Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zitplaats 3
zitten 3
zittende 2
zo 165
zochten 2
zodanig 1
zodanige 1
Frequency    [«  »]
172 tot
170 dat
170 here
165 zo
162 op
160 zij
155 voor

Het boek Ecclesiasticus

IntraText - Concordances

zo

    Chapter, Verse
1 1, 26| Hebt gij lust tot wijsheid, zo bewaar de geboden, en de 2 1, 28| Als gij behoeftig zijt, zo wantrouw de vreze des Heren 3 2, 1 | komt om de Here te dienen, zo bereid uw ziel tot aanvechting.~ 4 2, 23| zijn grote heerlijkheid is, zo is ook zijn barmhartigheid.~ ~ ~ ~ 5 3, 14| hem het verstand begeeft, zo houd hem dat ten goede, 6 3, 17| gelijk schoon weder het ijs, zo zullen uw zonden versmelten.~ 7 3, 26| u aan kennis ontbreekt, zo verkondig die niet.~ 8 3, 29| hovaardigen gebracht wordt, zo is daar geen genezing; zijn 9 4, 17| Indien hij haar vertrouwt, zo zal hij haar beërven, en 10 4, 22| Indien hij zou afdwalen, zo zal zij hem verlaten, en 11 5, 11| ga niet in allerlei pad, zo doet de zondaar die tweetongig 12 5, 12| in uw mening zeker zijt, zo blijf vast daarbij, en uw 13 5, 14| Indien gij verstand hebt, zo antwoord uw naasten; en 14 5, 14| naasten; en indien niet, zo zij uw hand op uw mond.~ 15 6, 1 | schaamte en verwijt beërven; zo zal ook de zondaar, die 16 6, 7 | 7 Zo gij een vriend wilt verkrijgen, 17 6, 7 | vriend wilt verkrijgen, zo krijg hem in de verzoeking 18 6, 12| Indien gij vernederd wordt, zo zal hij tegen u zijn, en 19 6, 17| vriendschap; want naar dat hij is, zo zullen ook zijn naasten 20 6, 28| haar machtig geworden zijt, zo laat haar niet van u.~ 21 6, 33| zult willen, mijn kind, zo zult gij onderwezen worden, 22 6, 33| uw ziel daartoe begeeft, zo zult gij geheel kloek worden.~ 23 6, 34| zult hebben om te horen, zo zult gij verstand krijgen, 24 6, 34| gij uw oor zult neigen, zo zult gij wijs worden.~ 25 6, 36| een verstandig man ziet, zo maak u des morgens vroeg 26 6, 37| altijd in zijn bevelen, zo zal hij uw hart versterken, 27 7, 3 | voren der ongerechtigheid, zo zult gij niet zevenvoudig 28 7, 9 | God de Allerhoogste ofer, zo zal hij het aannemen.~ 29 7, 22| 22 Hebt gij vee, zo heb opzicht daarop, en zo 30 7, 22| zo heb opzicht daarop, en zo het u nut is, laat het bij 31 8, 15| wat geleend zult hebben, zo zijt als een die het verloren 32 9, 17| indien gij tot hem komt zo vergrijp u niet, opdat bij 33 10, 2 | de rechter des volks is, zo zijn ook zijn dienaars; 34 10, 2 | voorganger der stad is, zo zijn allen die deze bewonen.~ 35 10, 12| wanneer een mens sterft, zo beërft hij kruipende en 36 11, 10| en indien gij ze najaagt, zo zult gij ze niet bereiken; 37 12, 1 | 1 INDIEN gij weldoet, zo weet aan wie gij het doet, 38 12, 10| gelijk het koper verroest, zo ook zijn boosheid.~ 39 12, 13| de wilde dieren naderen? zo gaat het met hem die zich 40 12, 14| indien gij zoudt uitwijken, zo zal hij niet volharden.~ 41 12, 16| gelegen tijd zal vinden, zo zal hij niet verzadigd kunnen 42 13, 6 | Indien gij wat zult hebben, zo zal hij met u leven, en 43 13, 7 | 7 Heeft hij u nodig, zo zal hij u bedriegen, en 44 13, 11| machtig heer tot zich nodigt, zo maak u ter zijde, en hij 45 13, 11| ter zijde, en hij zal u zo veel te meer en te vaker 46 13, 16| Als gij deze dingen hoort, zo waak zelfs in uw slaap.