Chapter, Verse
1 1, 17| beide zijn het gaven Gods tot vrede.~
2 1, 26| 26 Hebt gij lust tot wijsheid, zo bewaar de geboden,
3 1, 28| des Heren niet, en ga niet tot hem met een dubbel hart.~
4 1, 32| 32 Omdat gij tot de vreze des Heren niet
5 2, 1 | dienen, zo bereid uw ziel tot aanvechting.~
6 3, 18| godslasteraar, en wie zijn broeder tot toorn verwekt, die is vervloekt
7 4, 8 | 8 Neig uw oor tot de arme, zonder droefheid;
8 4, 13| en die zich vroeg opmaken tot haar, zullen met verheuging
9 4, 20| 20 En zij zal wederom tot hem keren door een rechte
10 4, 33| 33 Kamp voor de waarheid tot in de dood, en God de Here
11 5, 8 | 8 Verbeid niet u tot de Here te bekeren, en stel
12 6, 18| onderwijzing van uw jeugd aan, en tot uw grijze haren toe zult
13 6, 27| 27 Ga tot haar met geheel uw ziel,
14 6, 29| rust vinden, en zij zal u tot verheuging strekken;~
15 6, 30| haar boeien zullen u zijn tot een sterke bescherming,
16 6, 30| bescherming, en haar halsijzers tot een heerlijke tabberd.~
17 6, 36| maak u des morgens vroeg tot hem, en uw voet betrede
18 7, 34| 34 En steek uw hand uit tot de arme, opdat uw zegen
19 9, 11| niet te eniger tijd uw ziel tot haar neigt, en gij met uw
20 9, 15| behagen hebben; gedenk dat zij tot in de hel toe niet, zullen
21 9, 17| 17 En indien gij tot hem komt zo vergrijp u niet,
22 10, 8 | koninkrijk wordt van het ene volk tot het andere overgebracht,
23 10, 18| Here om, en verderft ze tot op de grond der aarde.~
24 12, 6 | maar genen bewaart hij tot de krachtige dag der wraak.
25 12, 11| worden, dat hij die niet tot het einde toe verroest maken
26 12, 13| gebeten is? en over allen die tot de wilde dieren naderen?
27 13, 8 | totdat hij u uitledige tot twee of driemaal toe, en
28 13, 11| 11 Als u een machtig heer tot zich nodigt, zo maak u ter
29 13, 11| veel te meer en te vaker tot zich noden.~
30 13, 17| leven lang, en roep hem aan tot uw behoudenis.~
31 13, 27| allen, en verhogen zijn rede tot aan de wolken.~
32 14, 15| moeten nalaten? en uw moeite tot verdeling des lots?~
33 16, 28| 28 En tot in eeuwigheid zullen zij
34 17, 9 | en hun de wet des levens tot een erfdeel gegeven, opdat
35 17, 11| heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:~
36 17, 13| van de jeugd af geneigd tot het kwade, en, zij hebben
37 17, 14| gesteld, maar Israël nam hij tot zijn deel aan, welke, zijnde
38 17, 18| weder te keren, en heeft tot zich geroepen die de lijdzaamheid
39 17, 19| 19 Bekeer u dan tot de Here, en verlaat de zonden;
40 17, 20| 20 Ga weder tot de Allerhoogste, en keer
41 17, 25| degenen die zich heilig tot hem bekeren.~
42 18, 14| en die zich zeer haasten tot zijn oordelen.~
43 18, 15| gaat, zo geef geen oorzaak tot berisping, en bedroef niemand
44 18, 20| geoordeeld wordt, bereid uzelf tot weldoen, en gij zult verzoening
45 18, 22| bekwamer tijd, en verwijl niet tot aan de dood rechtvaardig
46 18, 26| 26 Van 's morgens vroeg tot op de avond verandert de
47 18, 29| scherpzinnige spreuken tot het leven. Beter is het
48 19, 3 | zullen de maden en wormen tot erfdeel hebben, en hij zal
49 19, 3 | hebben, en hij zal uitdrogen tot een zeer schandelijk voorbeeld.~
50 19, 7 | en het zal u niet wezen tot vermindering.~
51 19, 18| boom der onsterfelijkheid tot vrucht genieten.~
52 19, 19| Een huisknecht zeggende tot zijn heer: Gelijk het u
53 20, 8 | dingen, en menige vond strekt tot schade.~
54 20, 23| schaamte, en krijgt hem tot een vijand zonder oorzaak.~
55 21, 2 | een slang, want indien gij tot haar naakt, zo zal zij u
56 21, 6 | de arme gaat uit de mond tot aan zijn oren, en zijn oordeel
57 21, 9 | zichzelf stenen vergadert tot een tombe op zijn graf.~
58 21, 10| voleinding is een vlam vuurs tot verderf.~
