Chapter, Verse
1 1, 6 | ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?~
2 1, 8 | 8 De Here zelf heeft haar geschapen, en heeft
3 1, 8 | heeft haar geschapen, en heeft haar gezien en heeft haar
4 1, 8 | en heeft haar gezien en heeft haar geteld.~
5 1, 9 | 9 En heeft haar uitgegoten over al
6 1, 14| 14 Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament
7 2, 11| 11 Wie heeft op de Here betrouwd, en
8 2, 12| verlaten geworden? of wie heeft hem aangeroepen en is door
9 3, 2 | 2 Want de Here heeft de vader verheerlijkt over
10 3, 26| 26 Velen heeft hun ijdel vermoeden bedrogen,
11 3, 26| bedrogen, en boos achterdenken heeft hun gemoed doen wankelen;
12 4, 6 | hij horen, die hem gemaakt heeft,~
13 4, 13| Wie haar liefheeft, die heeft het leven lief, en die zich
14 4, 15| en die haar liefhebben, heeft de Here lief.~
15 6, 14| bescherming, en wie die gevonden heeft, die heeft een schat gevonden.~
16 6, 14| die gevonden heeft, die heeft een schat gevonden.~
17 7, 29| lief degene die u gemaakt heeft, en verlaat zijn dienaars
18 8, 3 | 3 Want het goud heeft velen verdorven, en heeft
19 8, 3 | heeft velen verdorven, en heeft de harten der koningen gebogen.~
20 9, 16| Verwijder van de mens die macht heeft om te doden, en gij zult
21 10, 13| van degene die hem gemaakt heeft.~
22 10, 15| 15 Daarom heeft de Here zeldzame straffen
23 10, 15| straffen over hen gebracht, en heeft hen eindelijk omgekeerd.~
24 10, 16| 16 De Here heeft de tronen der regeerders
25 10, 16| regeerders ternedergedrukt, en heeft zachtmoedigen in hun plaats
26 10, 19| 19 Hij heeft ze daaruit weggenomen, en
27 10, 19| ze daaruit weggenomen, en heeft ze verdorven.~
28 10, 20| 20 En heeft hun gedachtenis doen ophouden
29 10, 30| werkt, en in alles overvloed heeft, dan dat iemand pocht en
30 10, 30| pocht en gebrek aan brood heeft.~
31 11, 5 | men niet op verdacht was, heeft de kroon gedragen.~
32 11, 11| arbeidt, en zich haast, en heeft toch des te meer gebrek.~
33 11, 12| hem aan sterkte, en hij heeft grote armoede, en het oog
34 12, 11| zijn als die een spiegel heeft afgeveegd, en zult gewaar
35 13, 1 | de hovaardige gemeenschap heeft, wordt hem gelijk.~
36 13, 7 | 7 Heeft hij u nodig, zo zal hij
37 13, 18| 18 Ieder dier heeft zijns gelijke lief, en ieder
38 13, 18| gelijke lief, en ieder mens heeft zijn naaste lief.~
39 13, 25| een rijke struikelt, zo heeft hij velen, die hem ophelpen;
40 13, 25| velen, die hem ophelpen; heeft hij onbetamelijke dingen
41 13, 26| bekijft hem nog daartoe; hij heeft verstandige rede gesproken,
42 14, 2 | hoop, die hij op de Here heeft.~
43 14, 20| bezwijkt, en die het gewrocht heeft zal met hetzelve ook weggaan.~
44 15, 1 | kennis der wet verkregen heeft zal haar vinden.~
45 15, 2 | als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.~
46 15, 12| 12 Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft
47 15, 12| heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.~
48 15, 14| 14 Hij heeft van den beginne de mens
49 15, 15| 15 En heeft gezegd: Indien gij wilt,
50 15, 16| 16 Hij heeft u vuur en water voorgesteld;
51 15, 20| 20 Hij heeft niemand geboden goddeloos
52 15, 20| geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te
53 16, 6 | 6 Vele dergelijke dingen heeft mijn oog gezien, en mijn
54 16, 6 | oog gezien, en mijn oor heeft sterker dingen gehoord dan
55 16, 11| 11 En alzo heeft de Here zeshonderd duizend
