Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hebbende 6
hebt 47
heden 4
heeft 280
heelt 1
heen 7
heengaan 1
Frequency    [«  »]
415 zal
317 hem
299 uw
280 heeft
274 gij
270 der
252 u

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

heeft

    Chapter, Verse
1 1, 6 | ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?~ 2 1, 8 | 8 De Here zelf heeft haar geschapen, en heeft 3 1, 8 | heeft haar geschapen, en heeft haar gezien en heeft haar 4 1, 8 | en heeft haar gezien en heeft haar geteld.~ 5 1, 9 | 9 En heeft haar uitgegoten over al 6 1, 14| 14 Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament 7 2, 11| 11 Wie heeft op de Here betrouwd, en 8 2, 12| verlaten geworden? of wie heeft hem aangeroepen en is door 9 3, 2 | 2 Want de Here heeft de vader verheerlijkt over 10 3, 26| 26 Velen heeft hun ijdel vermoeden bedrogen, 11 3, 26| bedrogen, en boos achterdenken heeft hun gemoed doen wankelen; 12 4, 6 | hij horen, die hem gemaakt heeft,~ 13 4, 13| Wie haar liefheeft, die heeft het leven lief, en die zich 14 4, 15| en die haar liefhebben, heeft de Here lief.~ 15 6, 14| bescherming, en wie die gevonden heeft, die heeft een schat gevonden.~ 16 6, 14| die gevonden heeft, die heeft een schat gevonden.~ 17 7, 29| lief degene die u gemaakt heeft, en verlaat zijn dienaars 18 8, 3 | 3 Want het goud heeft velen verdorven, en heeft 19 8, 3 | heeft velen verdorven, en heeft de harten der koningen gebogen.~ 20 9, 16| Verwijder van de mens die macht heeft om te doden, en gij zult 21 10, 13| van degene die hem gemaakt heeft.~ 22 10, 15| 15 Daarom heeft de Here zeldzame straffen 23 10, 15| straffen over hen gebracht, en heeft hen eindelijk omgekeerd.~ 24 10, 16| 16 De Here heeft de tronen der regeerders 25 10, 16| regeerders ternedergedrukt, en heeft zachtmoedigen in hun plaats 26 10, 19| 19 Hij heeft ze daaruit weggenomen, en 27 10, 19| ze daaruit weggenomen, en heeft ze verdorven.~ 28 10, 20| 20 En heeft hun gedachtenis doen ophouden 29 10, 30| werkt, en in alles overvloed heeft, dan dat iemand pocht en 30 10, 30| pocht en gebrek aan brood heeft.~ 31 11, 5 | men niet op verdacht was, heeft de kroon gedragen.~ 32 11, 11| arbeidt, en zich haast, en heeft toch des te meer gebrek.~ 33 11, 12| hem aan sterkte, en hij heeft grote armoede, en het oog 34 12, 11| zijn als die een spiegel heeft afgeveegd, en zult gewaar 35 13, 1 | de hovaardige gemeenschap heeft, wordt hem gelijk.~ 36 13, 7 | 7 Heeft hij u nodig, zo zal hij 37 13, 18| 18 Ieder dier heeft zijns gelijke lief, en ieder 38 13, 18| gelijke lief, en ieder mens heeft zijn naaste lief.~ 39 13, 25| een rijke struikelt, zo heeft hij velen, die hem ophelpen; 40 13, 25| velen, die hem ophelpen; heeft hij onbetamelijke dingen 41 13, 26| bekijft hem nog daartoe; hij heeft verstandige rede gesproken, 42 14, 2 | hoop, die hij op de Here heeft.~ 43 14, 20| bezwijkt, en die het gewrocht heeft zal met hetzelve ook weggaan.~ 44 15, 1 | kennis der wet verkregen heeft zal haar vinden.~ 45 15, 2 | als zij maagd was getrouwd heeft, zal zij hem ontvangen.~ 46 15, 12| 12 Zeg niet, hij heeft mij gemaakt, want hij heeft 47 15, 12| heeft mij gemaakt, want hij heeft de zondaar niet van node.~ 48 15, 14| 14 Hij heeft van den beginne de mens 49 15, 15| 15 En heeft gezegd: Indien gij wilt, 50 15, 16| 16 Hij heeft u vuur en water voorgesteld; 51 15, 20| 20 Hij heeft niemand geboden goddeloos 52 15, 20| geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te 53 16, 6 | 6 Vele dergelijke dingen heeft mijn oog gezien, en mijn 54 16, 6 | oog gezien, en mijn oor heeft sterker dingen gehoord dan 55 16, 11| 11 En alzo heeft de Here zeshonderd duizend 56 16, 15| naar zijn werken. De Here heeft Faraö verhard, dat hij hem 57 16, 15| zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een 58 16, 26| van dat zij gemaakt zijn, heeft hij hun delen onder scheiden.