Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
merkt 3
mesthoop 1
mestvarken 1
met 215
metalen 2
metgezel 5
middag 2
Frequency    [«  »]
252 u
226 te
217 des
215 met
189 want
186 haar
183 gelijk

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

met

    Chapter, Verse
1 1, 1 | wijsheid is van de Here, en is met hem in der eeuwigheid.~ 2 1, 13| de Here vrezen, en zij is met de gelovigen tezamen geschapen 3 1, 16| gehele huis vervult zij met haar wellustigheden, en 4 1, 28| niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.~ 5 1, 29| Maar de geveinsden niet met monden der mensen: en neem 6 1, 32| de vreze des Heren niet met waarheid zijt gekomen, en 7 3, 8 | 8 Eer uw vader en moeder met werken en woorden,~ 8 3, 14| dat ten goede, en wacht u met al uw vermogen dat gij hem 9 3, 19| kind, voer uw werken uit met zachtmoedigheid, en gij 10 3, 24| van node, verborgen dingen met ogen te zien.~ 11 3, 28| hart zal bezwaard worden met moeite, en de zon daar zal 12 4, 8 | en antwoord hem vreedzaam met zachtmoedigheid.~ 13 4, 13| opmaken tot haar, zullen met verheuging vervuld worden.~ 14 4, 18| verkeerd zal zij in het eerst met hem omgaan.~ 15 4, 19| brengen, en zal hem pijnigen met haar tuchtiging, totdat 16 4, 34| 34 Zijt niet stout met uw tong, en lui en slap 17 4, 35| huisknechten als een die met verbeelding gekweld is.~ 18 5, 13| geef een recht antwoord met lankmoedigheid.~ 19 5, 16| oorblazer noemen, en leg met uw tong geen lagen.~ 20 6, 6 | 6 Maak dat velen met u in vrede leven, doch heb 21 6, 9 | en die u in het openbaar met verwijt bestrijden zal.~ 22 6, 27| 27 Ga tot haar met geheel uw ziel, en bewaar 23 6, 27| ziel, en bewaar haar wegen met geheel uw kracht.~ 24 7, 29| 29 Vrees de Here met uw gehele ziel, en houd 25 7, 36| van de wenende, en treur met degenen die treuren.~ 26 8, 1 | 1 STRIJD met geen machtig mens, dat gij 27 8, 2 | 2 Twist niet met een rijk mens, opdat hij 28 8, 4 | 4 Strijd niet met een klapachtig mens, en 29 8, 5 | 5 Scherts niet met een ongeschikte, opdat uw 30 8, 18| 18 Wandel niet met een stoute, opdat hij u 31 8, 19| 19 Verwek geen strijd met een toornige, en ga niet 32 8, 19| een toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk 33 8, 20| 20 Beraad u niet met een dwaas, want hij zal 34 9, 4 | 4 Ga niet om met een snarenspeelster, dat 35 9, 9 | aangestoken, en leg u niet neder met haar in de armen.~ 36 9, 11| 11 En maak geen gelag met haar bij de wijn; dat niet 37 9, 11| ziel tot haar neigt, en gij met uw geest niet valt in het 38 9, 13| geworden zijn, drink hem met verheuging.~ 39 9, 19| uw vermogen, en beraad u met de wijzen; spreek met de 40 9, 19| u met de wijzen; spreek met de verstandigen, en al wat 41 10, 17| nederigen in hun plaats met heerlijkheid.~ 42 11, 4 | 4 Pronk niet met de klederen die gij aandoet, 43 11, 10| Mijn kind, bemoei u niet met vele dingen, want indien 44 11, 16| Dwaling en duisternis zijn met de zondaren geschapen, en 45 11, 16| over kwade dingen pochen, met die veroudert de boosheid.~ 46 12, 13| dieren naderen? zo gaat het met hem die zich ophoudt bij 47 12, 15| 15 En de vijand zal wel met zijn lippen zoet spreken, 48 12, 16| 16 Met zijn ogen zal hij wenen, 49 12, 18| zijn hoofd schudden, en met de handen klappen, en veel 50 13, 1 | daarmede besmet, en die met de hovaardige gemeenschap 51 13, 2 | en heb geen gemeenschap met degene, die sterker en rijker 52 13, 3 | gemeenschap zal de aarden pot met een ketel hebben? deze zal 53 13, 6 | zult hebben, zo zal hij met u leven, en zal u uitledigen, 54 13, 7 | hoop geven; hij zal schoon met u spreken, en zeggen: Wat 55 13, 8 | 8 Hij zal u met zijn spijs beschaamd maken, 56 13, 13| 13 Tracht niet met hem te spreken, en betrouw 57 13, 13| vele woorden niet, want met veel te spreken zal hij 58 13, 15| hoort, want gij wandelt met uw val.