56 16, 15| naar zijn werken. De Here heeft Faraö verhard, dat hij hem
57 16, 15| zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een
58 16, 26| van dat zij gemaakt zijn, heeft hij hun delen onder scheiden.~
59 16, 27| 27 Hij heeft zijn werken versierd in
60 16, 27| van zijn werken, niet een heeft zijn naaste verdrukt;~
61 16, 29| 29 En na deze heeft de Here op aarde gezien,
62 16, 29| Here op aarde gezien, en heeft ze vervuld met zijn goederen.~
63 17, 1 | 1 DE Here heeft de mens uit aarde geschapen,
64 17, 1 | uit aarde geschapen, en heeft hem weder in dezelve doen
65 17, 2 | 2 Hij heeft hun een getal van dagen,
66 17, 2 | bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven over de
67 17, 3 | 3 Hij heeft hen bekleed met sterkte,
68 17, 3 | naar hun gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld
69 17, 4 | 4 Hij heeft hun vreze gelegd op alle
70 17, 5 | 5 En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken,
71 17, 6 | 6 Hij heeft hun gegeven raad, en tong,
72 17, 6 | wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun
73 17, 7 | 7 Hij heeft zijn ogen op hun harten
74 17, 7 | op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid
75 17, 9 | 9 Hij heeft hun nog toegelegd wetenschap,
76 17, 10| 10 Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en
77 17, 11| majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid
78 17, 11| heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:~
79 17, 12| alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk
80 17, 14| volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste
81 17, 16| en zijn maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten,
82 17, 16| begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond.~
83 17, 18| 18 Doch de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren,
84 17, 18| gegeven weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de
85 18, 1 | DIE in eeuwigheid leeft, heeft alle dingen in het gemeen
86 18, 2 | geen ander dan hij; hij heeft de wereld gebouwd met de
87 18, 3 | 3 Wie heeft hij macht gegeven zijn werken
88 18, 3 | werken te verkondigen en wie heeft zijn grote daden uitgespeurd?~
89 18, 11| 11 Hij heeft gezien en verstaan hun einde
90 18, 11| dat het kwaad is, daarom heeft hij zijn verzoening vermenigvuldigd.~
91 19, 9 | 9 Want hij heeft u gehoord en u waargenomen,
92 19, 13| Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het niet gedaan, en
93 19, 13| gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat hij het niet te eniger
94 19, 14| Bestraf uw naaste, misschien heeft hij het niet gezegd, en
95 19, 14| gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat hij het ten tweeden
96 20, 4 | er die zwijgt, want hij heeft niet te antwoorden, en menigeen
97 20, 6 | 6 Die te veel woorden heeft, van die heeft men een gruwel,
98 20, 6 | veel woorden heeft, van die heeft men een gruwel, en die zichzelf
99 20, 8 | 8 De zondaar heeft een welbehagen in boze dingen,
100 20, 9 | die tweevoudige vergelding heeft.~
101 20, 17| hem bespotten! want hij heeft het bezit zijner goederen
102 21, 18| 18 Heeft het een onverstandige gehoord,
103 21, 25| een mens, die veel ervaren heeft, wordt daarvan beschaamd.~
104 22, 3 | ongeschikte zoon gewonnen heeft, en zulk een dochter wordt
105 22, 4 | desgenen die haar gegenereerd heeft.~
106 22, 10| een dode, want het licht heeft hem begeven. Beween ook
