Chapter, Verse
1 1, 18| en de roem verbreidt hem voor degenen, die hem liefhebben.~
2 2, 21| en vernederen hun zielen voor hem.~
3 4, 7 | vergadering, en verneder uw hoofd voor een machtige.~
4 4, 24| 24 En word niet beschaamd voor uw ziel.~
5 4, 33| 33 Kamp voor de waarheid tot in de dood,
6 4, 33| dood, en God de Here zal voor u strijden.~
7 6, 13| uw vijanden, en wacht u voor uw vrienden.~
8 7, 5 | 5 Rechtvaardig u niet voor de Here, en houd u niet
9 7, 5 | de Here, en houd u niet voor wijs bij de koning.~
10 7, 6 | gij niet te eniger tijd voor het aangezicht des machtigen
11 8, 21| 21 Doe niets heimelijks voor een vreemde, want gij weet
12 10, 7 | Hovaardigheid is hatelijk voor God en de mensen, en bij
13 10, 23| Here vrezen worden geëerd voor zijn ogen.~
14 10, 24| is een heerschappij ook voor het lot, maar hardigheid
15 11, 24| van node te behagen, en voor wie zullen nu voortaan mijn
16 11, 25| mij voortaan in dit leven voor kwaad geschieden?~
17 11, 27| 27 Want het is voor de Here licht, in de dag
18 11, 29| 29 Spreek niemand zalig voor zijn dood; ook aan zijn
19 11, 34| 34 Wacht u voor een boosdoener, want hij
20 12, 1 | het doet, en gij zult dank voor uw weldaden hebben.~
21 12, 5 | dubbel kwaad zal u overkomen voor al het goede, dat gij hem
22 13, 23| gruwel, zo is ook de arme voor de rijke een gruwel.~
23 14, 4 | zijn ziel, die vergadert voor anderen, en vreemden zullen
24 14, 26| van haar beschermd worden voor de hitte, en in haar heerlijkheid
25 15, 17| Het leven en de dood zijn voor de mens, en hetgeen hem
26 16, 15| 15 Maak plaats voor allerlei aalmoezen, want
27 16, 16| 16 Zeg niet: Ik zal mij voor de Here verbergen, en wie
28 16, 21| meerderdeel zijner werken is voor ons verborgen.~
29 17, 5 | 5 En voor het zesde heeft hij hun
30 17, 5 | uit delende zijn gaven, en voor het zevende, de spraak,
31 17, 13| zullen niet verborgen zijn voor zijn ogen, zijnde altijd
32 17, 13| zijn ogen, zijnde altijd voor hem, maar ieder mens is
33 17, 15| Daarom zijn al hun werken voor hem gelijk als de zon, en
34 17, 16| ongerechtigheden zijn niet verborgen voor hem, en al hun zonden zijn
35 17, 16| hem, en al hun zonden zijn voor de Here, doch de Here zijnde
36 17, 19| verlaat de zonden; smeek voor zijn aangezicht, en verminder
37 17, 25| onzes Gods, en de verzoening voor degenen die zich heilig
38 18, 26| deze dingen zijn haastig voor de Here. Een wijs mens vreest
39 18, 26| zonden wacht hij zichzelf voor mishandeling, maar een dwaas
40 19, 28| mensen, verkondigen wat hij voor een is.~
41 20, 1 | zijn zonde bekent, die zal voor schade bewaard worden.~
42 20, 11| Menigeen is er die veel voor weinig geld koopt, en betaalt
43 20, 13| want zijn ogen zien, om voor een veel te ontvangen.~
44 20, 16| vriend; ik heb geen dank voor mijn weldaden; die mijn
45 20, 25| 25 Een dief is te kiezen voor een die steeds liegt, maar
46 21, 2 | 2 Vlied voor de zonde gelijk voor een
47 21, 2 | Vlied voor de zonde gelijk voor een slang, want indien gij
48 21, 4 | en geen genezing is er voor haar wonde.~
49 21, 9 | bouwt, die is gelijk een die voor zichzelf stenen vergadert
50 22, 14| zijnde zal hij al uw dingen voor niets achten.~
51 22, 15| 15 Hoed u voor hem, opdat gij geen moeite
52 22, 29| des ovens en de rook gaan voor het vuur, zo gaan scheldwoorden