~ 59 13, 20| gemeenschap zal een wolf hebben met een lam? zo is een zondaar 60 13, 21| vrede zal een hyëna hebben met een hond? en wat vrede zal 61 13, 21| vrede zal een rijke hebben met een arme?~ 62 13, 31| gelijkenissen in overlegging met moeite.~ ~ 63 14, 1 | is de man die niet feilt met zijn mond, en niet doorprikkeld 64 14, 1 | niet doorprikkeld wordt met de menigte der zonden.~ 65 14, 8 | Het is een boos mens, die met het oog afgunstig is, die 66 14, 9 | van de gierigaard wordt met geen deel verzadigd, en 67 14, 19| hij uitspruiten; zo is het met het geslacht van het vlees 68 14, 20| die het gewrocht heeft zal met hetzelve ook weggaan.~ 69 14, 21| 21 Zalig is de man die met wijsheid betracht hetgeen 70 14, 21| hetgeen eerlijk is, en die met zijn verstand van heilige 71 15, 3 | 3 Zij zal hem spijzen met brood des verstands, en 72 15, 3 | brood des verstands, en met water der wijsheid zal zij 73 15, 10| 10 Want met wijsheid zal lof gesproken 74 16, 5 | verstandige zal een stad met inwoners bezet worden; maar 75 16, 14| zondaar zal niet ontvlieden met zijn roof; en de verwachting 76 16, 15| heeft hij onderscheiden met een diamantsteen.~ 77 16, 24| leer wetenschap, en let met uw hart op mijn woorden.~ 78 16, 25| zijn wetenschap verkondigen met naarstigheid.~ 79 16, 29| gezien, en heeft ze vervuld met zijn goederen.~ 80 17, 3 | 3 Hij heeft hen bekleed met sterkte, naar hun gelegenheid, 81 17, 6 | een hart om te overleggen; met wetenschap des verstands 82 17, 10| eeuwig verbond heeft hij met hen opgericht, en hun getoond 83 18, 2 | heeft de wereld gebouwd met de span zijner hand, en 84 18, 15| berisping, en bedroef niemand met boze woorden, als gij om 85 19, 6 | zijn tong bedwingt, zal met degene die niet twistig 86 19, 16| harte, en wie is er die met zijn tong niet struikelt?~ 87 20, 12| 12 De wijze zal zichzelf met woorden lieftallig maken, 88 20, 17| het bezit zijner goederen met geen rechte kennis ontvangen, 89 21, 8 | 8 Wie machtig is met de tong, die is van verre 90 21, 9 | 9 Wie zijn huis met geld van andere lieden bouwt, 91 22, 14| 14 Spreek niet lang met een onwijze, en ga niet 92 23, 9 | een huisknecht, die steeds met geselen onderzocht wordt, 93 23, 12| huis zal vervuld worden met aangehaalde straffen.~ 94 23, 13| wijze van spreken rondom met de dood bekleed; laat die 95 23, 21| 21 Een hoereerder, die met het lichaam zijns vleses 96 24, 21| 21 En geef met al mijn kinderen deze eeuwigblijvende 97 24, 27| Hij vervult alle dingen met zijn wijsheid, gelijk de 98 25, 9 | hart, en het tiende zal ik met mijn tong zeggen:~ 99 25, 11| verstandige vrouw woont, en die met de tong niet struikelt, 100 26, 2 | vervult de jaren zijns levens met vrede.~ 101 26, 7 | andere vrouw jaloers is, en met de tong geselt, en bij allen 102 27, 23| 23 Wie met het oog wenkt, die smeedt 103 28, 18| zal geen rust vinden, noch met stilheid wonen.~ 104 28, 22| niet getrokken heeft, en met haar banden niet is gebonden 105 28, 28| omtuin hetgeen gij bezit met doornen, en maak voor uw 106 29, 1 | naaste en wie hem sterkt met zijn hand, die houdt de 107 29, 9 | 9 Hij betaalt hem met vloeken en scheldwoorden, 108 29, 11| lankmoedig, en stel hem niet uit met uw aalmoes.