~ 59 16, 27| 27 Hij heeft zijn werken versierd in 60 16, 27| van zijn werken, niet een heeft zijn naaste verdrukt;~ 61 16, 29| 29 En na deze heeft de Here op aarde gezien, 62 16, 29| Here op aarde gezien, en heeft ze vervuld met zijn goederen.~ 63 17, 1 | 1 DE Here heeft de mens uit aarde geschapen, 64 17, 1 | uit aarde geschapen, en heeft hem weder in dezelve doen 65 17, 2 | 2 Hij heeft hun een getal van dagen, 66 17, 2 | bestemde tijd gegeven, en heeft hun macht gegeven over de 67 17, 3 | 3 Hij heeft hen bekleed met sterkte, 68 17, 3 | naar hun gelegenheid, en heeft hen naar zijn evenbeeld 69 17, 4 | 4 Hij heeft hun vreze gelegd op alle 70 17, 5 | 5 En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken, 71 17, 6 | 6 Hij heeft hun gegeven raad, en tong, 72 17, 6 | wetenschap des verstands heeft hij hen vervuld, en hun 73 17, 7 | 7 Hij heeft zijn ogen op hun harten 74 17, 7 | op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid 75 17, 9 | 9 Hij heeft hun nog toegelegd wetenschap, 76 17, 10| 10 Een eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en 77 17, 11| majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid 78 17, 11| heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:~ 79 17, 12| alle ongerechtigheid, en heeft hun geboden gegeven, elk 80 17, 14| volken van het ganse aardrijk heeft bij over elk volk een overste 81 17, 16| en zijn maaksel kennende, heeft hen noch begeven noch verlaten, 82 17, 16| begeven noch verlaten, maar heeft hen verschoond.~ 83 17, 18| 18 Doch de boetvaardige heeft bij gegeven weder te keren, 84 17, 18| gegeven weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de 85 18, 1 | DIE in eeuwigheid leeft, heeft alle dingen in het gemeen 86 18, 2 | geen ander dan hij; hij heeft de wereld gebouwd met de 87 18, 3 | 3 Wie heeft hij macht gegeven zijn werken 88 18, 3 | werken te verkondigen en wie heeft zijn grote daden uitgespeurd?~ 89 18, 11| 11 Hij heeft gezien en verstaan hun einde 90 18, 11| dat het kwaad is, daarom heeft hij zijn verzoening vermenigvuldigd.~ 91 19, 9 | 9 Want hij heeft u gehoord en u waargenomen, 92 19, 13| Bestraf uw vriend, misschien heeft hij het niet gedaan, en 93 19, 13| gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat hij het niet te eniger 94 19, 14| Bestraf uw naaste, misschien heeft hij het niet gezegd, en 95 19, 14| gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat hij het ten tweeden 96 20, 4 | er die zwijgt, want hij heeft niet te antwoorden, en menigeen 97 20, 6 | 6 Die te veel woorden heeft, van die heeft men een gruwel, 98 20, 6 | veel woorden heeft, van die heeft men een gruwel, en die zichzelf 99 20, 8 | 8 De zondaar heeft een welbehagen in boze dingen, 100 20, 9 | die tweevoudige vergelding heeft.~ 101 20, 17| hem bespotten! want hij heeft het bezit zijner goederen 102 21, 18| 18 Heeft het een onverstandige gehoord, 103 21, 25| een mens, die veel ervaren heeft, wordt daarvan beschaamd.~ 104 22, 3 | ongeschikte zoon gewonnen heeft, en zulk een dochter wordt 105 22, 4 | desgenen die haar gegenereerd heeft.~ 106 22, 10| een dode, want het licht heeft hem begeven. Beween ook 107 22, 10| dwaas, want het verstand heeft hem begeven.~ 108 22, 28| rijke, die geen verstand heeft, in waarde te houden.~ 109 23, 9 | onderzocht wordt, geen gebrek heeft van striemen, zo wordt die 110 23, 12| En zo hij ijdel gezworen heeft, hij zal niet gerechtvaardigd 111 23, 21| totdat hij een vuur ontstoken heeft.