107 22, 10| dwaas, want het verstand heeft hem begeven.~
108 22, 28| rijke, die geen verstand heeft, in waarde te houden.~
109 23, 9 | onderzocht wordt, geen gebrek heeft van striemen, zo wordt die
110 23, 12| En zo hij ijdel gezworen heeft, hij zal niet gerechtvaardigd
111 23, 21| totdat hij een vuur ontstoken heeft.~
112 23, 28| worden waar hij het niet heeft gemeend.~
113 23, 30| ongehoorzaam geweest, en ten tweede heeft zij kwalijk gehandeld jegens
114 23, 30| jegens haar man, en ten derde heeft zij in hoererij overspel
115 24, 8 | dingen, en die mij geschapen heeft, deed mijn tent rusten,
116 24, 10| wereld, van den beginne heeft hij mij geschapen, en tot
117 24, 11| In een geheiligde stad heeft hij mij insgelijks doen
118 24, 26| wet, welke Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen
119 24, 30| 30 De eerste heeft haar niet volkomen gekend,
120 24, 30| niet volkomen gekend, en zo heeft de laatste haar niet uitgespeurd.~
121 25, 4 | en aan verstand afgenomen heeft.~
122 25, 12| zalig die kloekheid gevonden heeft, en ze verhaalt in de oren
123 25, 26| toereikt dat hij van node heeft.~
124 26, 1 | man, die een goede vrouw heeft; het getal zijner dagen
125 26, 23| geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods
126 26, 26| hond, maar die schaamte heeft, zal de Here vrezen.~
127 26, 28| man die een goede vrouw heeft, want het getal zijner jaren
128 27, 6 | doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo doet ook de
129 27, 19| zijn vijand verliest, zo heeft hij zijn naaste verloren.~
130 27, 22| heimelijke zaken openbaart, heeft zijn geloof verloren.~
131 28, 2 | onrecht dat hij u gedaan heeft, en wanneer gij dan zult
132 28, 4 | 4 En hij heeft geen barmhartigheid over
133 28, 15| 15 De dubbele tong heeft velen bewogen, en heeft
134 28, 15| heeft velen bewogen, en heeft hen van het ene volk in
135 28, 16| 16 En heeft vaste steden vernield, en
136 28, 17| 17 De dubbele tong heeft mannelijke vrouwen verdreven,
137 28, 17| mannelijke vrouwen verdreven, en heeft haar beroofd van haar arbeid.~
138 28, 22| haar juk niet getrokken heeft, en met haar banden niet
139 29, 17| die de schaamte verloren heeft, zal hem verlaten.~
140 29, 18| borg geworden is, want hij heeft zijn ziel voor u gesteld.~
141 29, 20| degene, die hem verlost heeft.~
142 29, 21| 21 Borgschap heeft er velen verdorven, die
143 29, 21| die welgesteld waren, en heeft hen bewogen gelijk een golf
144 29, 22| 22 Machtige mannen heeft zij doen verhuizen, die
145 29, 32| zwaar voor een die verstand heeft. De bestraffing vanwege
146 29, 32| verwijt van die hem geleend heeft.~ ~
147 30, 4 | gestorven ware, want hij heeft achter zich gelaten een
148 30, 6 | 6 Hij heeft een nagelaten, die zich
149 30, 24| 24 Want de droefheid heeft er velen verdorven en gedood.~
150 31, 3 | vergaderen, en wanneer hij rust heeft, vult hij zich op met zijn
151 31, 9 | zalig prijzen; want hij heeft wonderlijke dingen gedaan
152 31, 10| zal zijn tot een roem. Wie heeft kunnen overtreden, en heeft
153 31, 10| heeft kunnen overtreden, en heeft niet overtreden? en kwaad
154 31, 10| overtreden? en kwaad doen, en heeft het niet gedaan?~
155 31, 21| hijgt niet op zijn bed, hij heeft een gezonde slaap, met een
156 31, 28| in de wijn, want de wijn heeft er velen in het verderf
157 31, 31| 31 Wat voor een leven heeft hij die het aan wijn ontbreekt?
