Chapter, Verse
1 1, 13| 13 Bidt ook voor ons, tot de Here onze
2 3, 4 | hebben, daarom hebben ons ook deze ellenden aangekleefd.~
3 6, 4 | Ziet dan wel voor u, dat ook gij niet op enige wijze
4 6, 9 | 9 Somwijlen ook onttrekken de priesters
5 6, 10| 10 En geven daarvan ook de hoeren, die onder hun
6 6, 10| dak zijn. Zij versieren ook de zilveren en gouden en
7 6, 14| 14 Hij heeft ook een zwaard in zijn rechterhand,
8 6, 15| onnut is, zodanig zijn ook hun goden.~
9 6, 17| bezet zijn, alzo verzekeren ook de priesters hun tempels
10 6, 21| andere vogels, desgelijks ook de katten.~
11 6, 23| blinken, en zij voelden het ook niet als zij gegoten werden.~
12 6, 26| 26 Die hen dienen worden ook beschaamd, omdat zij, indien
13 6, 27| verteren die onnut; desgelijks ook hun vrouwen leggen daarvan
14 6, 34| 34 Desgelijks kunnen zij ook noch rijkdom geven, noch
15 6, 54| 54 Want ook, als het vuur valt in het
16 6, 58| die versierde goden; of ook een deur in het huis die
17 6, 60| licht te zien, en zo waait ook de wind in alle landen.~
18 6, 66| 66 Zij kunnen ook geen tekenen in de hemel
19 6, 69| niet bewaren kan, zo zijn ook hun houten, vergulde en
20 6, 70| 70 Insgelijks ook zijn hun houten, en vergulde,
21 6, 71| 71 Men kan ook bemerken dat zij geen goden
22 6, 71| en dat verrot; zij zullen ook zelf eindelijk opgegeten
|