Chapter, Verse
1 1, 19| kennis van het verstand uit als een plasregen en verhoogt
2 1, 28| 28 Als gij behoeftig zijt, zo wantrouw
3 2, 2 | en haast niet in de tijd, als deze over u gebracht wordt.~
4 2, 17| 17 Wat zult gij doen, als u de Here bezoeken zal?~
5 3, 4 | zijn moeder eert, is gelijk als die schatten vergadert.~
6 3, 7 | zal zijn vader eren, zal als heren dienen degenen, die
7 3, 26| hun gemoed doen wankelen; als gij geen oogappelen hebt
8 3, 26| licht gebrek hebben, en als het u aan kennis ontbreekt,
9 3, 29| 29 Als ongeluk over de hovaardigen
10 4, 6 | 6 Want als iemand u vervloekt in bitterheid
11 4, 9 | en zijt niet kleinmoedig als gij oordeelt.~
12 4, 10| 10 Wees de wezen als een vader, en hun moeder
13 4, 35| 35 Zijt niet als een leeuw in uw huis, en
14 4, 35| en onder uw huisknechten als een die met verbeelding
15 5, 9 | zal schielijk uitvaren, en als gij onbezorgd zult zijn
16 5, 12| 12 Als gij in uw mening zeker zijt,
17 6, 3 | verderven, en uzelf laten als een dorre boom.~
18 6, 11| 11 Als het u wel gaat zal hij zijn
19 6, 11| u wel gaat zal hij zijn als gij, en over uw huisknechten
20 6, 28| zal u bekend worden, en als gij haar machtig geworden
21 6, 32| Gij zult haar aantrekken als een heerlijke tabberd en
22 6, 32| zult haar uzelf opzetten als een kroon der vrolijkheid.~
23 7, 9 | menigte mijner gaven zien, en als ik God de Allerhoogste ofer,
24 8, 12| leren, en hoe gij in de tijd als het nodig is zult antwoorden.~
25 8, 15| geleend zult hebben, zo zijt als een die het verloren hebt.~
26 8, 19| door de woestijn, gelijk als niets is het bloed in zijn
27 9, 9 | uit deze wordt de liefde als een vuur aangestoken, en
28 9, 13| vriend is gelijk nieuwe wijn: als hij zal oud geworden zijn,
29 10, 2 | 2 Gelijk als de rechter des volks is,
30 10, 28| wetenschap zal niet murmureren als hij onderwezen wordt.~
31 10, 29| 29 Denk niet wijs te zijn als gij uw werk doet, en poch
32 11, 10| zult geenszins ont vlieden als gij vliedt.~
33 12, 8 | 8 Als het iemand wèl gaat, dan
34 12, 8 | vijanden in droefheid, en als het hem kwalijk gaat, dan
35 12, 11| hem, en gij zult hem zijn als die een spiegel heeft afgeveegd,
36 12, 17| uzelf, en zich stellende als een mens die helpen wil,
37 13, 11| 11 Als u een machtig heer tot zich
38 13, 15| uzelf, en neem vlijtig acht als gij hem hoort, want gij
39 13, 16| 16 Als gij deze dingen hoort, zo
40 15, 2 | gelijk een vrouw die hij als zij maagd was getrouwd heeft,
41 16, 19| onder elkander door beving, als de Here daarop ziet.~
42 17, 15| hun werken voor hem gelijk als de zon, en zijn ogen zien
43 17, 17| genade tegen de mens bewaren als zijn oogappel, gevende zijn
44 17, 23| 23 Van een dode, als die van een die niet meer
45 18, 15| niemand met boze woorden, als gij om iets gebeden wordt.~
46 18, 24| en aan de tijd der wraak, als de Here zijn aangezicht
47 18, 29| ook wijs; en gieten uit, als een regen, scherpzinnige
48 20, 14| zal zijn mond open doen als een uitroeper.~
49 20, 19| Een onaangenaam mens is als een ontijdige klucht, in
50 21, 15| wijze zal vermeerderd worden als een watervloed, en zijn
51 21, 22| De tucht is de onwetende als boeien aan de voeten, en
52 21, 22| boeien aan de voeten, en als duimijzers aan de rechterhand.~
53 22, 15| en niet bezoedeld wordt, als hij zijn vuilheid uitschudt.~
54 22, 27| opdat gij u verheugen moogt als het hem wèl gaat.~
55 24, 13| Ik ben verhoogd geworden als een cederboom op Libanon,
56 24, 16| van mij gegeven, gelijk als kaneel en gelijk een reukbal,
57 24, 17| 17 Gelijk als Galbanum, en Onyx, en Stacte,
58 24, 36| de onderwijzing jichten als de dageraad, en doe ze schijnen
59 26, 13| dorstende, de mond opent als hij een fontein vindt, en
60 26, 21| 21 Als gij uit alle velden een
61 26, 26| vrouw zal geacht worden als een hond, maar die schaamte
62 26, 29| roeren, zal beschouwd worden als bekwaam tot afwering der
63 26, 31| 31 Als een krijgsman ten laatste
64 26, 31| indien verstandige mannen als drek geacht worden;~
65 26, 32| 32 Als iemand van de gerechtigheid
66 27, 4 | 4 Als men een zeef schudt, zo
