Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
den 6
denk 1
denkt 1
der 270
derde 5
dergelijke 3
dergenen 5
Frequency    [«  »]
299 uw
280 heeft
274 gij
270 der
252 u
226 te
217 des

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

der

    Chapter, Verse
1 1, 1 | de Here, en is met hem in der eeuwigheid.~ 2 1, 2 | 2 Wie zal het zand der zee en de droppelen van 3 1, 2 | van de regen en de dagen der eeuwen tellen?~ 4 1, 3 | des hemels, en de breedte der aarde, en de afgrond, en 5 1, 4 | geschapen, en het verstand der kloekheid is van de eeuwen 6 1, 5 | plaatsen woont, is de fontein der wijsheid, en haar wegen 7 1, 6 | 6 Wie is de wortel der wijsheid ontdekt geweest? 8 1, 10| vrolijkheid, en een kroon der verheuging.~ 9 1, 13| 13 Het begin der wijsheid is de Here vrezen, 10 1, 15| 15 De verzadiging der wijsheid is de Here vrezen, 11 1, 18| 18 De kroon der wijsheid is de Here vrezen, 12 1, 19| verhoogt de heerlijkheid der genen, die haar vasthouden.~ 13 1, 20| 20 De wortel der wijsheid is de Here vrezen, 14 1, 25| 25 In de schatten der wijsheid zijn gelijkenissen 15 1, 25| wijsheid zijn gelijkenissen der wetenschap, maar de godsdienstigheid 16 1, 29| geveinsden niet met monden der mensen: en neem acht op 17 1, 31| openbaren, en u in het midden der vergadering ter nederwerpen.~ 18 2, 5 | aangename mensen in de oven der vernedering.~ 19 2, 13| zonden, en behoedt in de tijd der verdrukking.~ 20 2, 22| vallen, en niet in de handen der mensen.~ 21 3, 2 | en bevestigt het oordeel der moeder boven de zonen.~ 22 3, 10| vaders onderstut de huizen der kinderen, maar de vervloeking 23 3, 10| kinderen, maar de vervloeking der moeder ontwortelt de fundamenten.~ 24 3, 16| 16 En in plaats der zonden zult gij daartegen 25 3, 17| 17 In de dag der verdrukking zal aan u gedacht 26 3, 25| aangewezen, dan het verstand der mensen begrijpen kan.~ 27 3, 29| ontworteld worden, want een plant der boosheid is in hem ingeworteld.~ 28 4, 27| niet in de geschikte tijd der behouding;~ 29 4, 29| onderwijzing in de woorden der tong.~ 30 5, 9 | vermorzeld worden, en in de tijd der wraak verderven.~ 31 6, 22| hem gelijk een harde steen der beproeving, en hij zal niet 32 6, 32| uzelf opzetten als een kroon der vrolijkheid.~ 33 6, 35| Houd u onder de menigte der ouden, en is er iemand wijs, 34 7, 3 | zoon, zaai niet in de voren der ongerechtigheid, zo zult 35 7, 7 | Zondig niet tegen de menigte der stad, en begeef uzelf niet 36 7, 13| leugen, want gedurig plegen der zelve komt niet ten goede.~ 37 7, 14| niet veel in de menigte der ouden, en wederhaal uw woord 38 7, 16| uzelf niet onder de menigte der zondaren; gedenk dat de 39 7, 33| 33 En de gaven der schouderen, en de offerande 40 7, 33| schouderen, en de offerande der heiliging, en de eerstelingen 41 7, 33| heiliging, en de eerstelingen der heilige dingen.~ 42 7, 38| uiterste, en gij zult in der eeuwigheid niet zondigen.~ ~ 43 8, 3 | verdorven, en heeft de harten der koningen gebogen.~ 44 8, 11| niet af van de onderwijzing der ouden, want zij hebben ook 45 9, 7 | Zie niet om in de straten der stad, en dwaal niet om in 46 9, 9 | Want door de schoonheid der vrouw zijn velen verleid 47 9, 18| Weet, dat gij in het midden der strikken doorgaat, en op 48 9, 18| doorgaat, en op de tinnen der stad wandelt.~ 49 9, 21| 21 Door de hand der kunstenaren zal een werk 50 10, 2 | en gelijk de voorganger der stad is, zo zijn allen die 51 10, 3 | een stad zal door verstand der machtigen bewoond worden.~ 52 10, 7 | beide is hatelijk de misdaad der ongerechtigheid.