~ 109 30, 9 | zal u verschrikken; speel met hem, en het zal u bedroeven.~ 110 30, 10| 10 Lach niet met hem, opdat u geen smart 111 31, 3 | 3 De rijke bemoeit zich met veel geld te vergaderen, 112 31, 3 | heeft, vult hij zich op met zijn lekkernijen.~ 113 31, 16| hij heenziet, en wrijf ze met hem niet in de schotel.~ 114 31, 21| heeft een gezonde slaap, met een matig ingewand, hij 115 31, 23| 23 En zo gij met kost overladen zijt, sta 116 32, 4 | want dat betaamt u, doch met ernstige wetenschap, en 117 32, 9 | 9 Maak uw rede kort, zeg met weinig woorden veel; wees 118 32, 13| voorgenomen hebt, maar niet met zonden en hovaardige woorden.~ 119 34, 28| 28 Zo is het met een mens die vast vanwege 120 35, 8 | 8 Verheerlijk de Here met een goed oog, en verminder 121 35, 9 | gaven, en heilig uw tiende met verheuging.~ 122 35, 10| hij u gegeven heeft, en met een goed oog hetgeen uw 123 35, 12| niet aannemen, en bemoei u met geen onrechtvaardig slachtoffer.~ 124 35, 17| 17 Die God dient met welbehagen zal aangenomen 125 36, 16| te verheffen, en uw volk met uw heerlijkheid.~ 126 37, 1 | vriend is alleen vriend met de naam.~ 127 37, 3 | komt gij gerold om de aarde met bedriegerij te bedekken?~ 128 37, 4 | 4 Een metgezel leeft met zijn vriend in verheuging, 129 37, 5 | 5 Een metgezel arbeidt met zijn vriend om des buiks 130 37, 7 | 7 Beraad u niet met hem die u overdwars aanziet, 131 37, 11| 11 Beraad u niet met hem, die u overdwars aanziet, 132 37, 12| 12 Noch met een vrouw, aangaande degene 133 37, 12| waartegen zij jaloers is; noch met een vreesachtige over de 134 37, 12| vreesachtige over de oorlog; noch met een koopman over de wissel; 135 37, 12| koopman over de wissel; noch met degene, die koopt over de 136 37, 12| koopt over de verkoop; noch met een nijdig mens over de 137 37, 12| over de dankbaarheid, noch met een onbarmhartige over de 138 37, 12| over de weldadigheid; noch met een luie over enig werk; 139 37, 12| luie over enig werk; noch met een huurling, die gij een 140 37, 12| voleinding van het werk, noch met een trage huisknecht over 141 37, 13| komen te struikelen, die met u bedroefd is.~ 142 37, 21| menigeen die wijsheid voorgeeft met woorden en is hatelijk; 143 37, 25| wijs man zal vervuld worden met zegen, en allen die hem 144 38, 1 | geneesheer tot uw behoeften, met de eer die hem toekomt; 145 38, 28| 28 Zo is het gelegen met ieder schrijnwerker en timmerman, 146 38, 28| die de nacht gelijk de dag met zijn werk doorbrengt.~ 147 38, 29| 29 Zo ook met hem die de zegelen uitsteekt, 148 38, 31| zijn vlees, en hij heeft met de hitte des ovens te strijden.~ 149 38, 34| op zijn werk, en drijft met zijn voeten het wiel om; 150 38, 35| 35 Met zijn arm geeft hij het leem 151 39, 2 | kloeke spreuken gaat hij met hen om.~ 152 39, 8 | grote Here wil, zo zal hij met de geest des verstands vervuld 153 39, 19| Here over al zijn werken met gezang der lippen, en met 154 39, 19| met gezang der lippen, en met citers; en zegt zo in uw 155 39, 40| 40 En nu, lofzingt met uw ganse hart en mond, en 156 40, 4 | draagt, als bij degene, die met grof lijnwaad gekleed is.~ 157 40, 8 | 8 Zo gaat het met alle vlees, van de mens 158 40, 12| gelijk een grote donder met regen zal God geluid daartegen 159 40, 16| Weldadigheid is gelijk een lusthof met zegeningen, en aalmoes blijft 160 40, 22| legener tijd, maar een vrouw met haar man meer dan beide.~ 161 40, 29| rekenen; hij besmet zijn ziel met vreemde spijzen.