~ 112 23, 28| worden waar hij het niet heeft gemeend.~ 113 23, 30| ongehoorzaam geweest, en ten tweede heeft zij kwalijk gehandeld jegens 114 23, 30| jegens haar man, en ten derde heeft zij in hoererij overspel 115 24, 8 | dingen, en die mij geschapen heeft, deed mijn tent rusten, 116 24, 10| wereld, van den beginne heeft hij mij geschapen, en tot 117 24, 11| In een geheiligde stad heeft hij mij insgelijks doen 118 24, 26| wet, welke Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen 119 24, 30| 30 De eerste heeft haar niet volkomen gekend, 120 24, 30| niet volkomen gekend, en zo heeft de laatste haar niet uitgespeurd.~ 121 25, 4 | en aan verstand afgenomen heeft.~ 122 25, 12| zalig die kloekheid gevonden heeft, en ze verhaalt in de oren 123 25, 26| toereikt dat hij van node heeft.~ 124 26, 1 | man, die een goede vrouw heeft; het getal zijner dagen 125 26, 23| geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods 126 26, 26| hond, maar die schaamte heeft, zal de Here vrezen.~ 127 26, 28| man die een goede vrouw heeft, want het getal zijner jaren 128 27, 6 | doet blijken hoe men die heeft verpleegd, zo doet ook de 129 27, 19| zijn vijand verliest, zo heeft hij zijn naaste verloren.~ 130 27, 22| heimelijke zaken openbaart, heeft zijn geloof verloren.~ 131 28, 2 | onrecht dat hij u gedaan heeft, en wanneer gij dan zult 132 28, 4 | 4 En hij heeft geen barmhartigheid over 133 28, 15| 15 De dubbele tong heeft velen bewogen, en heeft 134 28, 15| heeft velen bewogen, en heeft hen van het ene volk in 135 28, 16| 16 En heeft vaste steden vernield, en 136 28, 17| 17 De dubbele tong heeft mannelijke vrouwen verdreven, 137 28, 17| mannelijke vrouwen verdreven, en heeft haar beroofd van haar arbeid.~ 138 28, 22| haar juk niet getrokken heeft, en met haar banden niet 139 29, 17| die de schaamte verloren heeft, zal hem verlaten.~ 140 29, 18| borg geworden is, want hij heeft zijn ziel voor u gesteld.~ 141 29, 20| degene, die hem verlost heeft.~ 142 29, 21| 21 Borgschap heeft er velen verdorven, die 143 29, 21| die welgesteld waren, en heeft hen bewogen gelijk een golf 144 29, 22| 22 Machtige mannen heeft zij doen verhuizen, die 145 29, 32| zwaar voor een die verstand heeft. De bestraffing vanwege 146 29, 32| verwijt van die hem geleend heeft.~ ~ 147 30, 4 | gestorven ware, want hij heeft achter zich gelaten een 148 30, 6 | 6 Hij heeft een nagelaten, die zich 149 30, 24| 24 Want de droefheid heeft er velen verdorven en gedood.~ 150 31, 3 | vergaderen, en wanneer hij rust heeft, vult hij zich op met zijn 151 31, 9 | zalig prijzen; want hij heeft wonderlijke dingen gedaan 152 31, 10| zal zijn tot een roem. Wie heeft kunnen overtreden, en heeft 153 31, 10| heeft kunnen overtreden, en heeft niet overtreden? en kwaad 154 31, 10| overtreden? en kwaad doen, en heeft het niet gedaan?~ 155 31, 21| hijgt niet op zijn bed, hij heeft een gezonde slaap, met een 156 31, 28| in de wijn, want de wijn heeft er velen in het verderf 157 31, 31| 31 Wat voor een leven heeft hij die het aan wijn ontbreekt? 158 32, 14| hiervoor Hem die u gemaakt heeft, en u dronken maakt van 159 32, 19| en nadat hij iets gedaan heeft, is hij bij zichzelf zonder 160 33, 8 | Heren onderscheiden, en hij heeft de tijden en de feesten 161 33, 9 | 9 Van deze heeft hij sommige verhoogd en 162 33, 11| 11 Evenwel heeft hen de Here door zijn grote 163 33, 12| 12 Enigen uit hen heeft hij gezegend en verhoogd, 164 33, 12| verhoogd, en enigen uit hen heeft hij geheiligd, en tot hem 165 33, 12| naderen, enigen uit hen heeft hij vervloekt en vernederd 166 33, 14| desgenen, die hem gemaakt heeft, dat hij hen vergelde naar 167 34, 9 | 9 Een man, die gedwaald heeft, weet vele dingen, en die 168 34, 9 | dingen, en die veel ervaren heeft, zal verstandige dingen 169 34, 10| weinig, maar die gedwaald heeft, is meerder in schranderheid.