~ 53 10, 13| 13 Het beginsel der hovaardigheid is, wanneer 54 10, 14| hovaardigheid is een beginsel der zonde, en die daarbij blijft, 55 10, 16| De Here heeft de tronen der regeerders ternedergedrukt, 56 10, 17| De Here rukt de wortelen der hovaardige volken uit, en 57 10, 18| 18 De landen der volken keert de Here om, 58 10, 18| verderft ze tot op de grond der aarde.~ 59 10, 23| 23 In het midden der broeders is degene geëerd, 60 10, 24| hovaardigheid is een wegwerping der heer schappij.~ 61 11, 1 | verheffen, en hem in het midden der groten zetten.~ 62 11, 3 | vrucht is het voornaamste der zoetigheden.~ 63 11, 4 | gij aandoet, en in de dag der heerlijkheid verhef u niet, 64 11, 8 | gehoord hebt, en in het midden der woorden spreek niet tussenbeide.~ 65 11, 9 | niet bij in het gericht der zondaren.~ 66 11, 15| en wetenschap, en kennis der wet is van de Here; liefde 67 11, 15| de Here; liefde en wegen der goede werken zijn van hem.~ 68 11, 17| welbehagen maakt voorspoedig in der eeuwigheid.~ 69 12, 6 | hij tot de krachtige dag der wraak. Geef degene die vroom 70 12, 9 | 9 Betrouw uw vijand in der eeuwigheid niet.~ 71 13, 12| opdat gij niet zonder kennis der zaak verstoten wordt, en 72 13, 22| 22 Gelijk de wilde ezels der leeuwen jacht zijn in de 73 13, 22| woestijn, zo zijn de armen der rijken weide.~ 74 13, 23| Gelijk de nederigheid is der hovaardigen gruwel, zo is 75 13, 31| wel gesteld is, en vinding der gelijkenissen in overlegging 76 14, 1 | doorprikkeld wordt met de menigte der zonden.~ 77 14, 14| goede dag, en laat het deel der goede begeerte u niet voorbijgaan.~ 78 15, 1 | zulks doen en die de kennis der wet verkregen heeft zal 79 15, 3 | verstands, en met water der wijsheid zal zij hem drenken.~ 80 15, 5 | en zij zal in het midden der vergadering zijn mond openen.~ 81 15, 6 | vrolijkheid en een kroon der verheuging vinden, en zij 82 16, 5 | worden; maar het geslacht der goddelozen zal haastig woest 83 16, 7 | 7 In de vergadering der zondaren zal een vuur aangestoken 84 16, 19| bergen en de fundamenten der aarde worden tegelijk geschud 85 17, 14| 14 Want in de verdeling der volken van het ganse aardrijk 86 17, 14| deelt hem mede het licht der liefde, en begeeft hem niet.~ 87 17, 20| duisternis in een verlichting der gezondheid.~ 88 17, 22| prijzen in het graf, in plaats der levenden, en dergenen die 89 18, 8 | 8 Het getal der dagen des mensen aangaande 90 18, 9 | duizend jaren tegen de dagen der eeuwigheid.~ 91 18, 20| verzoening vinden in de ure der bezoeking.~ 92 18, 21| wordt, en bewijs in de tijd der zonden uw bekering.~ 93 18, 24| de dood, en aan de tijd der wraak, als de Here zijn 94 18, 25| des hongers, in de tijd der volheid, aan armoede en 95 18, 26| vreest altijd, en in de dagen der zonden wacht hij zichzelf 96 19, 18| des Heren is een beginsel der aanneming, en de wijsheid 97 19, 18| verkrijgt liefde; kennis der geboden des Heren is onderwijzing 98 19, 18| behagelijk is, zullen de boom der onsterfelijkheid tot vrucht 99 19, 19| wijsheid is de onderhouding der wet, en kennis zijner almogendheid. 100 19, 20| 20 De wetenschap der boosheid is geen wijsheid, 101 19, 20| geen kloekheid waar de raad der zondaren is.~ 102 19, 28| des mans, en het lachen der tanden, en de gang der mensen, 103 19, 28| lachen der tanden, en de gang der mensen, verkondigen wat 104 20, 12| maken, maar de aangenaamheid der dwazen zal uitgestort worden.~ 105 20, 18| een tong; zo zal de val der kwade mensen haastig komen.~ 106 20, 19| ontijdige klucht, in de mond der ongeschikten zal hij gedurig 107 20, 24| een mens, en in de mond der ongeschikten is zij gedurig.