158 32, 14| hiervoor Hem die u gemaakt heeft, en u dronken maakt van
159 32, 19| en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder
160 33, 8 | Heren onderscheiden, en hij heeft de tijden en de feesten
161 33, 9 | 9 Van deze heeft hij sommige verhoogd en
162 33, 11| 11 Evenwel heeft hen de Here door zijn grote
163 33, 12| 12 Enigen uit hen heeft hij gezegend en verhoogd,
164 33, 12| verhoogd, en enigen uit hen heeft hij geheiligd, en tot hem
165 33, 12| naderen, enigen uit hen heeft hij vervloekt en vernederd
166 33, 14| desgenen, die hem gemaakt heeft, dat hij hen vergelde naar
167 34, 9 | 9 Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die
168 34, 9 | dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen
169 34, 10| weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder in schranderheid.~
170 34, 14| op hem, die hen behouden heeft.~
171 34, 20| 20 De Allerhoogste heeft geen welbehagen aan de offeran
172 34, 27| gewassen nadat hij een dode heeft aangeraakt, en die weder
173 34, 27| aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van zijn wassing?~
174 34, 28| dat hij zichzelf vernederd heeft?~ ~
175 35, 1 | wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer
176 35, 10| naar hetgeen hij u gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen
177 35, 10| hetgeen uw hand gevonden heeft.~
178 35, 16| geschrei tegen hem, die ze heeft doen nederkomen?~
179 36, 22| een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.~
180 36, 26| aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een
181 36, 28| mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij
182 37, 26| 26 Het leven van een man heeft een getal der dagen, maar
183 38, 1 | hem toekomt; want ook hem heeft de Here geschapen.~
184 38, 4 | 4 De Here heeft de medicijnen uit de aarde
185 38, 6 | 6 Hij heeft de mensen wetenschap gegeven,
186 38, 12| 12 Want de Here heeft hem geschapen, en laat hem
187 38, 15| zondigt, die hem gemaakt heeft, die zal in de handen van
188 38, 31| versmelt zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te
189 38, 34| werk, en al zijn arbeid heeft zijn getal.~
190 38, 41| en die zijn betrachting heeft in de wet des Allerhoogsten.~
191 39, 5 | doorreist hij, want hij heeft wat goed en kwaad is onder
192 39, 6 | tot degene die hem gemaakt heeft, en tot de Allerhoogste
193 39, 32| desgenen die ze gemaakt heeft.~
194 40, 6 | 6 Hij heeft weinig, en gelijk als geen
195 40, 7 | dat hij om niet gevreesd heeft.~
196 41, 2 | Voor een man die goede rust heeft, en die het welgaat in alles,
197 41, 3 | die aan sterkte afgenomen heeft.~
198 41, 4 | de lijdzaamheid verloren heeft.~
199 41, 16| 16 Een goed leven heeft een. zeker getal der dagen,
200 41, 18| voorschijn komt, wat nuttigheid heeft men van beide?~
201 41, 26| op een vrouw die een man heeft.~
202 42, 20| 20 De Here heeft zijn heiligen niet gegeven
203 42, 21| 21 De Here, de Almachtige heeft de gehele wereld gevestigd,
204 42, 26| 26 Hij heeft de heerlijke werken door
205 42, 30| tegenover het ander, en hij heeft niets gebrekkigs gemaakt.~
206 43, 5 | is groot, die ze gemaakt heeft, en die haar loop door woorden
207 43, 5 | die haar loop door woorden heeft doen stilstaan.~
208 43, 6 | 6 Ook heeft hij de maan gemaakt, dat
209 43, 7 | 7 Van de maan heeft men een teken van het feest,
210 43, 8 | 8 De maand heeft haar naam naar haar; wassende
211 43, 9 | vat hetwelk legerplaats heeft in de hoogte, schijnende
212 43, 12| loof hem die hem gemaakt heeft, die zeer schoon is in zijn
213 43, 25| de afgrond stil, en die heeft daarin eilanden geplant.~
214 43, 34| 34 Wie heeft hem gezien, en zal het vertellen?