59 21, 25| van de dwaas is haastig tot een huis in te gaan, maar
60 22, 3 | zulk een dochter wordt hem tot verkleining.~
61 22, 4 | die beschaamd maakt, is tot droefheid desgenen die haar
62 22, 14| een onwijze, en ga niet tot een onverstandige, want
63 23, 3 | zonden niet vermeerderen tot verplettering, en ik niet
64 23, 8 | 8 Gewen uw mond niet tot zweren, en gewen u niet
65 23, 15| 15 Gewen uw mond niet tot onmatig eedzweren, want
66 23, 18| 18 Een mens die gewend is tot scheldwoorden, die zal al
67 23, 20| het wordt niet uitgeblust tot het verslonden is.~
68 23, 33| Haar gedachtenis zal zij tot een vervloeking nalaten,
69 24, 10| heeft hij mij geschapen, en tot in eeuwigheid neem ik niet
70 24, 22| 22 Komt herwaarts tot mij, gij die mij begeert,
71 24, 26| welke Mozes bevolen heeft tot een erfdeel in de vergaderingen
72 24, 35| gedolven gracht is mij geworden tot een rivier, en mijn rivier
73 24, 35| mijn rivier is geworden tot een zee.~
74 24, 36| dageraad, en doe ze schijnen tot in verre landen.~
75 24, 37| profetie, en laat ze, na tot eeuwige geslachten.~
76 25, 6 | oude mannen kennis hebben tot raad?~
77 25, 14| des Heren overtreft alles, tot verlichting.~
78 25, 25| vrouw, en begeer geen vrouw tot wellust.~
79 26, 3 | goed erf deel, en wordt tot een deel gegeven degenen,
80 26, 4 | hart van zo'n man is goed tot de Here. hetzij dat hij
81 26, 24| vrouw zal de onrechtvaardige tot een deel gegeven worden,
82 26, 29| beschouwd worden als bekwaam tot afwering der vijanden; en
83 26, 32| gerechtigheid wederkeert tot zonde; de Here zal hem tot
84 26, 32| tot zonde; de Here zal hem tot het zwaard bereiden.~
85 27, 9 | en de waarheid komt weder tot degenen, die haar betrachten.~
86 28, 7 | vijandschap tegen uw naaste tot zijn verderf en dood, maar
87 29, 8 | zijn geld, en maakt hem tot een vijand zonder oorzaak.~
88 29, 13| dat niet onder een steen tot verderfenis.~
89 30, 3 | leert, die zal zijn vijand tot jaloersheid verwekken en
90 30, 21| 21 Begeef uw ziel niet tot droefheid, en kwel uzelf
91 31, 10| bevonden? en hij zal zijn tot een roem. Wie heeft kunnen
92 31, 34| vermeerdert zijn gramschap tot aanstoot, vermindert sterkte,
93 32, 1 | 1 HEBBEN zij u tot een overste gesteld, verhef
94 32, 15| aannemen, en die zich vroeg tot Hem maken, zullen vinden
95 33, 9 | uit hen sommige gesteld tot het getal der gemene dagen.~
96 33, 12| heeft hij geheiligd, en tot hem doen naderen, enigen
97 33, 18| gemeente regeert, laat het tot uw oren ingaan.~
98 33, 27| 27 Drijf hem tot het i werk, opdat hij niet
99 34, 12| ben ik in gevaar geweest tot de dood toe, en om deze
100 35, 15| indien zij haar klaag rede tot hem uitstort.~
101 35, 17| worden, en zijn gebed zal tot aan de wolken raken.~
102 37, 2 | Blijft de droefheid niet tot de dood toe wanneer een
103 37, 2 | een metgezel en een vriend tot vijanden worden?~
104 37, 10| 10 En zegge tot u: Uw weg is goed, en stelle
105 37, 31| onverzadelijkheid nadert tot buikpijn.~
106 38, 1 | 1 EER de geneesheer tot uw behoeften, met de eer
107 38, 21| 21 Begeef uw hart niet tot droefheid, zet ze van u,
108 38, 38| wonen noch wandelen, doch tot de raad van het volk zullen
109 39, 6 | 6 Hij begeeft zijn hart tot de Here, om vroeg te komen
110 39, 6 | Here, om vroeg te komen tot degene die hem gemaakt heeft,
111 39, 6 | die hem gemaakt heeft, en tot de Allerhoogste smeekt hij.~
112 39, 7 | 7 En doet zijn mond open tot het gebed, en smeekt voor
113 39, 13| en zijn naam zal leven tot in alle geslachten.~
114 39, 24| 24 Van eeuw tot eeuw ziet hij daarop, en
115 39, 25| dit? want alle dingen zijn tot hun gebruik geschapen.~
116 39, 28| gelijkerwijs zij de goddelozen tot aanstoot zijn.~