~ 108 20, 29| geschenken verblinden de ogen der wijzen, en gelijk een toom 109 21, 3 | leeuwentanden, en doden de zielen der mensen.~ 110 21, 5 | rijkdom; zo zal het huis der hovaardigen verwoest worden.~ 111 21, 10| 10 De vergadering der goddelozen is gelijk werk 112 21, 11| uiterste daarvan is de gracht der hel.~ 113 21, 13| des Heren is de aanneming der wijsheid.~ 114 21, 28| 28 De lippen der veelsprekers verhalen dingen 115 21, 28| aangaan, maar de woorden der voorzichtigen zijn op de 116 21, 29| 29 Het hart der dwazen is in hun mond, maar 117 21, 29| in hun mond, maar de mond der wijzen is in hun hart.~ 118 22, 28| 28 In de tijd der verdrukking blijf bij hem, 119 23, 2 | gedachte, en een onderrichting der wijsheid in mijn hart? opdat 120 23, 2 | verschoont, en de moedwil der openbare zondaren niet voorbijgaat;~ 121 23, 4 | geef mij geen verheffing der ogen, en wend een stout 122 23, 15| eedzweren, want daarin is schuld der zonde.~ 123 23, 16| moeder; want in het midden der groten zult gij bijzitten.~ 124 23, 24| niet gedenken, en de ogen der mensen zijn alleen zijn 125 23, 26| Welke zien op alle wegen der mensen, en merken op de 126 23, 28| 28 Deze zal op de straten der stad gewroken worden, en 127 24, 5 | omgegaan, en heb in de diepte der afgronden gewandeld.~ 128 24, 6 | 6 In de baren der zee, en op de ganse aarde, 129 24, 19| bloemen zijn een vrucht der heerlijkheid en des rijkdoms.~ 130 24, 20| 20 Ik ben een moeder der schone liefde, en der vrees, 131 24, 20| moeder der schone liefde, en der vrees, en der kennis, en 132 24, 20| liefde, en der vrees, en der kennis, en der heilige hoop;~ 133 24, 20| vrees, en der kennis, en der heilige hoop;~ 134 24, 27| gelijk de Tigris in de dagen der nieuwe vruchten.~ 135 24, 29| 29 Die de leer der kennis doet uitschijnen 136 25, 2 | 2 Door eendracht der broederen en vriendschap 137 25, 8 | ervarenheid is een kroon der ouden, en hun roem is de 138 25, 12| en ze verhaalt in de oren der toehoorders.~ 139 25, 18| wraak, doch niet de wraak der vijanden.~ 140 25, 19| geen hoofd boven het hoofd der slang, en daar is geen gramschap 141 25, 29| Van de vrouw is het begin der zonde, en om harentwil sterven 142 26, 10| bekend aan de verheffingen der ogen en aan haar wenkbrauwen.~ 143 26, 14| 14 De bevalligheid der vrouw vermaakt haar man, 144 26, 29| als bekwaam tot afwering der vijanden; en een ieders 145 27, 2 | een nagel tussen de voegen der stenen vastgestoken wordt, 146 27, 6 | zo doet ook de uitspraak der gedachten blijken wat in 147 27, 13| 13 Het verhaal der zotten is verdriet, en hun 148 27, 13| lachen bestaat in dartelheid der zonde.~ 149 27, 15| 15 De twist der hovaardigen brengt bloedvergieting, 150 27, 30| zich verheugen in de val der godvrezenden zullen in een 151 28, 16| steden vernield, en huizen der groten omgekeerd.~ 152 28, 19| maakt striemen, maar de slag der tong vermorzelt het gebeente.~ 153 29, 21| bewogen gelijk een golf der zee.~ 154 30, 2 | worden, en in het midden der vermaarde lieden zal hij 155 30, 3 | verwekken en in tegenwoordigheid der vrienden zal hij over hem 156 31, 29| ook de wijn in het hart der hovaardigen als zij dronken 157 31, 32| des harten en verheuging der ziel, ter rechter tijd, 158 31, 33| gedronken veroorzaakt bitterheid der ziel door twist en ongeval.~ 159 32, 6 | 6 De samenstemming der muzikanten in een wijngelag 160 32, 7 | 7 Het gezang der muzikanten bij zoete wijn, 161 32, 23| dat is een onderhouding der geboden.