215 43, 36| 36 Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en
216 43, 36| alle dingen gemaakt, en heeft de god vrezende wijsheid
217 44, 2 | 2 De Here heeft door hen voor zijn majesteit
218 44, 20| des Allerhoogsten bewaard heeft, en met hem in een verbond
219 44, 21| 21 In zijn vlees heeft de Here het verbond opgericht,
220 44, 22| 22 Daarom heeft hij hem met een eed beloofd,
221 44, 24| 24 En alzo heeft hij ook in Izaäk gesteld,
222 44, 24| mensen, en het verbond, en heeft het doen rusten op het hoofd
223 44, 25| 25 Die heeft hij gekend in zijn zegeningen,
224 44, 25| een erfdeel gegeven, en heeft zijn deel gescheiden in
225 44, 25| stammen, die hij verdeeld heeft in twaalf.~
226 44, 26| 26 En heeft uit hem voortgebracht een
227 44, 26| barmhartigheid, die gunst gevonden heeft in de ogen van alle vlees.~ ~
228 45, 2 | 2 Hij heeft hem der heiligen heerlijkheid
229 45, 2 | heerlijkheid gelijk gemaakt, en heeft hem door de vrees der vijanden
230 45, 2 | gemaakt; door zijn woorden heeft hij de tekenen doen ophouden;
231 45, 2 | tekenen doen ophouden; en heeft hem verheerlijkt voor het
232 45, 3 | 3 Hij heeft hem bevel gegeven aan zijn
233 45, 3 | gegeven aan zijn volk, en heeft hem zijn heerlijkheid getoond.~
234 45, 4 | geloof en zachtmoedigheid heeft hij hem geheiligd; hij heeft
235 45, 4 | heeft hij hem geheiligd; hij heeft hem uit alle vlees uitverkoren.~
236 45, 5 | 5 Hij heeft hem zijn stem laten horen,
237 45, 5 | zijn stem laten horen, en heeft hem ingevoerd in het donker;~
238 45, 6 | 6 En heeft hem van aangezicht tot aangezicht
239 45, 6 | en der wetenschap; deze heeft Jakob het verbond geleerd,
240 45, 7 | broeder, uit de stam van Levi, heeft hij verhoogd, dat hij heilig
241 45, 8 | 8 Hij heeft met hem een eeuwig verbond
242 45, 9 | 9 En heeft hem omgord met een kleed
243 45, 11| 11 En heeft hem rondom behangen met
244 45, 14| 14 Hij heeft hem versierd met een gouden
245 45, 18| 18 Mozes heeft zijn handen gevuld, en heeft
246 45, 18| heeft zijn handen gevuld, en heeft hem met heilige olie gezalfd.~
247 45, 20| 20 Uit alle levenden heeft hij hem uitverkoren, om
248 45, 21| 21 Hij heeft hem zijn bevelen gegeven,
249 45, 24| 24 Hij heeft aan hen wonderen gedaan,
250 45, 24| hen wonderen gedaan, en heeft hen verteerd door het vlammig
251 45, 25| 25 Hij heeft Aärons heerlijkheid vermeerderd,
252 45, 25| eerstelingen der eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.~
253 45, 26| 26 Vooral heeft hij hem brood toebereid
254 45, 26| hem en zijn zaad gegeven heeft.~
255 45, 30| 30 Daarom heeft de Here met hem en zijn
256 45, 31| het erfdeel des konings heeft, en komt van de ene zoon
257 46, 4 | 4 Wie heeft eer dan hij zo gestaan?
258 46, 4 | want de oorlogen des Heren heeft hij gevoerd.~
259 46, 11| van het land, en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.~
260 46, 13| welker aller hart niet heeft gehoereerd, en zo velen
261 46, 15| zijnde een profeet des Heren, heeft koninkrijken ingesteld,
262 47, 8 | tot op de huidige dag toe heeft hij hun hoorn verbroken.~
263 47, 11| 11 En heeft zangers ingesteld voor het
264 47, 12| 12 Hij heeft op de feesten ingesteld
265 47, 13| 13 De Here heeft zijn zonden weggenomen,
266 47, 13| verhoogd in eeuwigheid; en heeft hem gegeven het verbond
267 47, 14| een wijs man, en door hem heeft het volk in ruimte gewoond.~
268 47, 17| 17 Uw ziel heeft de ganse aarde bedekt, en
269 48, 13| de oversten, en niemand heeft hem met geweld onderdrukt.~
270 49, 3 | 3 Hij heeft zich recht gedragen in de
271 49, 3 | de bekering des volks, en heeft weggenomen de gruwelen der
272 49, 7 | 7 Daarom heeft hij hun troon anderen gegeven,
273 49, 15| die ons de vervallen muren heeft opgericht, en de poorten
274 49, 15| en de poorten en richelen heeft gesteld, en de vloe ren
275 50, 1 | leven het huis des Heren heeft vermaakt, heeft ook in zijn
276 50, 1 | des Heren heeft vermaakt, heeft ook in zijn dagen het volk
277 50, 27| van Sirach, van Jeruzalem heeft in dit boek op schrift gesteld
278 50, 27| plasregen uit zijn hart heeft doen vloeien.~
279 51, 25| 25 Mijn ziel heeft om haar zeer gestreden,
280 51, 30| 30 De Here heeft mij een tong gegeven tot
|