~ 47 13, 20| wolf hebben met een lam? zo is een zondaar tegen degene, 48 13, 22| jacht zijn in de woestijn, zo zijn de armen der rijken 49 13, 23| der hovaardigen gruwel, zo is ook de arme voor de rijke 50 13, 24| een rijke bewogen wordt, zo wordt hij van zijn vrienden 51 13, 24| maar wanneer een arme valt, zo wordt hij daarenboven van 52 13, 25| Wanneer een rijke struikelt, zo heeft hij velen, die hem 53 14, 19| andere doet hij uitspruiten; zo is het met het geslacht 54 16, 1 | verheug u over hen niet, zo de vreze des Heren bij hen 55 16, 13| barmhartigheid groot is, zo is ook zijn kastijding; 56 17, 27| en nochtans bezwijkt ze; zo ook de mens die vlees en 57 18, 9 | tegen het zand aan de zee, zo zijn duizend jaren tegen 58 18, 15| wanneer het u wèl gaat, zo geef geen oorzaak tot berisping, 59 18, 16| de hitte doen ophouden? zo is een woord beter dan een 60 18, 31| lust van haar welbehagen, zo zult gij uw vijanden die 61 19, 4 | tegen zijn ziel zondigt, zal zo mishandelen.~ 62 19, 8 | indien het u geen zonde is, zo openbaar het niet.~ 63 19, 12| van het vlees vaststeekt, zo is een woord in de buik 64 19, 13| hij het niet gedaan, en zo hij het gedaan heeft, dat 65 19, 14| hij het niet gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat 66 19, 26| verhinderd wordt te zondigen, zo zal hij toch kwaad doen 67 20, 2 | jonge dochter te onteren, zo is hij die geweld oefent 68 20, 7 | vaardigheid bewijst? want zo zal hij de vrijwillige zonden 69 20, 18| vallen dan door een tong; zo zal de val der kwade mensen 70 21, 2 | indien gij tot haar naakt, zo zal zij u steken.~ 71 21, 5 | smaadheid verwoesten rijkdom; zo zal het huis der hovaardigen 72 21, 16| zal geen kennis vatten, zo lang hij leeft.~ 73 21, 17| verstandige een wijs woord hoort, zo prijst hij dat, en doet 74 21, 18| een onverstandige gehoord, zo mishaagt het hem, enhij 75 21, 21| een huis dat vergaan is, zo is de vrijheid van de dwaas, 76 21, 30| goddeloze de Satan vervloekt, zo vervloekt hij zijn eigen 77 22, 19| gaat door een schudding, zo wordt een hart steunende 78 22, 22| 22 Zo kan een bevreesd hart in 79 22, 25| getrokken hebt tegen uw vriend, zo wanhoop niet, want daar 80 22, 26| vriend opengedaan hebt, zo vrees niet, want daar is 81 22, 29| rook gaan voor het vuur, zo gaan scheldwoorden voor 82 22, 30| mij niet verbergen, zelfs zo mij iets kwaads overkomt 83 23, 9 | gebrek heeft van striemen, zo wordt die zweert en doorgaans 84 23, 11| indien hij het niet acht, zo zondigt hij dubbel.~ 85 23, 12| 12 En zo hij ijdel gezworen heeft, 86 23, 27| hem alles bekend geweest; zo ook, nadat ze zijn voleindigd, 87 24, 11| 11 En zo ben ik in Sion bevestigd. 88 24, 30| niet volkomen gekend, en zo heeft de laatste haar niet 89 25, 31| Gaat zij niet naar uw hand, zo snijd haar af van uw vlees, 90 26, 4 | 4 En het hart van zo'n man is goed tot de Here. 91 26, 13| water dat nabij is drinkt, zo zal zij zich tegenover elke 92 26, 17| hoogste plaatsen des Heren, zo is ook de schoonheid van 93 26, 18| heilige kandelaar glinstert, zo is ook de schoonheid van 94 26, 19| op zilveren voetstukken, zo zijn ook haar schone voeten 95 26, 21| zult uitgezocht hebben, zo zaai uw eigen zaad, vertrouwende 96 26, 22| 22 Zo zullen uw vruchten overblijvende, 97 27, 2 | stenen vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen 98 27, 3 | de vreze des Heren houdt, zo zal zijn huis haastig omgekeerd 99 27, 4 | Als men een zeef schudt, zo blijft de vuiligheid daarin; 100 27, 4 | blijft de vuiligheid daarin; zo blijft des mensen vuiligheid 101 27, 6 | men die heeft verpleegd, zo doet ook de uitspraak der 102 27, 8 | hetgeen recht is najaagt, zo zult gij het achterhalen, 103 27, 10| leeuw loert op de jacht, zo loert de zonde op degenen, 104 27, 18| zoudt geopenbaard hebben, zo volg hem niet na.~ 105 27, 19| mens zijn vijand verliest, zo heeft hij zijn naaste verloren.