~ 162 33, 7 | dag, zo toch al het licht der dagen in het jaar van de 163 33, 9 | sommige gesteld tot het getal der gemene dagen.~ 164 33, 23| de dag van de voleinding der dagen van uw leven, en in 165 34, 19| bespottelijk, en de gaven der goddelozen behagen God niet.~ 166 34, 20| welbehagen aan de offeran den der goddelozen, en wordt over 167 34, 20| over de zonde door menigte der slachtoffers niet verzoend.~ 168 34, 21| slachtoffer toebrengt van het geld der armen.~ 169 34, 22| 22 Het brood der behoeftigen is het leven 170 34, 22| behoeftigen is het leven der armen, wie hen daarvan berooft, 171 35, 15| 15 Hij zal het smeken der wezen niet verachten, noch 172 35, 16| 16 Vlieten niet de tranen der weduwe af op de wang? en 173 35, 19| totdat hij de lendenen der onbarmhartigen verbroken 174 35, 20| vergelden, totdat hij de menigte der smaders zal weggenomen, 175 35, 20| weggenomen, en de scepters der onrecht vaardigen verbroken 176 35, 21| handelingen, en de werken der mensen naar hun gedachten.~ 177 35, 23| barmhartigheid in de tijd der verdrukking; zij is gelijk 178 35, 23| gelijk de wolken in de tijd der droogte.~ ~ 179 36, 12| hoofden van de oversten der volken, die zeggen: Daar 180 36, 19| bekennen dat gij een Here der eeuwen zijt.~ 181 36, 24| 24 De schoonheid der vrouw verblijdt het aangezicht, 182 37, 18| teken van de verandering der vreugde.~ 183 37, 26| een man heeft een getal der dagen, maar de dagen van 184 38, 18| waardigheid, een dag of twee, om der lastering wil, en troost 185 38, 39| 39 Op de stoel der rechters zitten zij niet, 186 38, 40| zij bevestigen het bezit der wereld, en hun wens is dat 187 39, 2 | 2 De vertelling der vermaarde manen onthoudt 188 39, 3 | spreekwoorden, en in raadselen der spreuken oefent hij zich.~ 189 39, 19| al zijn werken met gezang der lippen, en met citers; en 190 39, 21| van zijn mond de boezem der wateren.~ 191 39, 34| 34 De tanden der wilde dieren, en de schorpioenen, 192 40, 3 | bij hem, die op de troon der heerlijkheid zit, als bij 193 40, 6 | slaapt hij gelijk in de dagen der schildwacht.~ 194 40, 9 | invoering van de honger, en der verplettering, en van de 195 40, 12| 12 De goederen der onrechtvaardigen zullen 196 40, 14| 14 De nakomelingen der goddelozen zullen niet vele 197 40, 18| 18 Kinderen, en opbouw der stad onderstutten de naam.~ 198 40, 23| hulp zijn goed in de tijd der verdrukking, maar een aalmoes 199 41, 8 | 8 Der zondaren kinderen worden 200 41, 8 | die in de gebuurschappen der goddelozen te zamen verkeren.~ 201 41, 9 | erfdeel van de kinderen der zondaars vergaat, en bij 202 41, 14| lichamen, doch de boze naam der mensen zal uitgewist worden.~ 203 41, 16| leven heeft een. zeker getal der dagen, maar een goede naam 204 41, 22| volk, vanwege overtreding der wet.~ 205 41, 28| uw vriend vanwege woorden der verwijting, en als gij hem 206 42, 15| en zit niet in het midden der vrouwen.~ 207 42, 16| van de vrouw de boosheid der vrouw.~ 208 42, 23| wetenschap, en ziet op de tekenen der eeuw.~ 209 42, 24| hij ontdekt de voetstappen der verborgen dingen.~ 210 42, 26| is vóór de wereld en in der eeuwigheid.~ 211 42, 29| dingen leven en blijven in der eeuwigheid in al hun gebruik 212 43, 1 | zuivere firmament is een roem der hoogte; de gedaante des 213 43, 4 | een oven aan tot werken der hitte, maar de zon verhit 214 43, 6 | tijd, tot een aanwijzing der tijden, en tot een teken 215 43, 6 | tijden, en tot een teken der eeuw.~ 216 43, 21| zijnde wordt gelijk de punten der palen.~ 217 43, 27| gedierten en onderscheid der walvissen.