Chapter, Verse
1 1, 11| opdat hun dagen zijn mogen gelijk de dagen des hemels op de
2 1, 15| schaamte des aangezichts, gelijk het te dezen dage gaat de
3 1, 20| vloeide van melk en honig, gelijk het op deze dag is.~
4 2, 2 | gedaan onder de ganse hemel, gelijk hij gedaan heeft te Jeruzalem,
5 2, 6 | schaamte der aangezichten, gelijk deze, dag zelf uitwijst.~
6 2, 11| hebt u een naam gemaakt, gelijk deze dag uitwijst.~
7 2, 20| gramschap over ons gebracht, gelijk als gij gesproken hebt door
8 2, 26| was aangeroepen, gemaakt gelijk het te dezen dage is, vanwege
9 4, 24| 24 Want gelijk nu de naburinnen van Sion
10 4, 28| 28 Want gelijk uw gedachte is geweest om
11 4, 33| 33 Want gelijk zij zich verheugd heeft
12 6, 4 | enige wijze de vreemden gelijk gemaakt wordt, en u een
13 6, 15| vreest hen dan niet, want gelijk een vat van een mens dat
14 6, 17| 17 En gelijk voor iemand, die zich aan
15 6, 26| niet zullen oprichten, maar gelijk als voor doden zo zet men
16 6, 31| en roepen voor hun goden, gelijk sommigen in de maaltijden
17 6, 38| verzilverde, en zijn de stenen gelijk, die men uit de gebergten
18 6, 43| niet waardig ge acht is, gelijk als zij; en dat haar biesband
19 6, 62| ingestalte, noch in kracht gelijk.~
20 6, 69| 69 Want gelijk een vogelverschrikker in
21 6, 69| dezelfde wijze zijn zij gelijk de doornenboom in een hof,
22 6, 70| verzilverde goden een dode gelijk, die in het donker geworpen
|