~ 170 34, 14| op hem, die hen behouden heeft.~ 171 34, 20| 20 De Allerhoogste heeft geen welbehagen aan de offeran 172 34, 27| gewassen nadat hij een dode heeft aangeraakt, en die weder 173 34, 27| aanraakt, welke nuttigheid heeft hij van zijn wassing?~ 174 34, 28| dat hij zichzelf vernederd heeft?~ ~ 175 35, 1 | wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer 176 35, 10| naar hetgeen hij u gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen 177 35, 10| hetgeen uw hand gevonden heeft.~ 178 35, 16| geschrei tegen hem, die ze heeft doen nederkomen?~ 179 36, 22| een mens, die veel ervaren heeft, zal hem vergelden.~ 180 36, 26| aangezien hij een hulp heeft, die hem gelijk is, en een 181 36, 28| mens niet, die geen nest heeft, en neemt herberg waar hij 182 37, 26| 26 Het leven van een man heeft een getal der dagen, maar 183 38, 1 | hem toekomt; want ook hem heeft de Here geschapen.~ 184 38, 4 | 4 De Here heeft de medicijnen uit de aarde 185 38, 6 | 6 Hij heeft de mensen wetenschap gegeven, 186 38, 12| 12 Want de Here heeft hem geschapen, en laat hem 187 38, 15| zondigt, die hem gemaakt heeft, die zal in de handen van 188 38, 31| versmelt zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te 189 38, 34| werk, en al zijn arbeid heeft zijn getal.~ 190 38, 41| en die zijn betrachting heeft in de wet des Allerhoogsten.~ 191 39, 5 | doorreist hij, want hij heeft wat goed en kwaad is onder 192 39, 6 | tot degene die hem gemaakt heeft, en tot de Allerhoogste 193 39, 32| desgenen die ze gemaakt heeft.~ 194 40, 6 | 6 Hij heeft weinig, en gelijk als geen 195 40, 7 | dat hij om niet gevreesd heeft.~ 196 41, 2 | Voor een man die goede rust heeft, en die het welgaat in alles, 197 41, 3 | die aan sterkte afgenomen heeft.~ 198 41, 4 | de lijdzaamheid verloren heeft.~ 199 41, 16| 16 Een goed leven heeft een. zeker getal der dagen, 200 41, 18| voorschijn komt, wat nuttigheid heeft men van beide?~ 201 41, 26| op een vrouw die een man heeft.~ 202 42, 20| 20 De Here heeft zijn heiligen niet gegeven 203 42, 21| 21 De Here, de Almachtige heeft de gehele wereld gevestigd, 204 42, 26| 26 Hij heeft de heerlijke werken door 205 42, 30| tegenover het ander, en hij heeft niets gebrekkigs gemaakt.~ 206 43, 5 | is groot, die ze gemaakt heeft, en die haar loop door woorden 207 43, 5 | die haar loop door woorden heeft doen stilstaan.~ 208 43, 6 | 6 Ook heeft hij de maan gemaakt, dat 209 43, 7 | 7 Van de maan heeft men een teken van het feest, 210 43, 8 | 8 De maand heeft haar naam naar haar; wassende 211 43, 9 | vat hetwelk legerplaats heeft in de hoogte, schijnende 212 43, 12| loof hem die hem gemaakt heeft, die zeer schoon is in zijn 213 43, 25| de afgrond stil, en die heeft daarin eilanden geplant.~ 214 43, 34| 34 Wie heeft hem gezien, en zal het vertellen? 215 43, 36| 36 Want de Here heeft alle dingen gemaakt, en 216 43, 36| alle dingen gemaakt, en heeft de god vrezende wijsheid 217 44, 2 | 2 De Here heeft door hen voor zijn majesteit 218 44, 20| des Allerhoogsten bewaard heeft, en met hem in een verbond 219 44, 21| 21 In zijn vlees heeft de Here het verbond opgericht, 220 44, 22| 22 Daarom heeft hij hem met een eed beloofd, 221 44, 24| 24 En alzo heeft hij ook in Izaäk gesteld, 222 44, 24| mensen, en het verbond, en heeft het doen rusten op het hoofd 223 44, 25| 25 Die heeft hij gekend in zijn zegeningen, 224 44, 25| een erfdeel gegeven, en heeft zijn deel gescheiden in 225 44, 25| stammen, die hij verdeeld heeft in twaalf.