~ 218 44, 5 | raadslagen, en in het verstand der beschreven wetten van het 219 44, 11| 11 Doch dezen zijn mannen der barmhartigheid, welker gerechtigheden 220 44, 14| 14 Tot in der eeuwigheid blijft hun zaad, 221 44, 17| het geslacht een voorbeeld der boetvaardigheid te zijn.~ 222 44, 20| een grootvader van menigte der volken, en daar is niemand 223 44, 23| vermenigvuldigen gelijk het stof der aarde; en dat zij een erfdeel 224 44, 23| rivier tot aan het uiterste der aarde.~ 225 44, 26| hem voortgebracht een man der barmhartigheid, die gunst 226 45, 2 | 2 Hij heeft hem der heiligen heerlijkheid gelijk 227 45, 2 | heeft hem door de vrees der vijanden groot gemaakt; 228 45, 2 | verheerlijkt voor het aangezicht der koningen.~ 229 45, 6 | gegeven, de wet des levens en der wetenschap; deze heeft Jakob 230 45, 9 | hem omgord met een kleed der heerlijkheid, en hem aangetrokken 231 45, 9 | gesterkt met uitrusting der sterkte;~ 232 45, 12| gericht, openbare tekenen der waarheid;~ 233 45, 13| gegraveerd was het getal der kinderen Israëls.~ 234 45, 14| hoed, een uitgedrukt zegel der heiligheid, een heerlijke 235 45, 14| machtige werken, verlustigingen der ogen, schone versieringen.~ 236 45, 21| macht in de inzet tingen der rechten, om Jakob zijn getuigenissen 237 45, 25| gegeven, de eerstelingen der eerstgeborenen heeft hij 238 45, 30| zou zijn een voorstander der heilige dingen, en dat hij 239 45, 30| priesterdoms zou hebben in der eeuwigheid.~ 240 46, 20| En verdelgde de vorsten der Tyriërs, en alle oversten 241 46, 20| Tyriërs, en alle oversten der Filistijnen.~ 242 47, 7 | Heren, als hem de kroon der heerlijk heid gebracht werd.~ 243 47, 13| koninkrijks, en de troon der heerlijkheid in Israël.~ 244 47, 15| een heiligdom bereiden in der eeuwigheid.~ 245 47, 20| de naam des Heren, de God der ganse aarde, die bij genaamd 246 47, 27| zondigende, en gaf Efraïm een weg der zonde, en hun zonden vermenigvuldigden 247 48, 7 | en op Horeb de oordelen der wraak.~ 248 48, 24| 24 Hij sloeg het leger der Assyriërs, en zijn engel 249 49, 3 | heeft weggenomen de gruwelen der ongerechtigheid.~ 250 49, 4 | tot de Here; in de dagen der onrecht vaardigen versterkte 251 49, 10| Here hem toonde in de wagen der cherubim.~ 252 49, 12| 12 Ook de gedachtenis der twaalf profeten zij in zegening.~ 253 50, 6 | morgenster in het midden der wolken, gelijk de maan als 254 50, 7 | Allerhoogsten; gelijk de bloem der rozen in de tijd der nieuwe 255 50, 7 | bloem der rozen in de tijd der nieuwe bloemen; gelijk als 256 50, 10| wolken; als hij het kleed der heerlijkheid nam, en als 257 50, 12| En als hij de gedeelten der offeranden uit de hand der 258 50, 12| der offeranden uit de hand der priesters ontving, zo stond 259 50, 13| handen, in tegenwoordigheid der ganse gemeente van Israël;~ 260 50, 21| op over de ganse gemeente der kinderen Israëls, om hun 261 50, 24| gelijk het in de dagen der vorige eeuw geweest is; 262 50, 26| Samaria, en lieden die in der Filistijnen land wonen, 263 50, 27| onderwijzing van het verstand en der wetenschap; welke de wijsheid 264 50, 30| Geprezen zij de Here in der eeuwigheid. Dat geschiede, 265 51, 3 | 3 En van de strik der lasterende tong; van de 266 51, 4 | verlost naar de menigte der barmhartigheid van uw naam, 267 51, 9 | ik zag om naar bijstand der mensen, en daar was geen.~ 268 51, 11| hen verlost uit de hand der vijanden.~ 269 51, 13| wilde verlaten in de dag der verdrukking, ten tijde als 270 51, 31| en overnacht in het huis der onderwijzing.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License