Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
duivelen 2
durende 1
dwalen 1
een 64
eenzame 1
eeuwen 2
eeuwig 2
Frequency    [«  »]
73 is
71 in
65 niet
64 een
54 dat
52 hun
52 want

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

een

   Chapter, Verse
1 1, 6 | verzamelden geld, naar dat een ieders hand vermocht.~ 2 1, 20| Egypte, om ons te geven een land dat vloeide van melk 3 1, 22| 22 Maar een ieder van ons is voortgegaan, 4 2, 3 | Zodat wij eten zouden, de een het vlees van zijn zoon, 5 2, 4 | die rondom ons liggen; tot een versmaadheid en verwoesting 6 2, 8 | niet gesmeekt, dat zich een ieder zou afgekeerd hebben 7 2, 11| met hoge arm, en hebt u een naam gemaakt, gelijk deze 8 2, 30| zullen horen, dewijl het een hardnekkig volk is.~ 9 2, 31| hun God ben, en ik zal hun een hart geven, en oren die 10 2, 35| 35 En ik zal hun een eeuwig verbond bevestigen, 11 2, 35| dat ik hun zal zijn tot een God, en zij zullen mij zijn 12 2, 35| zij zullen mij zijn tot een volk; en ik zal mijn volk 13 3, 1 | Here, gij God van Israël, een ziel die in benauwdheid 14 3, 1 | die in benauwdheid is, en een beangste geest roept tot 15 3, 8 | ons verstrooid hebt, tot een smaad en tot een vloek, 16 3, 8 | hebt, tot een smaad en tot een vloek, en tot een schuldvordering 17 3, 8 | en tot een vloek, en tot een schuldvordering naar al 18 3, 11| zijt verouderd geworden in een vreemd land, gij zijt verontreinigd 19 3, 14| meteen moogt weten waar een lang leven en een zalig 20 3, 14| weten waar een lang leven en een zalig leven is, waar het 21 3, 17| hemels, en het zilver tot een schat vergaderen, en het 22 3, 32| de aarde bereid heeft tot een eeuwige tijd, die ze vervuld 23 4, 3 | 3 Geef aan een ander uw heerlijkheid niet, 24 4, 3 | hetgeen u nuttig is, aan een vreemd volk.~ 25 4, 12| verblijde zich over mij, die een weduwe en van velen verlaten 26 4, 12| verlaten ben; ik ben tot een woestijn geworden, om de 27 4, 15| heeft over hen gebracht een volk van verre, een onbeschaamd 28 4, 15| gebracht een volk van verre, een onbeschaamd volk, en van 29 4, 15| onbeschaamd volk, en van een andere taal.~ 30 4, 26| zij zijn weggerukt als een kudde, die door de vijanden 31 4, 29| heeft, zal over u brengen een eeuwige vreugde met uw verlossing.~ 32 4, 35| 35 Want een vuur zal over haar uitgaan 33 4, 35| duivelen bewoond worden, een lange tijd.~ 34 6, 4 | gelijk gemaakt wordt, en u een vrees voor hen bevange.~ 35 6, 5 | 5 Als gij zult zien dat een schaar voor en achter hen 36 6, 8 | 8 En als voor een maagd, die gaarne versierd 37 6, 12| Wanneer zij bekleed zijn met een purperkleed, zo veegt men 38 6, 13| 13 En hij heeft een scepter als een mens, die 39 6, 13| hij heeft een scepter als een mens, die des lands rechter 40 6, 14| 14 Hij heeft ook een zwaard in zijn rechterhand, 41 6, 14| in zijn rechterhand, en een bijl, maar hij zal zichzelf 42 6, 15| hen dan niet, want gelijk een vat van een mens dat gebroken 43 6, 15| want gelijk een vat van een mens dat gebroken is, onnut 44 6, 18| kunnen; want zij zijn als een der balken, die aan het 45 6, 33| niet vergelden; zij kunnen een koning aanstellen noch af 46 6, 34| geld. Indien iemand hun een belofte doet, en houdt die 47 6, 35| 35 Zij zullen een mens van de dood niet verlossen, 48 6, 35| dood niet verlossen, noch een zwakke bevrijden van een 49 6, 35| een zwakke bevrijden van een sterke.~ 50 6, 36| 36 Zij zullen een blinde niet weder tot het 51 6, 36| het gezicht brengen, noch een mens, die in nood is, daaruit 52 6, 40| Chaldeeën zelf, die wanneer zij een stomme zien, die niet spreken 53 6, 43| 43 En wanneer een dezer weggerukt zijnde van 54 6, 48| Want zo wanneer krijg of een ander kwaad over hen komt, 55 6, 58| 58 Zodat een koning, die zijn eigen kloekheid 56 6, 58| bewijst, veel beter is, of een vat dat nuttig is in huis, 57 6, 58| versierde goden; of ook een deur in het huis die bewaart 58 6, 58| die versierde goden; en een houten pilaar in het koninklijk 59 6, 67| zijn beter dan zij, die in een hol vluchtende zichzelf 60 6, 69| 69 Want gelijk een vogelverschrikker in een 61 6, 69| een vogelverschrikker in een komkommerhof niet bewaren 62 6, 69| gelijk de doornenboom in een hof, waar allerlei gevogelte 63 6, 70| vergulde, en verzilverde goden een dode gelijk, die in het 64 6, 71| de wormen; en zij zullen een spot worden in het land.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License