53 22, 29| vuur, zo gaan scheldwoorden voor de doodslag.~
54 22, 30| ik mij niet schamen, en voor zijn aangezicht zal ik mij
55 22, 30| iegelijk die het hoort zal zich voor hem wachten.~
56 23, 3 | verplettering, en ik niet valle voor degenen die mij tegen zijn,
57 24, 38| Ziet gij dan, dat ik niet voor mij alleen heb gearbeid,
58 24, 38| alleen heb gearbeid, maar voor al degenen die ze zoeken.~ ~ ~ ~
59 25, 1 | ik schoon, en sta schoon voor de Here, ja voor de Here
60 25, 1 | schoon voor de Here, ja voor de Here en de mensen.~
61 25, 24| Gelijk een zandachtige opgang voor de voeten van een oud man,
62 25, 24| is een klapachtige vrouw voor een stil man.~
63 26, 5 | dingen ontziet mijn hart, en voor het vierde word ik in mijn
64 26, 11| wanneer zij ruimte vindt, deze voor zich gebruikt.~
65 26, 13| nederzetten en de pijlkoker voor de pijl opendoen.~
66 26, 27| man eert, zal door allen voor wijs gehouden worden, maar
67 27, 22| wond kan men verbinden, en voor een scheldwoord is verzoening,
68 27, 24| 24 Voor uw ogen zal zijn mond zoet
69 27, 27| vallen, en die een strik voor anderen legt, zal daarmee
70 27, 30| en smart zal hen verteren voor hun dood; haat en toorn
71 28, 21| 21 Zalig is bij die voor haar beschermd is, die door
72 28, 28| bezit met doornen, en maak voor uw mond deuren en grendelen.~
73 28, 29| zilver tezamen, en maak voor uw woorden een weegschaal,
74 28, 29| woorden een weegschaal, en voor uw mond een deur en grendel.~
75 29, 9 | vloeken en scheldwoorden, en voor eer vergeldt hij hem oneer.~
76 29, 16| harde spies, tegen uw vijand voor u strijden.~
77 29, 17| 17 Een goed man zal voor zijn naaste borg worden,
78 29, 18| weldaden niet van hen, die voor u borg geworden is, want
79 29, 18| want hij heeft zijn ziel voor u gesteld.~
80 29, 20| De zondaar, wanneer men voor hem borg geworden is, zal
81 29, 32| 32 Deze dingen zijn zwaar voor een die verstand heeft.
82 30, 25| bekommernis brengt ouderdom voor de tijd.~
83 31, 6 | en hun verderf is geweest voor hun ogen.~
84 31, 21| 21 Hoe weinig is genoeg voor een mens die wel onderwezen
85 31, 31| 31 Wat voor een leven heeft hij die
86 32, 11| 11 De bliksem gaat haast voor de donder heen, en voor
87 32, 11| voor de donder heen, en voor een eerbaar mens gaat aangenaamheid.~
88 32, 19| vreemde en hovaardige is voor vrees niet vervaard, en
89 32, 22| aanstoot is, en wacht u voor uw kinderen.~
90 33, 17| 17 Merkt dat ik niet voor mij alleen heb gearbeid,
91 33, 17| alleen heb gearbeid, maar voor al degenen, die onderwijzing
92 33, 24| 24 Voor een ezel behoort voeder,
93 33, 24| voeder, en een stok en last; voor een huisknecht spijs, en
94 33, 26| 26 Het juk en touw buigen voor de hals van een os, maar
95 33, 26| pijnbank en pijniging zijn voor een kwade huisknecht.~
96 34, 1 | en dromen maken vleugelen voor de onwijze.~
97 34, 17| de middag; een bewaring voor de aanstoot, en een hulp
98 35, 4 | 4 Verschijn niet ledig voor het aangezicht des Heren.~
99 35, 6 | goede reuk daarvan komt voor de Allerhoogste.~
100 36, 4 | 4 Gelijk gij voor hun ogen geheiligd zijt
101 36, 4 | geweest in ons, dat gij ook voor ons groot gemaakt moogt
102 37, 7 | aanziet, en verberg uw raad voor degenen die u benijden.~
103 37, 8 | raad, maar menigeen geeft voor zichzelf raad.~
104 37, 9 | 9 Bewaar uw ziel voor de raadgever, en verneem
