe bloemen;
525 50, 7 | gelijk een spruit van Libanon in de dagen van de zomer;~
526 50, 11| 11 In het opklimmen tot het heilige
527 50, 13| namelijk al de zonen van Aäron in hun heerlijkheid, en de
528 50, 13| offerande des Heren was in hun handen, in tegenwoordigheid
529 50, 13| Heren was in hun handen, in tegenwoordigheid der ganse
530 50, 18| Dan haastte al het volk in het gemeen, en viel op hun
531 50, 19| God met hun stemmen, en in het meeste geluid was een
532 50, 20| des Allerhoogsten, smeekte in hun gebed, voor het aangezicht
533 50, 21| Heren met zijn lippen, en om in zijn naam te roemen.~
534 50, 24| bidt dat het vrede worde in onze dagen in Israël, gelijk
535 50, 24| vrede worde in onze dagen in Israël, gelijk het in de
536 50, 24| dagen in Israël, gelijk het in de dagen der vorige eeuw
537 50, 24| barmhartigheid, en ons verlosse in onze dagen.~
538 50, 26| van Samaria, en lieden die in der Filistijnen land wonen,
539 50, 27| Sirach, van Jeruzalem heeft in dit boek op schrift gesteld
540 50, 28| 28 Zalig is hij, die zich in deze dingen. oefenen zal,
541 50, 30| 30 Geprezen zij de Here in der eeuwigheid. Dat geschiede,
542 51, 13| mij niet wilde verlaten in de dag der verdrukking,
543 51, 19| 19 Mijn hart is in haar verheugd geweest, gelijk
544 51, 24| Want ik heb gedacht om haar in het werk te stellen, en
545 51, 25| haar zeer gestreden, en in mij honger verwekt hebbende,
546 51, 27| ziel naar haar gericht, en in reiniging heb ik haar gevonden.~
547 51, 31| onderwezen zijt, en overnacht in het huis der onderwijzing.~
548 51, 36| gelds, en veel goud zult gij in haar bezitten.~
1-500 | 501-548 |