~ 226 44, 26| 26 En heeft uit hem voortgebracht een 227 44, 26| barmhartigheid, die gunst gevonden heeft in de ogen van alle vlees.~ ~ 228 45, 2 | 2 Hij heeft hem der heiligen heerlijkheid 229 45, 2 | heerlijkheid gelijk gemaakt, en heeft hem door de vrees der vijanden 230 45, 2 | gemaakt; door zijn woorden heeft hij de tekenen doen ophouden; 231 45, 2 | tekenen doen ophouden; en heeft hem verheerlijkt voor het 232 45, 3 | 3 Hij heeft hem bevel gegeven aan zijn 233 45, 3 | gegeven aan zijn volk, en heeft hem zijn heerlijkheid getoond.~ 234 45, 4 | geloof en zachtmoedigheid heeft hij hem geheiligd; hij heeft 235 45, 4 | heeft hij hem geheiligd; hij heeft hem uit alle vlees uitverkoren.~ 236 45, 5 | 5 Hij heeft hem zijn stem laten horen, 237 45, 5 | zijn stem laten horen, en heeft hem ingevoerd in het donker;~ 238 45, 6 | 6 En heeft hem van aangezicht tot aangezicht 239 45, 6 | en der wetenschap; deze heeft Jakob het verbond geleerd, 240 45, 7 | broeder, uit de stam van Levi, heeft hij verhoogd, dat hij heilig 241 45, 8 | 8 Hij heeft met hem een eeuwig verbond 242 45, 9 | 9 En heeft hem omgord met een kleed 243 45, 11| 11 En heeft hem rondom behangen met 244 45, 14| 14 Hij heeft hem versierd met een gouden 245 45, 18| 18 Mozes heeft zijn handen gevuld, en heeft 246 45, 18| heeft zijn handen gevuld, en heeft hem met heilige olie gezalfd.~ 247 45, 20| 20 Uit alle levenden heeft hij hem uitverkoren, om 248 45, 21| 21 Hij heeft hem zijn bevelen gegeven, 249 45, 24| 24 Hij heeft aan hen wonderen gedaan, 250 45, 24| hen wonderen gedaan, en heeft hen verteerd door het vlammig 251 45, 25| 25 Hij heeft Aärons heerlijkheid vermeerderd, 252 45, 25| eerstelingen der eerstgeborenen heeft hij hem ten deel gegeven.~ 253 45, 26| 26 Vooral heeft hij hem brood toebereid 254 45, 26| hem en zijn zaad gegeven heeft.~ 255 45, 30| 30 Daarom heeft de Here met hem en zijn 256 45, 31| het erfdeel des konings heeft, en komt van de ene zoon 257 46, 4 | 4 Wie heeft eer dan hij zo gestaan? 258 46, 4 | want de oorlogen des Heren heeft hij gevoerd.~ 259 46, 11| van het land, en zijn zaad heeft dat erfdeel behouden.~ 260 46, 13| welker aller hart niet heeft gehoereerd, en zo velen 261 46, 15| zijnde een profeet des Heren, heeft koninkrijken ingesteld, 262 47, 8 | tot op de huidige dag toe heeft hij hun hoorn verbroken.~ 263 47, 11| 11 En heeft zangers ingesteld voor het 264 47, 12| 12 Hij heeft op de feesten ingesteld 265 47, 13| 13 De Here heeft zijn zonden weggenomen, 266 47, 13| verhoogd in eeuwigheid; en heeft hem gegeven het verbond 267 47, 14| een wijs man, en door hem heeft het volk in ruimte gewoond.~ 268 47, 17| 17 Uw ziel heeft de ganse aarde bedekt, en 269 48, 13| de oversten, en niemand heeft hem met geweld onderdrukt.~ 270 49, 3 | 3 Hij heeft zich recht gedragen in de 271 49, 3 | de bekering des volks, en heeft weggenomen de gruwelen der 272 49, 7 | 7 Daarom heeft hij hun troon anderen gegeven, 273 49, 15| die ons de vervallen muren heeft opgericht, en de poorten 274 49, 15| en de poorten en richelen heeft gesteld, en de vloe ren 275 50, 1 | leven het huis des Heren heeft vermaakt, heeft ook in zijn 276 50, 1 | des Heren heeft vermaakt, heeft ook in zijn dagen het volk 277 50, 27| van Sirach, van Jeruzalem heeft in dit boek op schrift gesteld 278 50, 27| plasregen uit zijn hart heeft doen vloeien.~ 279 51, 25| 25 Mijn ziel heeft om haar zeer gestreden, 280 51, 30| 30 De Here heeft mij een tong gegeven tot


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License