Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
wandele 1
wandelen 2
wanneer 7
want 52
ware 1
waren 3
was 1
Frequency    [«  »]
64 een
54 dat
52 hun
52 want
51 gij
47 heeft
45 hebben

Het boek Baruch

IntraText - Concordances

want

   Chapter, Verse
1 1, 13| ons, tot de Here onze God, want wij hebben tegen de Here 2 2, 9 | heeft die over ons gebracht, want de Here is rechtvaardig 3 2, 13| uw toorn van ons keren, want wij zijn weinigen over gebleven 4 2, 17| ogen open Here, en zie, want de doden in het graf, welker 5 2, 19| 19 Want wij storten ons erbarmelijk 6 2, 20| 20 Want gij hebt uw toorn en gramschap 7 2, 30| 30 Want ik weet dat zij mij niet 8 2, 33| en van hun boze werken, want zij zullen gedenken aan 9 3, 2 | Hoor Here, en wees genadig, want wij hebben voor u gezondigd.~ 10 3, 3 | 3 Want gij zijt gezeten in alle 11 3, 6 | 6 Want gij zijt de Here onze God, 12 3, 7 | 7 Want daarom hebt gij uw vreze 13 3, 18| 18 Want die het zilver bewerken, 14 4, 4 | 4 Zalig zijn wij Israël, want hetgeen God behaagt is ons 15 4, 7 | 7 Want gij hebt hem die u gemaakt 16 4, 9 | 9 Want zij heeft gezien de toorn 17 4, 9 | toe, gij naburinnen Sions, want God heeft groot leed over 18 4, 10| 10 Want ik heb gezien de gevangenis 19 4, 11| 11 Want ik heb hen opgevoed met 20 4, 15| 15 Want hij heeft over hen gebracht 21 4, 16| 16 Want zij hebben geen schaamte 22 4, 22| 22 Want ik heb nu van de eeuwige 23 4, 24| 24 Want gelijk nu de naburinnen 24 4, 25| van God over u is gekomen, want uw vijand heeft u zeer vervolgd, 25 4, 27| kinderen, en roept tot God, want die dit over u gebracht 26 4, 28| 28 Want gelijk uw gedachte is geweest 27 4, 29| 29 Want die dit kwaad over u gebracht 28 4, 30| 30 Heb moed, Jeruzalem, want hij die u genoemd heeft, 29 4, 33| 33 Want gelijk zij zich verheugd 30 4, 35| 35 Want een vuur zal over haar uitgaan 31 5, 3 | 3 Want God zal uw heerlijkheid 32 5, 4 | 4 Want uw naam zal door God in 33 5, 6 | 6 Want zij zijn van u uitgegaan, 34 5, 7 | 7 Want God heeft besloten, alle 35 5, 9 | 9 Want God zal Israël uitvoeren 36 6, 6 | 6 Want mijn engel is bij u, en 37 6, 7 | 7 Want hun tong is van de werkmeester 38 6, 15| Zo vreest hen dan niet, want gelijk een vat van een mens 39 6, 18| waarvan zij geen zien kunnen; want zij zijn als een der balken, 40 6, 23| 23 Want indien niet iemand de roest 41 6, 29| 29 Want waarvan zouden zij goden 42 6, 41| zij zulks niet nalaten, want zij hebben geen gevoel.~ 43 6, 47| 47 Want zij hebben leugens en schande 44 6, 48| 48 Want zo wanneer krijg of een 45 6, 50| 50 Want dewijl zij maar houten, 46 6, 52| 52 Want zij kunnen geen koning des 47 6, 54| 54 Want ook, als het vuur valt in 48 6, 57| 57 Want de sterken onder hen halen 49 6, 59| 59 Want de zon, en de maan, en de 50 6, 65| 65 Want zij kunnen de koningen vloeken 51 6, 69| 69 Want gelijk een vogelverschrikker 52 6, 72| die geen afgoden heeft, want hij is verre van bespotting.~


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License