67 27, 8 | en zult het aantrekken als een lange heerlijke tabberd.~
68 28, 20| zwaards, doch niet zo velen als er gevallen zijn door de
69 28, 27| over hen gezonden worden als een leeuw, en gelijk een
70 29, 4 | Velen menen dat het geleende als gevonden is, en doen de
71 29, 5 | 5 Zolang als hij ontvangt, kust hij zijn
72 29, 7 | brengen, en zal het rekenen als gevonden.~
73 29, 27| welbehagen zo wel aan het kleine als aan het grote, opdat gij
74 31, 4 | De arme bemoeit zichzelf als zijn leeftocht vermindert,
75 31, 4 | leeftocht vermindert, en als hij rust wordt hij behoeftig.~
76 31, 12| 12 Als gij aan een grote tafel
77 31, 29| het hart der hovaardigen als zij dronken zijn.~
78 32, 1 | niet, maar wees bij hen als een van henlieden.~
79 32, 3 | wat nodig is te doen, en als gij zult geprezen zijn,
80 32, 7 | muzikanten bij zoete wijn, is als een zegel in een smaragd
81 32, 8 | 8 Spreek gij jongeling, als het u van node is, en zulks
82 32, 9 | woorden veel; wees gelijk als een die verstaat en evenwel
83 32, 17| gerechtigheden aansteken als een licht.~
84 32, 20| Doe niets zonder raad, en als gij het gedaan hebt, laat
85 33, 2 | geveinsd is, die is gelijk als een schip in een storm van
86 33, 20| 20 Zolang als gij nog leeft en adem in
87 34, 25| 25 Als de een bouwt en de andere
88 34, 26| 26 Als de een bidt en de andere
89 34, 27| 27 Als iemand is gewassen nadat
90 38, 11| hem een vette offerande, als die niet eerst begint, en
91 38, 16| vallen, en begin te wenen als die zware dingen geleden
92 38, 20| 20 Als er kwaad wordt ingevoerd,
93 38, 24| 24 Als de dode rust, zo laat ook
94 39, 9 | woorden zijner wijsheid als een regen uitgieten, en
95 39, 32| bevestigt God hun geselen, als de tijd voleindigd is, dan
96 39, 38| wat nodig is verleent hij als het tijd is.~
97 40, 3 | troon der heerlijkheid zit, als bij degene, die vernederd
98 40, 4 | kleed en een kroon draagt, als bij degene, die met grof
99 40, 6 | heeft weinig, en gelijk als geen rust, en daarna slaapt
100 40, 12| onrechtvaardigen zullen als een stroom uitdrogen, en
101 40, 13| 13 Als hij de handen opendoet,
102 41, 23| voor de plaats, waar gij als vreemdeling woont, vanwege
103 41, 28| woorden der verwijting, en als gij hem wat gegeven hebt
104 43, 3 | 3 Als zij op de middag is, verdroogt
105 43, 22| en trekt het water gelijk als een pantser aan.~
106 43, 26| en wij zijn verwonderd als wij het met onze oren horen.~
107 45, 13| kostelijke stenen gegraveerd, als een zegel in goud ingevat,
108 45, 29| 29 En gestaan had als zich het volk had afgekeerd,
109 46, 3 | hij verheerlijkt geworden, als hij zijn handen ophief,
110 46, 5 | gegaan? En is niet een dag als twee geworden?~
111 46, 6 | de Allerhoogste God aan als hij de vijanden rondom onderdrukte,
112 46, 9 | Kaleb de zoon van Jefune, als zij de gemeente wederstonden,
113 46, 18| Here, de machtige, aan, als hem zijn vijanden rondom
114 47, 7 | met zegeningen des Heren, als hem de kroon der heerlijk
115 47, 22| geworden vanwege uw dwaasheid, als de heerschappij in twee
116 48, 1 | vuur, en zijn woord brandde als een fakkel.~
117 48, 14| ding ging hem te boven, en als hij ontslapen was profeteerde
118 48, 16| zonden niet af totdat zij als een roof zijn weggevoerd
119 49, 1 | gedachtenis van Josia, is als een tezamen gemengd reukwerk,
120 49, 2 | in de mond van een ieder als honig, en als een muziekspel
121 49, 2 | een ieder als honig, en als een muziekspel op een wijnbanket.~
122 49, 16| geschapen geweest op aarde als Henoch, want hij is opgenomen
123 49, 17| daar is geen man geweest als Jozef, een leidsman zijner
124 50, 6 | der wolken, gelijk de maan als zij vol is op haar tijd,
125 50, 7 | der nieuwe bloemen; gelijk als de leliën aan de oorsprong
126 50, 10| verhoogd is tot aan de wolken; als hij het kleed der heerlijkheid
127 50, 10| der heerlijkheid nam, en als hij de volmaakte roem aantrok.~
128 50, 12| 12 En als hij de gedeelten der offeranden
129 50, 27| wetenschap; welke de wijsheid als een plasregen uit zijn hart
130 51, 13| der verdrukking, ten tijde als ik geen hulp had tegen de
131 51, 17| 17 Als ik nog jong was, eer dat
|