~ 106 27, 20| uw hand losgelaten hadt, zo hebt gij uw naaste verlaten, 107 27, 26| hem op zijn eigen hoofd; zo maakt ook een bedriegelijke 108 28, 13| gij in een vonk blaast, zo zal zij branden, maar indien 109 28, 13| indien gij daarop spuwt, zo zal zij uitgaan; en dit 110 28, 20| scherpte des zwaards, doch niet zo velen als er gevallen zijn 111 29, 7 | hij het vermag te geven, zo zal hij nauwelijks de helft 112 29, 8 | 8 Maar indien niet, zo berooft hij hem van zijn 113 29, 27| 27 Heb een welbehagen zo wel aan het kleine als aan 114 29, 30| heen, bereid de tafel, en zo gij wat hebt, spijs mij.~ 115 30, 4 | Is zijn vader gestorven, zo is het alsof hij niet gestorven 116 30, 19| niet, en hij riekt niet; zo gaat het hem die door de 117 31, 12| aan een grote tafel zit, zo doe uw keel over deze niet 118 31, 20| 20 En zo gij onder velen aanzit, 119 31, 23| 23 En zo gij met kost overladen zijt, 120 31, 29| indompeling verstaald is, zo doet ook de wijn in het 121 32, 2 | 2 Bezorg hen, en zet u zo neder.~ 122 32, 3 | gij zult geprezen zijn, zo rust, opdat gij van hunnentwege 123 33, 4 | Gelijk de vraag klaar is, zo bereid de rede, en zo zult 124 33, 4 | is, zo bereid de rede, en zo zult gij gehoord worden; 125 33, 7 | de ene dag de andere dag, zo toch al het licht der dagen 126 33, 14| 14 Zo is ook de mens in de hand 127 33, 15| het leven tegen de dood, zo staat de godvrezende tegen 128 33, 15| godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de 129 33, 19| vriend geen macht over u, zo lang gij leeft, en geef 130 33, 30| door bloed verkregen hebt; zo gij een huisknecht hebt, 131 34, 2 | grijpt, en de winden najaagt, zo is hij die de dromen gadeslaat.~ 132 34, 6 | toegezonden, om u te bezoeken, zo geef uw hart daartoe niet.~ 133 34, 28| 28 Zo is het met een mens die 134 36, 21| spijs van het wildbraad, zo onderkent een verstandig 135 36, 25| zachtmoedig heid, en genezing, zo is haar man niet gelijk 136 36, 28| stad in de andere sluipt; zo betrouwt men een mens niet, 137 38, 23| Gedenk aan mijn oordeel, want zo zal ook het uwe zijn; mij 138 38, 24| 24 Als de dode rust, zo laat ook zijn gedachtenis 139 38, 28| 28 Zo is het gelegen met ieder 140 38, 29| 29 Zo ook met hem die de zegelen 141 38, 31| 31 Zo ook een smid, die nabij 142 39, 8 | Indien die grote Here wil, zo zal hij met de geest des 143 39, 15| hij in het leven blijft, zo zal hij een betere naam 144 39, 15| indien hij komt te rusten, zo verkrijgt hij die voor zich.~ 145 39, 19| en met citers; en zegt zo in uw dankzegging:~ 146 39, 27| 27 Zo erven de volken zijn toorn, 147 39, 29| goede mensen geschapen, zo de kwade dingen voor de 148 39, 31| godvrezende goede dingen zijn, zo worden ze de zondaar in 149 39, 36| neer hun tijd gekomen is, zo overtreden zij het woord 150 40, 2 | en de vrees des harten, zo is de betrachting van hetgeen 151 40, 3 | 3 Zo wel bij hem, die op de troon 152 40, 4 | 4 Zo wel bij hem, die een purperen 153 40, 8 | 8 Zo gaat het met alle vlees, 154 40, 13| hij de handen opendoet, zo wordt de rechtvaardige verheugd; 155 41, 12| indien gij geboren wordt, zo wordt gij tot een vloek 156 41, 12| geboren, en indien gij sterft, zo wordt gij de vloek tot een 157 43, 22| water tot ijs bevriest, zo zet hij zich op alle vergadering 158 45, 31| zoon alleen tot de andere; zo is het erfdeel des priesterdoms 159 46, 4 | 4 Wie heeft eer dan hij zo gestaan? want de oorlogen 160 46, 13| niet heeft gehoereerd, en zo velen niet zijn afgekeerd 161 47, 2 | geweest van het dankoffer, zo is David afgezonderd uit 162 47, 22| 22 Zo hebt gij uw heerlijkheid 163 50, 3 | de zee, houdende driemaal zo veel.~ 164 50, 12| hand der priesters ontving, zo stond hij zelf bij de haard 165 51, 32| of wat zegt gij hiertoe? zo toch uw zielen zeer dorsten.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License