117 39, 30| 30 Het voornaamste dat tot het leven des mensen nodig
118 39, 32| Daar zijn de geesten die tot wraak geschapen zijn, en
119 39, 33| dood; al deze dingen zijn tot wraak geschapen.~
120 39, 34| wraak aan de goddelozen tot hun verderf.~
121 39, 36| de aarde zijn zij gereed tot zijn diensten, en wan neer
122 40, 1 | moeders lichaam gekomen zijn, tot op de dag dat zij wederkeren
123 40, 8 | alle vlees, van de mens af tot op het vee, doch over de
124 40, 8 | doch over de zondaars komt tot deze dingen zevenvoudig
125 40, 10| aarde is, keert wederom tot aarde, en al wat van water
126 40, 13| overtreden, verdelgd worden tot het uiterste.~
127 40, 19| het hart, maar de liefde tot wijsheid meer dan beide.~
128 41, 12| vermenigvuldigt, het is tot verderfenis, en indien gij
129 41, 12| geboren wordt, zo wordt gij tot een vloek geboren, en indien
130 41, 12| sterft, zo wordt gij de vloek tot een deel.~
131 42, 17| vrouw die beschaamd maakt tot versmaadheid.~
132 42, 28| om aanschouwd te worden tot op een vonkje toe!~
133 43, 4 | Men blaast een oven aan tot werken der hitte, maar de
134 43, 6 | staan zou in haar tijd, tot een aanwijzing der tijden,
135 43, 6 | aanwijzing der tijden, en tot een teken der eeuw.~
136 43, 11| heilige worden zij gesteld tot een veroordeling, en worden
137 43, 22| noordenwind blaast, en het water tot ijs bevriest, zo zet hij
138 44, 14| 14 Tot in der eeuwigheid blijft
139 44, 15| naam leeft van geslacht tot geslacht.~
140 44, 23| bezitten van de ene zee tot aan de andere, en van de
141 44, 23| andere, en van de rivier tot aan het uiterste der aarde.~
142 45, 6 | heeft hem van aangezicht tot aangezicht bevelen gegeven,
143 45, 11| kon in de tempel, en dat tot een gedachtenis mocht dienen
144 45, 13| des graveerders; waarin tot een gedachtenis geschreven
145 45, 19| 19 Dit is hem geweest tot een eeuwig verbond, en zijn
146 45, 20| reukwerk en welriekende reuk tot gedachtenis, om verzoening
147 45, 31| komt van de ene zoon alleen tot de andere; zo is het erfdeel
148 46, 2 | en om Israël te brengen tot de bezitting van zijn erfdeel.~
149 46, 7 | volken, en in het afkomen tot hen vernielde hij die tegenstonden.~
150 46, 11| sterkte, die hem bijbleef tot in zijn ouderdom, dat hij
151 46, 21| gezalfden, zeggende: Geld, ook tot schoenen toe, heb ik van
152 47, 8 | vijanden rondom, en bracht tot niet de Filistijnen die
153 47, 8 | Filistijnen die tegen hem waren, tot op de huidige dag toe heeft
154 47, 18| 18 Uw naam is verre tot in de eilanden gekomen,
155 47, 20| gij hebt uw hart geneigd tot de vrouwen;~
156 48, 6 | verderf, en die verheven waren tot eer, van hun bed.~
157 48, 10| keren het hart van de vader tot de zoon, en te bestellen
158 48, 22| en breidden hun handen tot hem uit.~
159 48, 28| aan de toekomende dingen tot in eeuwigheid, en de verborgen
160 49, 4 | 4 Hij richtte zijn hart tot de Here; in de dagen der
161 49, 9 | moeders lichaam was geheiligd tot een profeet, om uit te roeien,
162 49, 14| welke de Here werd toebereid tot een eeuwige heerlijkheid.~
163 50, 10| cypresseboom, die verhoogd is tot aan de wolken; als hij het
164 50, 11| 11 In het opklimmen tot het heilige altaar verheerlijkte
165 50, 15| Strekte hij zijn handen uit tot de offerbeker, en offerde
166 50, 17| werd een groot geschal, tot een gedachtenis voor de
167 50, 29| indien hij ze doet, zal hij tot alle dingen bekwaam zijn,
168 51, 18| heb ik om haar gebeden, en tot het uiterste toe zal ik
169 51, 26| heb mijn handen uitgerekt tot de hoogte, en mijn onwetendheden
170 51, 28| Ik heb van het begin af tot haar een hart gekregen,
171 51, 30| heeft mij een tong gegeven tot mijn loon, en met deze zal
172 51, 31| 31 Gemaakt tot mij, gij die niet onderwezen
|