105 37, 11| en verberg uw raadslag voor degenen, die u benijden;~
106 37, 17| rede, en beraadslaging gaat voor alle handeling heen.~
107 37, 23| 23 Menigeen is wijs voor zichzelf, en de vruchten
108 37, 28| terwijl gij leeft, en zie wat voor haar schadelijk is, en geef
109 38, 35| het leem een gestalte, en voor zijn voeten buigt hij zijn
110 39, 7 | tot het gebed, en smeekt voor zijn zonden.~
111 39, 15| rusten, zo verkrijgt hij die voor zich.~
112 39, 23| werken van alle vlees zijn voor zijn aangezicht, en daar
113 39, 23| kan niets verborgen worden voor zijn ogen.~
114 39, 24| daar is niets te wonderlijk voor hem.~
115 39, 29| dingen zijn in het begin voor de goede mensen geschapen,
116 39, 29| geschapen, zo de kwade dingen voor de zondaars.~
117 40, 1 | 1 VOOR een ieder mens is een grote
118 40, 15| oever van een stroom zal voor alle ander gras uitgeplukt
119 40, 26| vermindering, en hij behoeft voor zichzelf geen hulp te zoeken.~
120 40, 29| tafel ziet, diens leven is voor geen leven te rekenen; hij
121 41, 1 | is de gedachtenis van u, voor een mens, die in vrede leeft
122 41, 2 | 2 Voor een man die goede rust heeft,
123 41, 3 | uw oordeel is aangenaam voor een mens, die behoeftig
124 41, 4 | 4 Voor een die in zijn uiterste
125 41, 5 | gedenk aan degenen die voor u geweest zijn, en die na
126 41, 20| Dat men zich dan ontzie voor, mijn woord, want het is
127 41, 21| 21 Schaam u voor vader en moeder vanwege
128 41, 21| moeder vanwege hoererij, en voor een vorst en machtige vanwege
129 41, 22| 22 Voor een rechter en overste vanwege
130 41, 22| overste vanwege mishandeling, voor een vergadering en voor
131 41, 22| voor een vergadering en voor het volk, vanwege overtreding
132 41, 23| 23 Voor een metgezel en vriend vanwege
133 41, 23| vanwege ongerechtigheid, en voor de plaats, waar gij als
134 41, 24| 24 Schaamt u voor verachting van Gods waarheid
135 41, 24| liggen op het brood, en voor schandelijke afwijzing in
136 41, 25| 25 Schaamt u ook voor degene, die u groet vanwege
137 41, 28| 28 Schaamt u ook voor uw vriend vanwege woorden
138 42, 11| heimelijk waken, en zijn zorg voor haar beneemt de slaap.~
139 42, 25| gaat hem voorbij; daar is voor hem ook niet een woord verborgen.~
140 44, 2 | 2 De Here heeft door hen voor zijn majesteit veel eer
141 45, 2 | en heeft hem verheerlijkt voor het aangezicht der koningen.~
142 45, 20| gedachtenis, om verzoening te doen voor het volk.~
143 45, 29| toegenegenheid van zijn gemoed, en voor Israël verzoend had.~
144 46, 8 | dat namelijk zijn oorlog voor de Here was, want ook volgde
145 46, 21| hij ontsliep betuigde hij voor de Here, en zijn gezalfden,
146 47, 11| heeft zangers ingesteld voor het altaar, om uit zijn
147 47, 15| rust gegeven had, opdat hij voor zijn naam een huis zou oprichten,
148 50, 4 | 4 Hij droeg zorg voor zijn volk, dat het niet
149 50, 16| altaar een welriekende reuk voor de Allerhoogste, die koning
150 50, 17| geschal, tot een gedachtenis voor de Aller hoogste.~
151 50, 20| Allerhoogsten, smeekte in hun gebed, voor het aangezicht van de ontfermer,
152 51, 18| 18 Voor de tempel heb ik om haar
153 51, 22| 22 En heb voor mijzelf veel onderwijzing
154 51, 35| moeite gehad heb, en heb voor mijzelf veel rust gevonden.~
155 51, 38| 38 Werkt uw werk voor de tijd, en hij zal u te
|