~ 162 41, 24| waarheid en verbond; en met de elleboog te liggen op 163 41, 27| 27 Van te veel u met anderen te bemoeien, en 164 42, 3 | spreken uw metgezel, en die met u over weg reizen; noch 165 42, 9 | en een geheel oude, die met de jonge lieden twist;~ 166 43, 4 | vurige dampen uitblaast, en met het glinsteren van haar 167 43, 13| 13 Hij omvat de hemel met een heerlijke kring, de 168 43, 26| zijn verwonderd als wij het met onze oren horen.~ 169 44, 4 | 4 Die raad gaven met verstand, en verkondigd 170 44, 7 | 7 Rijke mannen, voorzien met sterkte, en vreedzaam levende 171 44, 19| eeuwige verbonden werden met hem opgericht, opdat niet 172 44, 20| Allerhoogsten bewaard heeft, en met hem in een verbond geweest 173 44, 22| 22 Daarom heeft hij hem met een eed beloofd, dat hij 174 45, 8 | 8 Hij heeft met hem een eeuwig verbond opgericht, 175 45, 8 | zijn volk, en verheerlijkt met schoon sieraad.~ 176 45, 9 | 9 En heeft hem omgord met een kleed der heerlijkheid, 177 45, 9 | volkomen roem, en hem gesterkt met uitrusting der sterkte;~ 178 45, 10| 10 Met onderbroeken, lange rok, 179 45, 11| heeft hem rondom behangen met granaatappelen, en zeer 180 45, 11| heen, om geluid te maken met geklank in het gaan; en 181 45, 12| 12 Met een heilige gouden, en hemelsblauwe 182 45, 12| werk van een borduurwerker; met de lap van het gericht, 183 45, 14| 14 Hij heeft hem versierd met een gouden kroon boven op 184 45, 18| handen gevuld, en heeft hem met heilige olie gezalfd.~ 185 45, 22| woestijn; mannen die het met Dathan en Abiram hielden, 186 45, 22| vergadering van Korach, met grimmigheid en toorn.~ 187 45, 29| het volk had afgekeerd, met een goede toegenegenheid 188 45, 30| 30 Daarom heeft de Here met hem en zijn volk opgericht 189 45, 31| volgens het verbond opgericht met David, een zoon uit de stam 190 46, 7 | 7 Hij brak uit met oorlog tegen de volken, 191 46, 13| 13 En de richters, elk met zijn naam, welker aller 192 46, 22| zijn stem uit de aarde, met een profetie, dat de ongerechtigheid 193 47, 5 | hij zijn hand ophief om met de steen des slingers de 194 47, 7 | tienduizenden, en prees hem met zegeningen des Heren, als 195 47, 9 | en Allerhoogste, de eer, met heerlijke woorden.~ 196 47, 11| dagelijks God te prijzen met hun gezangen,~ 197 47, 16| zijn jeugd? en werd vervuld met verstand gelijk een stroom.~ 198 47, 17| de ganse aarde bedekt, en met scherpzinnige spreuken vervuld.~ 199 47, 21| 21 En zijt met uw lichaam in haar macht 200 47, 26| 26 En Salomo rustte met de vaderen, en liet na van 201 48, 9 | draaiwind, in een wagen met vurige paarden.~ 202 48, 13| is het, die bedekt werd met een draaiwind; en Elisa 203 48, 13| draaiwind; en Elisa werd vervuld met de Heilige Geest; en in 204 48, 13| oversten, en niemand heeft hem met geweld onderdrukt.~ 205 48, 19| groef de spitse rotssteen met ijzer, en bouwde fonteinen 206 50, 5 | verheerlijkt door uw verkeer met het volk, en door de uitgang 207 50, 9 | Gelijk een gouden vat, dat met de hamer dicht geslagen, 208 50, 9 | hamer dicht geslagen, en met allerlei kostelijk gesteente 209 50, 17| riepen de zonen van Aäron, met dun gesmede trompetten een 210 50, 19| En de zangers prezen God met hun stemmen, en in het meeste 211 50, 21| geven de zegen des Heren met zijn lippen, en om in zijn 212 51, 14| ophouden, en u lofzingen met dankzegging, en mijn smeking 213 51, 30| gegeven tot mijn loon, en met deze zal ik hem prijzen.~ 214 51, 35| 35 Ziet met uw ogen dat ik weinig moeite 215 51, 36| deelachtig de onderwijzing met een groot getal gelds, en


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License