Chapter, Verse
1 1, 8 | 8 Wanneer hij de vaten van het huis des
2 1, 18| de bevelen des Heren, die hij voor ons aangezicht gegeven
3 1, 20| knecht, op de dag, waarop hij onze vaderen uitgeleid heeft
4 1, 21| woorden der profeten, die hij tot ons heeft gezonden.~
5 2, 1 | zijn woord bevestigd, dat hij over ons gesproken had,
6 2, 2 | 2 Dat hij over ons grote ellende liet
7 2, 2 | ellende liet komen, hoedanige hij niet heeft gedaan onder
8 2, 2 | onder de ganse hemel, gelijk hij gedaan heeft te Jeruzalem,
9 2, 4 | 4 Hij heeft hen overgegeven om
10 2, 9 | rechtvaardig in al zijn werken, die hij ons heeft geboden.~
11 2, 10| de bevelen des Heren, die hij gegeven had voor ons aangezicht.~
12 3, 32| dingen weet, die kent haar; hij heeft haar gevonden door
13 3, 33| zendt, en het gaat voort; hij roept het, en het is hem
14 3, 35| 35 Hij heeft geroepen, en zij hebben
15 3, 37| 37 Hij heeft al de weg der wetenschap
16 4, 15| 15 Want hij heeft over hen gebracht
17 4, 21| kinderen, roept tot God, en hij zal u verlossen uit het
18 4, 30| Heb moed, Jeruzalem, want hij die u genoemd heeft, zal
19 6, 6 | mijn engel is bij u, en hij zal uw zielen onderzoeken.~
20 6, 13| 13 En hij heeft een scepter als een
21 6, 14| 14 Hij heeft ook een zwaard in
22 6, 14| rechterhand, en een bijl, maar hij zal zichzelf van de krijg
23 6, 41| 41 Verzoekende dat hij zou spreken, alsof het hem
24 6, 60| Desgelijks de bliksem, als hij schijnt, is licht te zien,
25 6, 72| geen afgoden heeft, want hij is verre van bespotting.~
|