Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ieders 1
iemand 6
ik 26
in 71
indien 6
ingaan 1
ingegaan 1
Frequency    [«  »]
99 zijn
92 het
73 is
71 in
65 niet
64 een
54 dat

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

in

   Chapter, Verse
1 1, 1 | Chelkia, geschreven heeft in Babylonië.~ 2 1, 2 | 2 In het vijfde jaar, de zevende 3 1, 2 | der maand, op die tijd, in welke de Chaldeeën Jeruzalem 4 1, 4 | voor allen die woonden in Babylonië bij de rivier 5 1, 8 | om die weder te brengen in het land Juda, op de tiende 6 1, 14| tot u gezonden hebben, om in het huis des Heren openlijk 7 1, 22| van ons is voortgegaan, in de gedachten van zijn boos 8 2, 2 | naar dat geschreven is in de wet van Mozes;~ 9 2, 4 | overgegeven om knechten te zijn in al de koninkrijken, die 10 2, 9 | de Here is wakker geweest in de straffen, en de Here 11 2, 9 | de Here is rechtvaardig in al zijn werken, die hij 12 2, 10| stem niet, om te wandelen in de bevelen des Heren, die 13 2, 17| Here, en zie, want de doden in het graf, welker geest van 14 2, 21| zult gij blijven zitten in het land dat ik uw vaderen 15 2, 25| nachts, en zij zijn gestorven in zware moeiten, door honger 16 2, 28| dienst van uw knecht Mozes, in die dag als gij hem bevolen 17 2, 29| groot en veel is, veranderen in weinigen onder de heidenen, 18 2, 31| zullen tot zichzelf inkeren in het land hunner weg voering, 19 2, 32| 32 Zij zullen mij prijzen in het land hunner wegvoering, 20 2, 34| zal hen doen wederkeren in het land dat ik hun vaderen 21 3, 1 | van Israël, een ziel die in benauwdheid is, en een beangste 22 3, 3 | 3 Want gij zijt gezeten in alle eeuwen, en wij vergaan 23 3, 3 | alle eeuwen, en wij vergaan in alle eeuwen.~ 24 3, 7 | hebt gij uw vreze gegeven in onze harten, op dat wij 25 3, 7 | aanroepen, en wij zullen u loven in onze vreemdelingschap, en 26 3, 8 | 8 Zie, wij zijn heden in onze vreemdelingschap waarheen 27 3, 10| Wat is er Israël, dat gij in het land der vijanden zijt?~ 28 3, 11| zijt verouderd geworden in een vreemd land, gij zijt 29 3, 11| gerekend met degenen, die in het graf zijn.~ 30 3, 15| plaats gevonden, en wie is in haar schat kamers ingegaan?~ 31 3, 19| 19 Die zijn verdwenen en in het graf nedergedaald, en 32 3, 19| nedergedaald, en anderen zijn in hun plaats opgestaan.~ 33 3, 22| 22 Zij is in Kanaän niet gehoord, noch 34 3, 22| Kanaän niet gehoord, noch in Theman gezien geworden.,~ 35 3, 26| van lichaam, en ervaren in de krijg.~ 36 3, 34| 34 En de sterren lichten in haar nachtwaken, en zijn 37 4, 1 | geboden Gods, en de wet die in eeuwigheid bestaat. Allen 38 4, 13| de paden der tuchtiging in zijn gerechtigheid.~ 39 4, 20| zal tot de eeuwige roepen in mijn dagen.~ 40 4, 23| blijdschap en vrolijkheid in der eeuwigheid.~ 41 4, 34| verheugt, en haar roem zal in rouw veranderen.~ 42 5, 1 | heerlijkheid gegeven is in eeuwigheid.~ 43 5, 4 | Want uw naam zal door God in der eeuwigheid genoemd worden, 44 5, 6 | God brengt die weder tot u in, opgenomen in heerlijkheid 45 5, 6 | weder tot u in, opgenomen in heerlijkheid als kinderen 46 5, 7 | alle dalen te vervullen in gelijkheid der aarde; opdat 47 5, 7 | opdat Israël zeker wandele in de heerlijkheid Gods.~ 48 6, 2 | 2 In Babylonië gekomen zijnde, 49 6, 3 | 3 Doch nu zult gij in Babylonië op de schouders 50 6, 5 | gaande ze aanbidt, zo zegt in uw gedachten: U moet men 51 6, 14| Hij heeft ook een zwaard in zijn rechterhand, en een 52 6, 16| 16 Wanneer zij in hun huizen vastgezet zijn, 53 6, 18| hun kaarsen, en dat meer in getal dan voor zichzelf, 54 6, 24| waar nochtans geen geest in is.~ 55 6, 27| hun vrouwen leggen daarvan in het zout, en delen noch 56 6, 30| 30 En de priesters zitten in hun tempels, hebbende gescheurde 57 6, 31| hun goden, gelijk sommigen in de maaltijden over de doden.~ 58 6, 36| brengen, noch een mens, die in nood is, daaruit helpen.~ 59 6, 50| mensenhanden, en dat geen werk Gods in hen is.~ 60 6, 54| Want ook, als het vuur valt in het huis van deze houten, 61 6, 58| of een vat dat nuttig is in huis, hetwelk de bezitter 62 6, 58| versierde goden; of ook een deur in het huis die bewaart hetgeen 63 6, 58| goden; en een houten pilaar in het koninklijk paleis dan 64 6, 60| en zo waait ook de wind in alle landen.~ 65 6, 62| die noch ingestalte, noch in kracht gelijk.~ 66 6, 66| kunnen ook geen tekenen in de hemel onder de heidenen 67 6, 67| zijn beter dan zij, die in een hol vluchtende zichzelf 68 6, 69| gelijk een vogelverschrikker in een komkommerhof niet bewaren 69 6, 69| zij gelijk de doornenboom in een hof, waar allerlei gevogelte 70 6, 70| goden een dode gelijk, die in het donker geworpen ligt.~ 71 6, 71| zij zullen een spot worden in het land.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License